Nog altijd dissident

Hij noemt zichzelf een ‘dissident onder de journalisten’. Omdat hij zich, ook in het huidige, nog maar half democratische Polen, tegen elke persbreidel verzet. Een gesprek met Adam Michnik, die over twee weken de Pierre Bayle-lezing houdt.

HIJ KOMT ZONDER veel plichtplegingen, nogal verfomfaaid en in een uitstekend humeur binnenwaaien. ‘Mag ik hier roken of heeft het nieuwste totalitarisme ook hier al toegeslagen?’
Adam Michnik (46) is hoofdredacteur van de Poolse krant Gazeta Wyborcza en een der taaiste dissidenten onder het bewind van de toenmalige regeringschef Jaruzelski. Nauwelijks negentien jaar oud werd hij al opgepakt en van de universiteit gestuurd. Op zijn vijfentwintigste had hij er al drie jaar gevangenisstraf op zitten. Tussen 1965 en 1981 werd hij rond honderd keer aangehouden. In december 1981, toen de staat van beleg werd uitgeroepen, verdween hij als mede-oprichter van het Comite ter Verdediging van de Arbeiders (KOR) als een der eersten achter de tralies. Vanuit de gevangenis schreef hij een onvriendelijk briefje aan het staatshoofd, dat zijn effect niet miste: tweeeneenhalf jaar gevangenis. 'In het leven van elk mens, generaal’, schreef hij, 'komt een moment waarop duur moet worden betaald voor de simpele vaststelling dat wit niet hetzelfde is als zwart. De prijs is niet belangrijk, generaal, belangrijk is slechts dat men weet wat wit en zwart is. Daarvoor moet men een geweten hebben, generaal.’
Hij was pas een half jaar vrij toen hij opnieuw werd gearresteerd. Er volgde andermaal een proces waarin hij tot drieeneenhalf jaar gevangenisstraf werd veroordeeld. Toen hij uiteindelijk weer op vrije voeten was richtte hij de Gazeta Wyborcza op, de eerste onafhankelijke krant van Polen en van post-communistisch Oost-Europa. Het is inmiddels, met zijn rond 600.000 exemplaren, de grootste krant van Polen.
Zolang het communisme aan de macht was, kon je in Polen hopen dat er iets zou veranderen. Wat blijft over van die hoop?
Adam Michnik: 'Zoals in alle post-communistische naties is de verwarring onoverzichtelijk groot. Alles botst met alles en het is buitengewoon moeilijk de dingen correct te beoordelen. De totalitaire staat werd een rechtsstaat, de planeconomie werd een markteconomie en een communistische satelliet werd onafhankelijk. Polen lag tussen de DDR, de Sovjetunie en Tsjechoslowakije, landen die inmiddels niet meer bestaan. Het communisme was een even simpele als geniale ideologie. Met banale frasen viel op elke vraag een antwoord te geven. De dialectiek en de klassenstrijd, nietwaar? Die ideologie is nu verdwenen, maar de mentaliteit niet. Wat is in deze tijd even simpel en primitief als het marxisme-leninisme? Het nationalisme, het xenofobe patriottisme en het populisme. Zij verketteren met hun platvloerse fraseologie Europa, dat voor ons geen model zou zijn omdat het decadent is, atheistisch, verslaafd aan drugs en aan pornografie. Dat is de boodschap van de nieuwe populisten.’
Inclusief president Lech Walesa?
'Lech Walesa is geen nieuwe populist. Hij is Napoleon. Of liever, hij wil een kruising zijn tussen Napoleon en Jeanne d'Arc. Hij is geen ideologisch man. Als het nodig is zal hij zich tegen de Europese waarden keren, maar als het in zijn kraam te pas komt zal hij Europeser zijn dan wie ook. Die anti-Europese tendens leeft zowel bij extreem-rechtse katholieken als bij rabiate nationalisten. Zij prediken de afwijzing van de anderen, of dat nu zigeuners zijn, Litouwers of aidspatienten. Daarbovenop komt nog wat antisemitische fraseologie en kreten tegen de vrijmetselarij. Het is een beklemmende uitbarsting van onverdraagzaamheid - maar het is niet specifiek Pools, het is veeleer een post-communistisch syndroom. In alle voormalige Oostbloklanden bestaan diepgaande conflicten tussen modernen en populisten. De problemen zijn hoogst ernstig, maar voor het eerst zijn het onze problemen. De oplossing ligt niet langer in Moskou, maar bij ons.’
IS HET VOOR DIT onverdraagzame Polen, dat u jarenlang in de gevangenis hebt gezeten?
Michnik (sarcastisch): 'U weet toch dat alle revoluties op een gegeven moment worden verraden? Dat besef je voor je eraan begint. Ik was een dissident zonder de minste illusie. Absoluut. Zodra ik het failliet van het communisme inzag waren voor mij alle utopieen dood.’
Streeft u, als humanist, dan geen soort utopie na?
'Nee, als het al om een utopie gaat, is het een persoonlijke utopie, geen sociale utopie. Er bestaat geen realiseerbare sociale utopie. Als je werkelijk een socialistische utopie wilt realiseren, zou het zoiets worden als de katholieke een tragedie. Ik ben het eens met de stellingen van Milovan Djilas over de “onvolmaakte maatschappij”, want het is ontzettend gevaarlijk in de volmaakte samenleving te geloven, of die nu communistisch, nationalistisch, katholiek of islamitisch is. Na de nederlaag van het communisme is de duivel van onze tijd niet langer het bolsjevisme, zelfs het fascisme niet. Overal zien wij een bizarre alliantie ontstaan tussen het communisme van het ancien regime en het anti-communisme dat het fundament van het populisme vormt. Je ziet het overduidelijk in Roemenie, mar ook in Moskou, Polen en Slowakije. Het vacuum dat het communisme achterliet, wordt nu opgevuld door het idee van de etnische staat: Kroatie voor de Kroaten, Servie voor de Serviers.’
En Polen voor de Polen.
'Ja. Het is een afgrijselijke slogan, het idee van een exclusieve natie, tegen de anderen. In feite is het ook een mengeling van nationaal en religieus bewustzijn, die uitgaat van het axioma dat de echte Pool katholiek is, de echte Rus orthodox, de echte Hongaar calvinist en de echte Albanees islamiet.’
Is het dezelfde dwaasheid die Vaclav Havel fataal is geworden?
'Natuurlijk. Havel was de meest liberale president sinds het ontstaan van de republiek en hij had een concept over Tsjechoslowakijes plaats in Europa. Maar hij werd het slachtoffer van het wilde en domme separatisme van de politieke klasse.’
WAT IS DE ROL van de pers in deze maatschappij, de rol van uw eigen krant, bijvoorbeeld?
'In Polen is de pers natuurlijk het uitgelezen middel om voor democratie en pluralisme te strijden. Op een redactie werken is, zeker bij de Gazeta, meer dan een zoveel-urige werkweek volmaken. Het impliceert maatschappelijk engagement, het is een uitzonderlijke manier om in het maatschappelijk leven te participeren. De Gazeta is de grootste en ongetwijfeld invloedrijkste krant van Polen. Wij schrijven niet alleen voor intellectuelen, maar ook voor arbeiders, boeren en de middenklasse. Daarom hebben wij een enorme verantwoordelijkheid en daar hebben journalisten, zoals u misschien weet, het wel eens moeilijk mee.’
En hoe is de relatie met de machthebbers?
'Ambigu, ui-ter-ma-te ambigu. En dat is maar goed ook.’
Geniet de krant volledige vrijheid?
'Ja, absoluut. Er is geen censuur. Wel spanning, uiteraard, en zoals overal wordt er druk uitgeoefend. Onlangs kregen wij een boze brief van een bisschop die eiste dat wij bepaalde artikelen niet meer zouden schrijven, als wij althans niet als een vijand van de katholieken wensten te worden beschouwd. Wij hebben die brief gepubliceerd, met een kort naschrift mijnerzijds, in de trant van: Geachte bisschop, het is u wellicht ontgaan, maar sinds kort is Polen een democratische en pluralistische natie. Zo hebben wij eindelijk - blijkbaar zeer tot uw ongenoegen - dat kostbare goed dat een “vrije pers” heet. Uiteraard zijn wij gaarne bereid met de katholieke kerk van gedachten te wisselen. Onder voorwaarden; wij zullen slechts praten als u niet langer pogingen doet ons te chanteren. Ik kan u zeggen: het heeft enige herrie veroorzaakt, het is een echt schandaal geworden, heel mooi, en met een grote pedagogische waarde.’
Hebt u iets soortgelijks al over Walesa gepubliceerd?
'Wat dacht u! Ik heb aan de vooravond van de presidentsverkiezingen uitvoerig uitgelegd waarom ik niet op hem zou stemmen. En geloof me: het was opnieuw prijs, andermaal een prima schandaal.’
Is hij er inmiddels aan gewend enige tegenwind te krijgen?
'Wie? Walesa? Nee. Hij is God en, zo heeft men ons geleerd, God weet alles, God ziet alles en God kan alles. Slechts een ding heeft God niet: een politieke lijn. Walesa is een paradoxaal politicus. Hij werd president na een demagogische en populistische campagne, maar daarna ontpopte hij zich tot de advocaat van de Europese politiek, onder meer inzake een strikte monetaire discipline. In zijn toespraken neemt hij het niet zo nauw met de democratisch normen, maar in de praktijk blijft hij fatsoenlijk. Hij kan zowel de vader van de Poolse democratie als die van het nieuwe autoritarisme worden.’
Kennen jullie elkaar nog?
'Ja, natuurlijk. Hij is Bokassa niet. In de politieke strijd kent Walesa geen scrupules, maar hij is geen destructief politicus, die zijn tegenstanders wil liquideren.’
En de arbeidersklasse? Die lijkt nu monddood.
'Die is erg verdeeld. De vakbonden zijn nog altijd sterk, omdat de situatie zo beroerd is. De sociale zekerheid is compleet hervormd en dat lokt natuurlijk reacties van de vakbonden uit. Ook hier ziet men gevaarlijke tendensen. Er zijn stromingen die betogen dat de vakbonden de strijd tegen het communisme hebben gewonnen en daarom de nieuwe leidende klasse zouden moeten worden. De bonden zouden dus moeten beslissen wie directeur, burgemeester en gouverneur worden, net zoals vroeger de communistische partij dat deed. Het andere uiterste is een thatcherisme a la polonaise, een sterke staat met zwakke vakbonden. De aanhangers van deze stroming willen de vakbonden het liefst verpletteren. Maar naar mijn overtuiging kan een moderne democratie niet zonder vakbonden. De teloorgang van de vakbonden zou tot marginalisering van de arbeidersklasse leiden, met tragische gevolgen voor de democratie en de stabiliteit van de natie.’
Is er iets te merken van de invloed van de paus, die immers een Pool is?
'Niet onmiddellijk. Het is een algemeen probleem: de invloed van het katholicisme in het democratische, pluralistische Europa. In feite streven de bisschoppen naar meer invloed dan onder het communisme. Maar zij zijn verre van eensgezind. Aan de ene kant heb je de integristen, aan de andere kant de verdedigers van het pluralisme. De laatsten willen een democratische staat, de eersten willen een katholieke staat.’
BIJ DE OMVERWERPING van het communisme hadden de intellectuelen een belangrijke inbreng. Wat is er over van hun rol?
'Zij zijn hun leidinggevende rol kwijt en zoeken nu hun plaats. Onder de dictatuur schitterden zij als sterren aan de hemel. Zij zaten voortdurend in de gevangenis en werden door iedereen gerespecteerd. Zij zijn nog altijd aanwezig, misschien niet als het militante element binnen de politieke partijen, maar in het publieke leven laten zij nog altijd hun stem horen.’
Wat vindt u van het journalistieke credo: noem de feiten zonder zelf een standpunt in te nemen?
'Ik beschouw het als mijn taak de waarheid te spreken. Maar ik ben ook burger. Als burger die in de journalistiek actief is moet ik een standpunt durven innemen en kan ik niet altijd als een gladjanus aan de vlakte blijven. Ik ken die praatjes over neutrale journalistiek, maar na al die jaren is het mij nog niet duidelijk waar journalistiek overgaat in lafbekkerij. Ik ben mij er echter van bewust dat niet iedereen het met mij eens is. Misschien ben ik wel een dissident onder de journalisten.’
Hebt u nooit overwogen de praktische politiek in te gaan?
'Je moet kiezen. Misschien ben ik megalomaan, maar ik geloof dat je als hoofdredacteur van een onafhankelijke krant veel nuttiger bent voor de Poolse democratie. Zelfs een parlementslid of de minister van Cultuur of de minister van Nationale Opvoeding heeft, geloof ik, minder invloed dan ik. Vergelijk het met de rechtbank: je kunt niet tegelijkertijd rechter en officier van justitie zijn.’
Paul Goossens, in gesprek met de hoofdredacteur van de Gazeta Wyborcza, is zelf oud-hoofdredacteur van het dagblad De Morgen.