Magnus Mills, De verkenners van de nieuwe eeuw

Nog geschifter

Magnus Mills

De verkenners van de nieuwe eeuw

Uit het Engels (Explorers of the New Century) vertaald door Michèle Bernard

Podium, 188 blz., e 18,-

In het najaar van 1998 raasde er een mini orkaan in het glas water van de Engelse letteren. De hekkenbouwers, de geestige debuutroman van de voormalige Londense buschauffeur Magnus Mills, haalde de shortlist van de Booker Prize en die van de Whitbread Book Award. Een buschauffeur die het opneemt tegen het puikje van de Engelse literatuur? Shame, bloody shame. Mills gaf geen krimp onder de schimpscheuten, ook niet toen de Booker in de schoot van Ian McEwan en de Whitbread in die van Giles Foden viel. Sindsdien publiceert hij om de twee jaar vrijwel geruisloos een nieuwe roman, telkens over een nieuw paralleluniversum dat nog geschifter is dan het vorige.

In het pas verschenen De verkenners van de nieuwe eeuw is het opnieuw van dattum. Twee expeditieteams proberen door te stoten naar het Overeengekomen Verste Punt, een mythische plek aan het noordelijke uiteinde van de beschaafde wereld. Zoals we van hem gewend zijn, geeft Mills slechts mondjesmaat details vrij, maar uit de spaarzame gesprekken tussen de expeditieleden blijkt dat zowel het team van Mr. Johns en voorman Scaggs – een vrolijke bende knoeiers – als dat van Tostig en Snaebjorn – een goed geoliede machine van half autistische controlefreaks – gedoemd is tot mislukken. Terwijl ze door eindeloze kiezelvlaktes schuifelen of langs rotsige rivieroevers dansen, openbaart zich het menselijk tekort in al zijn glorie: hoe nijdiger de wind en hoe talrijker de hindernissen, hoe meer het opvalt dat de expeditieleden geen getrainde professionals zijn maar kleinzielige, enggeestige en ronduit onuitstaanbare klootzakken. Ze jengelen over alles. Het leidt voortdurend tot pijnlijk hilarische situaties die door Mills in perfect gedoseerde, luchtdicht verpakte zinnen gegoten zijn.

Dat de schrijver het verzameld werk van Kafka, Pinter en Beckett stukgelezen heeft, viel vroeger ook al op, maar in De verkenners krijgt de claustrofobische plot halverwege een ferme tik van de kafkaïaanse molen. Zonder de clou helemaal te verklappen: de colonne ezels die beide teams meezeulen zijn méér dan ordinaire lastdieren. Of iemand uiteindelijk het Verste Punt bereikt, doet weinig ter zake: De verkenners van de nieuwe eeuw heeft net als zijn voorgangers iets van een allegorie. Daardoor valt de roman moeiteloos te lezen als een parodie op de laatste Amerikaanse presidentsverkiezingen of eender welke andere krachtmeting tussen machtswellustelingen en andere egoïsten. Overigens: wil de Nederlandstalige Magnus Mills – buschauffeur, treinconducteur of riksjarijder – nu opstaan?