Hoofdcommentaar: Hard werken

Nog harder werken loont niet

Begin juli sloten bonden en werkgevers voor het personeel van de Philips-fabrieken een nieuwe CAO. Een unieke CAO, werd gezegd, want voor het eerst sinds jaren werd afgesproken een deel van de jaarlijkse collectieve loonstijging afhankelijk te maken van de prestaties van de werknemers. Het was een nederlaag voor de vakcentrale FNV, die zich in krachtige bewoordingen al meermalen negatief over het individuele prestatieloon had uitgelaten. Voor andere grote ondernemingen staat de deur nu op een kier om eenzelfde soort beloningssysteem erdoor te drukken.

Voor dagblad De Telegraaf was de opgeleefde discussie reden om in komkommertijd de mening van de gemiddelde Nederlander over het prestatieloon te peilen. En, hoe weinig verrassend: Nederland loopt warm voor «loon naar werken», bleek uit de onderzoeksresultaten die twee weken geleden in de krant verschenen. Bijna de helft van de ondervraagden in het onderzoek geeft te kennen het niet meer dan logisch te vinden dat mensen die zich uit de naad werken meer verdienen dan mensen die de kantjes er vanaf lopen. De FNV steekt haar kop als een struisvogel in het zand door zich met hand en tand te blijven verzetten tegen het prestatieloon, praatte De Telegraaf in haar hoofdartikel werkgeversorganisatie VNO-NCW na.

Maar is dat wel zo? De FNV vindt natuurlijk van niet en benadrukte in een reactie op de enquête dat de gemiddelde Nederlander zich niet realiseert dat maar een klein deel van de werknemers voor de individuele prestatiebeloning in aanmerking komt. Elke werknemer denkt zelf bij de groep noeste werkers te horen, maar volgens FNV-cijfers uit het verleden gaat het slechts om twintig procent van de mensen.

Het staat als een paal boven water dat de doelen voor de werknemer steeds aangepast zullen worden. De Amsterdamse econoom Geert Reuten heeft, kennelijk de Chaplin-film Modern Times indachtig, al gewaarschuwd voor negentiende-eeuwse toestanden bij bedrijven die hun werknemers steeds meer zullen opzwepen. Dat is wellicht wat overdreven, maar met de invoering van prestatieloon moet er toch rekening mee gehouden worden dat de nu al zo hoge werkdruk, zeker in verhouding tot de rest van Europa, verder zal stijgen. Met alle gevolgen voor het ziekteverzuim en het aantal WAO-uitkeringen van dien.

Waarmee maar gezegd is dat het niet alleen in het FNV-belang is wanneer het Philips-virus zich niet verder verspreidt. De paar paarse ministers die zich de afgelopen maanden enthousiast over de mogelijkheden van prestatieloon hebben uitgelaten — bijvoorbeeld Loek Hermans, die het lerarenprobleem ermee wil oplossen en Willem Vermeend (Sociale Zaken), die vreest voor de Nederlandse concurrentiepositie — zouden zich nog eens flink achter de oren moeten krabben. Van de bijna één miljoen Nederlandse arbeidsongeschikten zit een aanzienlijk deel thuis om psychische redenen, vaak samenhangend met werkdruk en de sfeer op de zaak. Veel onderzoek is er niet naar gedaan, maar eenieder kan op zijn klompen aanvoelen dat de competitie die tussen werknemers zal ontstaan om dat extra deel salaris, niet bevorderlijk zal zijn voor de onderlinge kameraadschappelijkheid. Niet alleen de ministers moeten zich dat realiseren — Vermeend als verantwoordelijke voor de WAO-problematiek trouwens nog het meest —, ook de werkgevers. Het is ook in hun belang als het aantal WAO’ers kleiner wordt en daarmee de krapte op de arbeidsmarkt zich langzaam oplost.

Want hoe je het wendt of keert, dat is natuurlijk wel de aanleiding voor het opgeleefde debat over prestatieloon. De economie draait op volle toeren en bedrijven kunnen nauwelijks aan goed personeel komen. De aanhangers van het geloof in de Nieuwe Economie, zoals Philips-onderhandelaar De Haas, zien de bomen tot in de hemel groeien en verwachten dat het nog jaren zal duren voor de krapte op de arbeidsmarkt zich opgelost heeft. De FNV gelooft daar een stuk minder in. Daar worden aan de interneteconomie geen revolutionaire eigenschappen toegeschreven. Het prestatieloondebat is een «modeverschijnsel» dat over een paar jat minder gaat — vergeten is, met minder gaat — vergeten is, meent de FNV. Maar dan kan het al wel te laat zijn en hebben de grote bedrijven gebruik gemaakt van de huidige gezapigheid binnen de vakcentrale om op grote schaal individueel prestatieloon door te voeren.