Nog ingewikkelder

LEONARDO SCIASCIA
DE DOOD VAN RAYMOND ROUSSEL / HET THEATER VAN HET GEHEUGEN
Uit het Italiaans vertaald door Frans Denissen en Tom de Keyzer, Serena Libri, 169 blz., € 10,-

Sciascia (1921-1989) is vooral bekend geworden om zijn intelligente speurdersromans, zoals Todo Modo, Ieder zijn zaak, De dag van de uil. De twee onderzoekingen, ‘kronieken’ noemde hij ze zelf, die nu tezamen als jubileumuitgave vertaald zijn, tonen een Sciascia met vakantie, op speurtocht voor eigen, dat wil zeggen literaire rekening. In een paar weken analyseerde Sciascia de door een overdosis slaapmiddelen veroorzaakte dood van Raymond Roussel in een hotel in Palermo, een laatste raadsel in een literair oeuvre dat van raadsels aan elkaar hing (zoals hij in een postuum boek onthulde). Het politiedossier bleek vergeven van de fouten, zo’n haast had men gehad om te voorkomen dat het zelfmoord zou lijken. In 1933 was dat een symbolische daad als zou het in het Italiaanse paradijs niet goed toeven zijn.

Sciascia gelooft niet dat een man die van het innemen van kalmeringsmiddelen een sport had gemaakt en op het punt stond zich voor zijn verslaving te laten behandelen, een eind aan zijn leven wilde maken met dezelfde middelen. Sciascia suggereert andere mogelijkheden en wijst op Roussels levens- en reisgezellin en de chauffeur. Interessanter is zijn slotcommentaar dat feiten uit het leven altijd ingewikkelder worden (blijken te zijn) wanneer ze op schrift worden gesteld.

Dat geldt al helemaal voor het tweede onderzoek, dat op papier nog ingewikkelder is, te meer daar Pirandello zich er in 1930 in mengde, voor wie niets was wat het leek en het eenvoudigste feit dubbelzinnig was. In zijn toneelstuk Plezier van de oprechtheid deed Pirandello uitspraak in een rechtszaak over een persoonsverwisseling waarover pas in 1931 in hoger beroep een uitspraak werd gedaan. Toen op een Turijns kerkhof een man betrapt werd bij de diefstal van een bronzen vaas, bleek de man over papieren noch geheugen te beschikken. Van de gepubliceerde foto werd hij herkend als de typograaf Bruneri, maar ook als de in de oorlog verdwenen professor Canella. Diens vrouw doorliep snel de stadia van hoop naar geloof en zelfs absolute zekerheid. In de tijd dat de naamloze bij haar ‘thuis’ was, bezegelde het paar dat met nog enkele kinderen. Toen onomstotelijk vaststond dat de onbekende een criminele recidivist was, werd in het toenmalige Italië vooral een probleem hoe de bij vergissing geboren kinderen wettige burgers moesten worden.

De belangstelling van Pirandello en Sciascia ging naar iets anders uit: hoe iemand zich, gevoed door herinneringen van anderen, in een andere persoon kan nestelen. De dief schreef zelfs een heel boek met oorlogsherinneringen van de professor. Pirandello koos (bij voorbaat) voor mevrouw Canella.