Het tragische aan Mark Rutte is dat hij na twaalf jaar in het Torentje op veel grote dossiers nu oppositie voert tegen zichzelf. Dat is deels onoverkomelijk, deels een draai en vooral een kanteling van de tijdgeest waar juist hij zo gevoelig voor is. Neem ruimtelijke ordening. In Rutte’s jongste kabinet is Hugo de Jonge verantwoordelijk. Hij moet de natuur beschermen, ‘regie nemen’ en ‘verrommeling en verdozing’ voorkomen.

Twaalf jaar geleden liet Nederland welbewust alle teugels los. Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer werd opgeheven en net als op andere beleidsterrein werd laisser-faire het leidende principe. Het resultaat? Gek genoeg niet een vrolijke architectonische anarchie van schotse, scheve en zelf ontworpen huizen zoals je die in Vlaanderen aantreft. Maar monotonie. Eindeloze grijze dozen. Rijd door het zuiden van het land en je rijdt langs torenhoge distributiecentra. Een landschap dat ooit was voorbehouden aan de haven van Rotterdam, een zone rondom Schiphol en de oude havengebieden van Amsterdam strekt zich nu ook uit langs de grote rivieren en aan de randen van Nederland. Het Brabantse Roosendaal wordt door inwoners inmiddels ‘Dozendaal’ genoemd en ook in Limburg, Gelderland en Flevoland landen megahallen als geometrisch perfecte ruimteschepen in het groen. 27,5 miljoen vierkante meter kwam er in de afgelopen vijftien jaar bij aan ‘logistiek vastgoed’. Goed voor Schiphol, ínclusief alle vijf de landingsbanen.

‘We lijken wel een stel sufferds die te lang in winterslaap zaten’, zegt een wethouder

Dat onthult de Masterclass Investico deze week in dit blad. Vijf onderzoeksjournalisten beten zich onder onze begeleiding een half jaar vast in de verrommeling van het Nederlandse landschap. Waarom zijn wij in zo’n korte tijd dé parkeerplaats van Europa geworden? Zij laten zien dat Den Haag niet slechts de regie losliet, maar actief de wereld in trok om ‘Nederland Distributieland’ te promoten. Niet alleen de huizenmarkt werd in de Rutte-jaren in de uitverkoop gegooid, ook het schaarse groen.

Terwijl de masterclass-studenten schreven, kantelde de stemming. ‘Het voorkomen van verrommeling en verdozing’ is een belofte in het regeerakkoord en in het debat daarover werd het een onderwerp dat steeds vaker de Haagse agenda haalt. Er is dus Hugo de Jonge als minister. De NRC schreef een indrukwekkende reeks verhalen over het datacentrum van Zeewolde en legde eenzelfde pijn bloot: zonder centrale regie levert dit land zich over aan dozen die schaduwen werpen over burgers en hun belangen.

‘We lijken wel een stelletje sufferds die te lang in winterslaap zaten’, zegt een wethouder uit Ridderkerk. De eenmalige grondverkopen blijken een kortstondige impuls voor armlastige gemeenten, de beloofde banen blijven vaak uit. Als ze er al zijn, worden ze vooral door arbeidsmigranten opgevuld. Diverse gemeenten en provincies hebben een stop aangekondigd. Maar ondanks die goede wil en mooie woorden doemen de contouren van meer distributiecentra alweer op; 64 megahallen zijn op dit moment in de maak en ten minste 28 bestemmingsplannen werden recent gewijzigd op een manier die de deur voor verdere wildgroei verder openzet.

Hoe het zit met die belofte van regie? De Jonge liet anderhalve maand geleden weten dat de Omgevingswet opnieuw is uitgesteld maar dat hij verdere vertraging niet ziet zitten. Deze erfenis van het kabinet-Rutte II is het sluitstuk van een reeks decentraliseringswetten. ‘We gaan naar een cultuur van “ja, mits” in plaats van “nee, tenzij”’, zei minister van Infrastructuur Melanie Schultz van Haegen destijds. Mocht die wet er na eindeloos uitstel toch komen, dan komt de zeggenschap over de inrichting van ons land nog verder buiten Den Haag te liggen, bij een wirwar van lokale verantwoordelijken die nu al aangeven die taak niet aan te kunnen. Het zal de deuren openen voor nog veel meer lege dozen.