Nog steeds sensationeel!

Het is goed te zien en te horen waarom de opera Einstein on the Beach in 1976 zo enorm insloeg. Het is nog steeds een sensationeel stuk. De beelden zijn schitterend, de dans is eenvoudig in zijn bewegingen maar complex in zijn patronen, en de muziek van Philip Glass – destijds nog nagenoeg onbekend in Nederland – past er perfect bij. Einstein on the Beach is nog steeds een verfrissende en stimulerende ervaring. Geen toneelstuk met een verhaal of met uitgesproken karakters, maar een serie tot leven gekomen associatieve beelden, die door Bob Wilson vanuit zijn onderbewuste zijn opgetekend. De associatie met Einstein is niet altijd duidelijk, maar we zien zittende, bewegende, lopende en dansende mensen in net iets te wijde grijze broeken, witte overhemden met korte mouwen en dunne bretels (vrij naar een foto van Einstein zelf). Daarbij hoor je meestal onverstaanbare teksten, vaak van de autistisch genoemde en in elk geval zéér eenzelvige Amerikaanse dichter Christopher Knowles, soms ook verstaanbaarder, van de hand van een van de oorspronkelijke vertolkers, de intussen gestorven Samuel M. Johnson. Soms horen we een op Einstein lijkende figuur (Antoine Silverman) prachtig viool spelen en er is aan het einde een referentie aan de atoombom die uiteindelijk het resultaat is van al het gereken en getel in de voorstelling.

De muziek stamt uit de tijd dat Glass nog een stevige minimalist was en bestaat vrijwel uitsluitend uit herhaalde patronen die voortdurend aan minieme variatie onderhevig zijn. De notentapijten zijn dikwijls razendsnel en komen ondanks de voortdurende inwendige beweging niet echt van hun plaats, en die stasis past perfect bij de slow-motion ontwikkelingen van Wilson, maar door de pulserende energie is het ook prima muziek om op te dansen. Er is een koor van twaalf zangers die geen andere tekst hebben dan notennamen en getallen, en een muziek­ensemble van zes spelers.

Op zichzelf beluisterd is Glass’ Einstein-muziek meestal iets te monomaan om echt te boeien, maar als theatermuziek fungeert zij voortreffelijk. En met haar elektriserende karakter is zij heel veel beter en verfrissender dan de lauwe, steeds uit hetzelfde vaatje getapte orkestsoep die de uiterst productieve componist in zijn volgende werken is gaan opdienen; bij symfonieorkesten moet je immers niet aankomen met zulke wervelende en voortdurend van maatsoort veranderende notencascades. Glass heeft zich met zijn opera’s, symfonieën en concerten uiteindelijk bekeerd tot de mainstream, en dat is een van de redenen dat de nieuwe ontwikkelingen die Einstein leek in te luiden niet echt hebben doorgezet, waardoor het een werk is gebleven dat volledig op zichzelf staat.

Dat is het, maar op een heel andere manier, ook in het oeuvre van Bob Wilson. Die is zeker niet afgevlakt. Hij is gaan samenwerken met steeds weer andere kunstenaars, zoals de Oost-Duitse dichter en toneelschrijver Heiner Müller en de Amerikaanse zanger en componist Tom Waits. Wilson heeft als regisseur bij allerlei gezelschappen uiteenlopende meesterwerken uit het wereldrepertoire vormgegeven. Hij heeft zich aan nog grotere projecten gewaagd, zoals begin jaren tachtig het wereldwijde, nooit voltooide megawerk CIVIL warS. Toch is Einstein on the Beach uniek in zijn oeuvre. Het blijkt herhaalbaar en heeft de tijd doorstaan. Het is na 37 jaar nog even onthutsend, enerverend en meeslepend als het in 1976 was.

(Met medewerking van Frits van der Waa). Voor meer informatie: dno.nl

MUZIEKTHEATER