AMAZING GRACE!

Nog tijdens ons leven

De overwinning van Barack Obama is de apotheose van de Afro-Amerikaanse vrijheidsstrijd. De tranen van Jesse Jackson en Colin Powel bewijzen dat.

4 NOVEMBER 2008: ‘Een nieuwe dageraad van Amerikaans leiderschap is aangebroken.’
Allemaal kennen we de verhalen over die paar magische momenten waarop de geschiedenis van zwart Amerika veranderde, uitzonderlijke rituele gebeurtenissen waardoor de geografisch en sociaal zo diverse zwarte gemeenschap – in feite een natie binnen een natie – zichzelf omvormt tot één verenigd lichaam, vastbesloten om één groots maatschappelijk doel te bereiken en te getuigen van het proces waardoor het doel bereikt wordt.
De eerste keer was op Nieuwjaarsdag in 1863, toen overal in het Noorden tienduizenden zwarte mensen bij elkaar kropen om te zien of Abraham Lincoln de Emancipatie Proclamatie* zou tekenen. De tweede keer was de avond van 22 juni 1938, de legendarische bokswedstrijd* tussen Joe Louis en Max Schmeling, toen zwarte gezinnen en vrienden rond de radio zaten om te luisteren en te juichen toen de Brown Bomber in de eerste ronde Schmeling knock-out sloeg. De derde keer was natuurlijk 28 augustus 1963, toen dominee dr. Martin Luther King aan de wereld verkondigde dat hij een droom had, in de schaduw van een peinzende Lincoln, die omlaag keek naar de verzamelde menigte, terwijl degenen van ons die niet bij hem in Washington konden zijn voor de zwart-wit-televisie zaten, en luisterend naar Kings zangerige stem verbonden waren door onze tranen en met nieuw vuur in ons lichaam.
Maar we hebben nooit zoiets gezien als dit. Er is niets wat iemand van ons had kunnen voorbereiden op de eruptie (ja, dat is het woord) van spontane vreugde die plaatsvond in zwarte gezinnen, op pleinen en in de straten van onze gemeenschappen toen senator Barack Obama werd uitgeroepen tot verkozen president Obama. Van Harlem tot Harvard, van Maine tot Hawaï – en zelfs Alaska – van ‘de majestueuze heuvels van New Hampshire (…) [tot] Stone Mountain in Georgia’, zoals dr. King zei, zal ieder van ons zich voor altijd dit moment herinneren, net zoals onze kinderen dat zullen doen, die we wakker maakten zodat ze konden zien hoe geschiedenis werd geschreven.
Mijn collega’s en ik lachten en schreeuwden, juichten en joelden, vielen elkaar in de armen en huilden. Mijn vader had 95 jaar gewacht om deze dag te zien komen, en toen hij opbelde op het moment dat de uitslagen binnenkwamen, dankte ik God in stilte dat Hij hem lang genoeg had laten leven om te kunnen stemmen op de eerste zwarte man die president zou worden. En zelfs hij kan het nog steeds maar nauwelijks geloven!
Hoevelen van onze voorouders hebben hun leven gegeven – hoeveel miljoenen slaven zwoegden op de velden in eindeloos ondankbaar en afstompend werk – voordat deze generatie kon meemaken dat een zwart persoon president werd? In de spiritual wordt de vraag gesteld: ‘How long, Lord?’; ‘not long!’ is het krachtige antwoord. Wat zouden Frederick Douglass*, zoon van een slaaf, en mensenrechtenactivist W.E.B. Du Bois* zeggen als ze konden weten wat ons volk ten langen leste heeft bereikt? Wat zouden de als slavin geboren Sojourner Truth* en Harriet Tubman*, een ontsnapte slaaf, zeggen? Wat zou dominee dr. King zelf zeggen? Zouden ze zeggen dat al die verspilde uren van onmenselijk zwoegen en zweten die leidden tot vergooide, half-vervulde levens, al die vernederingen die onze voorouders dag in, dag uit moesten ondergaan, al die kleineringen en botheid en beschuldigingen, al die verkrachtingen en moorden, lynchpartijen en aanslagen, al die Jim Crow-wetten en protestdemonstraties, die grommende honden en bottenbrekende waterslangen, al die afranselingen en al die executies, al die zwarte collectieve dromen die werden verstoord – dat de ondraaglijke pijn van al die tragedies uiteindelijk op z’n minst een beetje werd verzacht door de verkiezing van Barack Obama? Dit wast absoluut niet al dat bloedvergieten weg. Zijn overwinning is niet de vergelding voor al dit lijden, het is vooral de symbolische apotheose van de zwarte vrijheidsstrijd, een collectieve droom die op grootse wijze werkelijkheid wordt. Zouden ze zeggen dat het overleven van al die verschrikkingen, hopend tegen beter weten in, de prijs was die we moesten betalen om werkelijk vrij te worden, om – precies 389 jaar nadat de eerste Afrikaanse slaven landden op deze kusten – die ‘geweldige ochtend’ in 2008 mee te kunnen maken toen een zwarte man – Barack Hussein Obama – werd gekozen tot de eerste Afro-Amerikaanse president van de Verenigde Staten?
Volgens mij zouden ze, galmend en in koor roepen: ‘Yes! Yes! En nog een keer yes!’ Ik geloof dat ze ons zouden vertellen dat het de prijs waard is geweest die wij, collectief, hebben moeten betalen – de prijs van de uitverkiezing van president Obama.
Op die eerste alles-veranderende dag, toen de Emancipatie Proclamatie werd getekend, zei Frederick Douglass, de grootste zwarte spreker in onze geschiedenis voor Martin Luther King Jr., dat die dag niet een dag voor toespraken was en ‘nauwelijks een dag voor proza’. Veeleer was het, zo zei hij, ‘een dag voor poëzie en zang, een nieuw gezang’. Ruim drieduizend mensen, zwarte en blanke abolitionisten samen, wachtten de hele dag op het nieuws in Tremont Temple, een baptistenkerk vlak bij Boston Common. Toen er een boodschapper binnenstormde, na elf uur ’s avonds, en riep: ‘Het komt! Het is op het nieuws’, werd de kerk helemaal gek; Douglass herinnerde zich: ‘Nooit eerder zag ik enthousiasme. Nooit zag ik vreugde.’ En spontaan ging hij de menigte voor in het zingen van Blow Ye the Trumpet, Blow, het favoriete gezang van slavernijbestrijder John Brown*:

Blow ye the trumpet, blow!
The gladly solemn sound
Let all the nations know,
To earth’s remotest bound:

The year of jubilee is come!
The year of jubilee is come!
Return, ye ransomed sinners, home.

Op dat moment werd een heel ras, dat in 1863 in de Verenigde Staten 4,4 miljoen zielen telde, één verenigd volk, dat ademde met één hart, sprak met één stem, vereend in geest en ziel, al hun aspiraties geconcentreerd in een lichtbundel van bijna blinde hoop en desperate verwachting.

HET IS EEN SCHOKKENDE gedachte dat vandaag de dag velen van ons – inclusief ikzelf – zich kunnen herinneren dat het een enorme opgave was voor een zwarte man of vrouw om het Witte Huis binnen te komen door de voordeur, en niet door de dienstingang. Paul Cuffe, de rijke zeekapitein, scheepskoopman, en de eerste ‘Back to Africa’ zwarte kolonist, zal tot in eeuwigheid de eer hebben dat hij de eerste zwarte was die werd uitgenodigd op het Witte Huis voor een audiëntie met de president. Cuffe ontmoette president James Madison in het Witte Huis op 2 mei 1812 om exact elf uur ’s ochtends en vroeg of de president wilde ingrijpen om hem zijn beroemde brik Traveller terug te laten krijgen, die in beslag was genomen omdat overheidsofficials zeiden dat hij het embargo met Groot-Brittannië had geschonden. Volgens de Quaker-gewoonte sprak Cuffe Madison aan met ‘James’; ‘James’, op zijn beurt, kreeg Pauls brik terug, waarschijnlijk omdat Cuffe en Madison allebei voorstander waren van het terugbrengen van bevrijde slaven naar Afrika. (Drie jaar later, op 10 december 1815, gebruikte Cuffe dit schip om 38 zwarte mensen van de Verenigde Staten naar Sierra Leone te vervoeren.)
Van Frederick Douglass, die drie keer bij Lincoln op bezoek kwam gedurende diens presidentschap (en bij iedere president daarna tot zijn dood in 1895), tot Sojourner Truth en Booker T. Washington was iedere prominente zwarte bezoeker aan het Witte Huis een reden voor mensen om een nieuwe ‘overwinning voor het ras’ te vieren. Zwarten werden frequente bezoekers van het Witte Huis van Franklin Roosevelt; FDR had zelfs een onofficiële groep adviseurs aan wie zwarten de behoeften van hun volk konden vertellen. Vanwege de burgerrechtenbeweging kreeg Lyndon Johnson eveneens een stroom zwarte bezoekers. Tijdens het presidentschap van Bill Clinton bezocht ik een receptie op het Witte Huis met zoveel zwarte politieke, academische en maatschappelijke kopstukken dat ik besefte dat er misschien nog nooit zoveel zwarte mensen ten huize van de uitvoerende macht waren geweest sinds de slavernij. Iedereen moest lachen om die grap, want ze wisten, hoe pijnlijk ook, dat het waar was.

OP BEZOEK GAAN in het Witte Huis is één ding, het Witte Huis bewonen is iets anders. Toch gaan Afro-Amerikaanse aspiraties naar het Witte Huis generaties terug. De eerste zwarte man die door een politieke partij naar voren werd geschoven als kandidaat voor het Amerikaanse presidentschap was George Edwin Taylor, namens de National Liberty Party in 1904. Delen van zijn campagneprogramma hadden door Barack Obama geschreven kunnen zijn: ‘(…) in het licht van de geschiedenis van de afgelopen vier jaar, met een Republikeinse president aan de leiding, en beide delen van het Congres en een meerderheid van het Hooggerechtshof van hetzelfde politieke geloof, worden we nu geconfronteerd met het verbazingwekkende feit dat meer dan een vijfde van het ras in feite zijn rechten wordt ontnomen, beroofd van alle privileges, kansen en voordelen van waar burgerschap, we worden gedwongen onze vooroordelen opzij te zetten, onze persoonlijke wensen, en aan de hogere eisen van ons mens-zijn te voldoen, om de werkelijke belangen van het land en ons nageslacht voorop te stellen, en te handelen nu we nog in leven zijn, voordat de tijd komt dat het te laat zal zijn. Geen ander ras zo sterk als het onze zou zwijgend hebben ondergaan wat wij vier jaar lang hebben ondergaan zonder rebellie, zonder een revolutie of een opstand’.
De revolutie die Taylor vervolgens voorstelt is, zo zegt hij, een revolutie ‘niet door fysiek geweld, maar door het stembiljet’, waarbij het ultieme bewijs van succes zou zijn dat de eerste zwarte president van de natie gekozen zou worden.
Maar gezien al het racisme waaraan zwarte mensen werden onderworpen vanaf de Reconstructie* en in de eerste helft van de twintigste eeuw kon niemand zich werkelijk voorstellen dat een Negro president zou worden – ‘niet tijdens ons leven’, zoals onze voorouders altijd zeiden. Toen James Earl Jones de eerste zwarte fictionele president van Amerika werd in de film The Man (1972) weet ik nog dat ik dacht: ‘Stel je voor!’ Zijn personage, Douglass Dilman, de president pro tempore van de Senaat, gaat het presidentschap bekleden nadat de president en de speaker van het Huis zijn omgekomen bij het instorten van een gebouw, en nadat de vice-president vanwege zijn hoge leeftijd en slechte gezondheid de baan aan zich voorbij heeft moeten laten gaan. Wonderlijker kon je het niet bedenken, vonden wij. Maar dat jaar zou het leven de kunst imiteren: Congreslid Shirley Chisholm probeerde The Man te transformeren tot The Woman toen zij de eerste zwarte vrouw werd die zich, in de Democratische Partij, kandidaat stelde voor het presidentschap. Ze kreeg op de Democratische Conventie152 stemmen in de eerste ronde. In 1988 haalde Jesse Jackson 29 procent van de stemmen op de Democratische Conventie, waarmee hij tweede werd, alleen voorafgegaan door de winnaar, kandidaat Michael Dukakis.

DE HOOFDPRIJS VOOR een vooruitziende blik gaat echter naar Jacob K. Javits, de liberal Republikeinse senator uit New York die – het is nauwelijks te geloven – slechts een jaar nadat Central High School in Little Rock een geïntegreerde school was geworden, voorspelde dat de eerste zwarte president zou worden gekozen in het jaar 2000. In een essay met de titel Integration from the Top Down, gepubliceerd in het tijdschrift Esquire in 1958, schreef hij: ‘Wat voor een man zal het zijn, die mogelijke Negro-presidentskandidaat van 2000? Zonder twijfel zal hij zeer ontwikkeld zijn. Hij zal veel hebben gereisd en een scherp inzicht hebben in de rol van zijn land in de wereld en alle relaties met anderen. Hij zal een toegewijd internationalist zijn met volledig begrip van de subtiliteiten en ingewikkeldheden van buitenlandse hulp, technische steun en wederzijdse handel. (…) Zelfverzekerd zal hij, ondanks zijn andere eigenschappen, de kracht hebben ontwikkeld om de vuige lastercampagnes het hoofd te bieden die tegen hem zijn gevoerd toen hij zich naar de top van de regering en de politiek vocht (…) de mensen die voorop lopen kunnen verwachten dat ze het doelwit worden van gemene aanvallen, wanneer de haatzaaiers, in hun laatste wanhopige pogingen, hun gesproken en geschreven gif spuwen.’
In hetzelfde essay voorspelde Javits zowel de verkiezing van een zwarte senator als de aanstelling van de eerste zwarte opperrechter in het Hooggerechtshof in 1968. Edward Brooke werd in de Senaat gekozen door de kiezers in Massachusetts in 1968. Thurgood Marshall werd ingezworen in 1967. Javits voorspelde eveneens dat het Huis van Afgevaardigden ‘tussen de dertig en veertig gekwalificeerde Negroes’ zou hebben in het 106de Congres in 2000. Inderdaad zaten er 37 zwarte Amerikaanse afgevaardigden, van wie twaalf vrouwen.
Senator Javits had een scherpe vooruitziende blik. Als we kijken naar de eigenschappen die de eerste zwarte president volgens hem zou moeten bezitten – hij moet een goede opleiding hebben gehad, veel gereisd hebben, scherp inzicht hebben in de rol van zijn land in de wereld, een toegewijd internationalist zijn en een erg dikke huid bezitten – zien we hoe verbazend nauwkeurig hij de achtergrond en het karakter van Barack Obama beschrijft.

IK ZOU WILLEN dat we konden zeggen dat Barack Obama’s verkiezing op magische wijze het aantal tienerzwangerschappen zal terugbrengen, of het aantal drugsverslaafden in de zwarte gemeenschap. Ik zou willen dat we konden zeggen dat door wat er gisteravond is gebeurd zwarte kinderen opeens gaan leren lezen en schrijven alsof hun leven ervan afhangt, en dat het aantal kinderen dat de school afmaakt het hoogste van het hele land wordt. Ik zou willen dat we konden zeggen dat die dingen binnenkort gebeuren, maar ik betwijfel dat ze dat doen.
Maar er is één ding dat we vandaag kunnen verkondigen, zonder enige twijfel: dat de uitverkiezing van Barack Obama als president van de Verenigde Staten betekent dat ‘De Ultieme Kleur Barrière’, zoals de ondertitel van Javits’ Esquire-essay luidde, dan eindelijk is geslecht. Hij is geslecht door onze allereerste postmoderne Ras-Man, een man die zijn Afrikaanse culturele en genetische afkomst zo krachtig omhelst dat hij die kan overstijgen, en daarmee de favoriete kandidaat wordt van tientallen miljoenen Amerikanen die er niet uitzien zoals hij.
Hoe voel ik me daardoor? Ik voel me zoals ik altijd heb gedacht dat mijn vader en zijn vrienden zich voelden in 1938, op de dag dat Joe Louis Max Schmeling knock-out sloeg. Maar dan tienduizend keer beter. Ik kan alleen maar zeggen: ‘Amazing Grace! How sweet the sound.’

* De Emancipatie Proclamatie was een wet die werd uitgevaardigd door Abraham Lincoln tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog en die leidde tot de afschaffing van de slavernij.
Bokswedstrijd tussen Brown Bomber Joe Louis en de blanke Max Schmeling om de wereldtitel in het zwaargewicht. In 1936 had Schmeling Louis nog verslagen, maar op 22 juni 1938 nam Louis revanche. Het gevecht van 1938 was door de nazipartij uitgeroepen tot een demonstratie van de suprematie van het Arische ras ten opzichte van het Afrikaanse ras. Max Schmeling ging in de eerste ronde, na 124 seconden, knock-out.
Frederick Douglass was de zoon van een slaaf en werd een van de belangrijkste voorvechters van het afschaffen van de slavernij.
W.E.B. Du Bois was een vooraanstaande Afro-Amerikaanse mensenrechtenactivist, en wordt wel de ‘vader van het Panafrikanisme’ genoemd.
Sojourner Truth werd geboren (rond 1797) als slavin. Na haar vrijlating zou ze bekend worden door haar strijd voor de rechten van de vrouw en voor afschaffing van de slavernij.
Harriet Tubman was een Afro-Amerikaanse abolitionist. Zij, zelf een ontsnapte slaaf, hielp ruim driehonderd slaven ontkomen naar Canada.
John Brown was een militante strijder tegen de slavernij. In 1859 werd hij opgehangen naar aanleiding van een mislukte poging een slavenopstand te starten. Brown was niet zwart.
Reconstructie is de periode van wederopbouw in de Amerikaanse geschiedenis na de Burgeroorlog (1861-1865).

© 2008/Slate (The New York Times Syndicat)
Vertaling Rob van Erkelens