Nog twee keer zulk machtsvertoon van Oranje en in Marokko vergeven ze ons zelfs Wilders

Natuurlijk is Nederland niet geliefd in Marokko. Wilders, de PVV, ‘Minder! Minder! Minder!’ – het is niet onopgemerkt gebleven.

Medium sportzomer post

Kamal, de jongen die mij hier in de kustplaats Essaouira een appartement verhuurt, vindt mij zielig. Elke keer dat we over Nederland komen te spreken heeft hij een medelijdend woordje voor me over: ‘Arme jij, dat je in dat kloteland moet wonen.’

(Of ze ook weten van Van Woerkom-gate? Oef. Sommige dingen raken gelukkig niet voorbij de Nederlandse landgrenzen.)

Spanje-Nederland, aan het begin van de wedstrijd: Casillas stopt een schot van Sneijder. Ik kijk de wedstrijd hier om de hoek, in café Platinum. Er wordt luid gejoeld en geklapt voor de redding van de Spaanse keeper. Het klinkt hatelijk. Althans, ik interpreteer het als hatelijk. Het kabaal van deze Marokkanen is ingegeven door Nederland-haat. Ze gunnen PVV-land niets, hooguit een vernederend pak slaag. Of zie ik dingen die er niet zijn? Misschien word ik wel omringd door voetbalestheten van het zuiverste soort die het anti-voetbal van Oranje in 2010 niet zijn vergeten.

Een paar weken terug luisterde ik op een terras in Essaouira een jong Nederlands stel af. Ze waren de Marokkanen hier en die in Nederland met elkaar aan het vergelijken. Marokkanen hier: oké. Marokkanen in Nederland: niet oké. Marokkanen bashen, in Marokko nota bene – what the hell is wrong with you people? Opeens begreep ik al die Marokkaanse Nederlanders die juichen bij elk doelpunt dat Oranje om de oren krijgt.

Maar in het café waar ik Spanje-Nederland kijk, trek ik de aversie jegens Oranje maar slecht. Of het nou komt door Wilders, of door het erbarmelijke voetbal van vier jaar terug, ik kan het gewoon niet hebben dat 99 procent van de cafébezoekers meer sympathie voor Spanje dan voor Oranje heeft. Maf ook. Marokko heeft ook onder een Spaans juk geleden. Veel recenter nog dan Nederland. Yallah Holland! (Hup Holland!), qawed Spanje! (**** Spanje!) – dat is wat hier had moeten klinken, zo zou het moeten zijn.

O Geert, als je eens half wist wat je allemaal stuk hebt gemaakt…

‘Tiki taka’, klinkt het in café Platinum. Alleen al om die meest debiele van alle voetbaltermen moet dit Spanje kapot.

1-0.

Een cafébezoeker naast mij vertelt mij telkens – en ongevraagd – hoe geweldig dit Spanje is en hoe waardeloos Oranje. Ik wou dat ik laserstralen uit mijn ogen schieten.

O Geert, als je eens half wist wat je allemaal stuk hebt gemaakt…

1-1, 1-2, 1-3, 1-4, 1-5.

En dan is alles vergeten en vergeven. In drie kwartier.

De Arabische voetbalcommentator brult ‘Krojf!’ ‘Goeliet!’ ‘Voen Basten!’ – de hele eregalerij van onze voetbaltrots passeert de revue. Het punt dat wordt gemaakt (voorzover ik het kan begrijpen): dit is het echte Oranje, dit is het superieure voetbal waar zij hun reputatie aan te danken hebben.

In het buitenland zijn we vaak zo goed als ons voetbal is, ook in politiek-morele zin. Vier jaar terug sprak sportjournalist Auke Kok nog over het PVV-voetbal dat Oranje in Zuid-Afrika liet zien: ‘Fantasie, zo lang een Nederlands handelsmerk, bleef tot nu toe onzichtbaar onder een deken van bange tactiek. Gehuld in nostalgisch vormgegeven outfits etaleerde Nederland een reactionair soort systeemvoetbal, of misschien moeten we zeggen: PVV-voetbal.’ In een artikel in The Guardian wordt het godsgruwelijk lelijke voetbal van 2010 nog veel directer in verband gebracht met de gure politiek die in Nederland waait (woei?).

Zijn we na deze bazige kloppartij van die kwalijke reputatie af? Wilders bestaat nog en bepaalt nog veel. Maar om mij heen in café Platinum zie ik glinsterende ogen, monden die open staan van bewondering. Het is pure verliefdheid. ‘Van Persie’ wordt er geroepen. ‘Robben.’ En: ‘Hollanda’ – op een toon die niet klinkt alsof het een synoniem is voor anus mundi. Alleen weldadig voetbal kan dit effect hebben.

Er wordt gelachen om de Spaanse miskleunen en geklapt voor het Oranje totaalvoetbal (serieus, tiki taka… sterf!). ‘Woooooow’, zegt de man naast mij. Bijna vertel ik hem dat ik uit Nederland kom. Maar ik houd me in. Er zijn grenzen aan de pathetiek.

Er is iets fundamenteel gekanteld in het beeld dat men hier heeft van Oranje (en ook van Nederland, bid ik tot God). Ik merk het bij de wedstrijd Portugal-Duitsland. Natuurlijk spelen ook de Duitsers prachtig, maar ze halen het niet bij Oranje. Ook de Arabische sportcommentator brult dat niemand nog aan Oranje kan tippen. De wereld is weer smoorverliefd op ons.

‘Jullie doen het goed’, moet ook mijn huisbaas Kamal erkennen. Het is de eerste keer dat hij iets aardigs zegt over ‘jullie’, c.q. Oranje, c.q. Nederland, c.q. PVV-land.

Misschien ben ik iets te voorbarig, maar als de pot tegen Spanje op een afscheid duidt van het PVV-voetbal, hoe moeten we het dan noemen? D66-voetbal? Progressief, fris, blakend van pechtoldiaans enthousiasme? Nee. Depolitiseren die boel. Dit is Nederlands voetbal, schoonheid boven resultaat, het is zijn onveranderlijke kern. Het voetbal uit 2010 was gewoon een vergissing. Het buitenland – Marokko in ieder geval – heeft het ons vergeven. Nog twee keer zulk machtsvertoon, tegen Australië en Chili, dan vergeven ze ons zelfs Wilders.

(Oké, dit is de politiek correcte en sentimentele versie van mijn verhaal. In werkelijkheid had ik niet zo veel moeite met het foeilelijke voetbal van 2010. Eindelijk een keer resultaat boven schoonheid die je met lege handen achterlaat.)