V.l.n.r. Fatu, Najin en Tauwo

I Geboorte

Dit kan wel eens de grote dag worden, denkt Jan Zdarek. Het is de middag van 28 juni 2000 en Najin kan ieder moment bevallen. Haar uier is al een week gezwollen en geeft sinds een paar dagen melk af. In het wild zonderen noordelijke witte neushoorns zich weken, soms maanden voor de bevalling af. Maar Najin werd geboren in gevangenschap, in het safaripark Dvur Kralove in het noorden van Tsjechië. Al de hele dag draaft ze rondjes achter de afsluiting. De andere neushoorns zitten in afzonderlijke hokken. Zdarek kan ze die ochtend horen snuiven en briesen.

Om halfdrie ’s nachts is het zo ver. Zdarek is blij dat het midden in de nacht gebeurt, wanneer de anderen slapen. De hele wereld wil de geboorte van deze ‘millenniumbaby’ meemaken. Noordelijke witte neushoornbaby’s zijn extreem zeldzaam. De laatste geboorte dateert van 1989. En dat was die van Najin, die nu zelf moeder wordt. De Tsjechische openbare omroep plant een documentaire. In de stal staan vijf camera’s die dag en nacht elke beweging registreren. Maar Zdarek vindt de babykoorts riskant. Neushoorns kunnen nogal bruut bevallen. Zeker omdat het Najins eerste is, bestaat er een risico dat ze niet weet wat er gebeurt en haar eigen baby vertrappelt. Hoe meer pottenkijkers hoe groter het risico, denkt Zdarek.

Om 2.40 uur maken de camera’s de eerste beelden van het pasgeboren kalf. Fatu is geboren na 482 dagen zwangerschap – witte neushoorns kunnen tot 548 dagen zwanger zijn. Zdarek heeft extra stro op de betonnen vloer gespreid, zodat Fatu niet uitglijdt wanneer ze overeind krabbelt. Nog één keer houdt Zdarek bezorgd de adem in, wanneer Najin haar baby omver stoot met haar hoorn, maar ze blijkt een zorgzame moeder. Drie uur na de geboorte, nadat Fatu een eerste keer heeft gedronken, mag fotografe Alexandra Mlejnkova van de krant CTK erbij om de eerste foto te maken. Onder het harde licht van een flits zien we hoe Najin, uitgeput en rustend op de grond, haar massieve hoorn liefkozend boven de blauwgrijze, wankele Fatu houdt. De euforie is groot. ‘Nieuwe hoop voor een bedreigde diersoort’, schrijft persbureau Reuters.

‘Op dat moment hadden we tien jaar gewacht. Natuurlijk was ik zenuwachtig. Stel dat deze baby doodgeboren zou zijn’, zegt Zdarek nu. ‘Dit was een van de zeldzaamste, zo niet het zeldzaamste dier op onze planeet.’ De opzichter is ondertussen 57. Een magere man met grijs haar en een oog dat loensend wegkijkt. Hij begon hier te werken in 1983, 38 jaar geleden, toen de zoo nog door het communistische regime werd gerund. Tot de dag van vandaag heeft Dvur Kralove de grootste groep Afrikaanse dieren in Europa.

Zdarek is nog steeds verantwoordelijk voor de neushoorns in Dvur Kralove, maar voor Fatu en Najin zorgt hij niet meer. Zij zijn in 2009 verhuisd naar Ol Pejeta, een reservaat in Kenia, samen met de laatste mannetjes Sudan en Suni, in de hoop dat hun ‘natuurlijke habitat’ hen zou stimuleren om te paren.

Maar het werkte niet. Suni overleed in 2014, Sudan, de vader van Najin, in 2018. Najin en Fatu zijn de laatste twee noordelijke witte neushoorns op onze planeet. Burgeroorlogen, strooptochten en hebzucht hebben hun soortgenoten van de kaart geveegd. Omdat Najin en Fatu allebei vrouwtjes zijn en zich dus niet meer op natuurlijke wijze kunnen voortplanten, spreken wetenschappers van een ‘functioneel uitgestorven’ soort. Maar anders dan de dodo of de sabeltandtijger zijn de noordelijke witte neushoorns nog even onder ons. Hun verhaal maakt de verwoestende omgang van de mens met de wilde planeet tastbaar. We trokken naar Kenia en spendeerden een week met Fatu en Najin in Ol Pejeta.

Ol Pejeta, Kenia, februari dit jaar. Het is koud. De zon is nog niet op en het heeft gisteren geregend. Op deze hoogte, bijna tweeduizend meter boven zeeniveau, aan de voet van Mount Kenia en pal op de evenaar, kan het overdag dertig graden worden en ’s nachts vriezen. Bij de omheining van de kleine wei waar de neushoorns de nacht doorbrengen, wachten we op de 31-jarige James Mwenda, de opzichter van Najin en Fatu. De lucht wordt langzaam roze, de dieren worden wakker. Even verderop gromt een troep leeuwen, aapjes met zwarte gezichten komen kijken of ze iets uit de jeep kunnen stelen. Achter het hek begint Fatu ongeduldig te briesen. Tussen de palen zien we het silhouet van een enorm beest dat roerloos staat te wachten.

‘Good girls’, bromt Mwenda als hij de poort opendoet. Hij zorgt al tien jaar voor ‘de meiden’. Ze vertrouwen hem. ‘Maar je mag niet vergeten dat dit halfwilde dieren zijn’, waarschuwt hij. ‘Blijf achter mij. Als ze schrikken, kunnen ze je doden.’ Fatu lijkt niet meer op de schattige baby van de foto’s in Tsjechië. Ze is nu een volwassen koe van 21 jaar, bijna vier meter lang en ruim twee ton zwaar. Haar huid is ruw als opgedroogde modder, vol zilveren krassen. Ze heeft een brede snuit met een bek als een streep en ogen die je aankijken, maar bijna niet kunnen zien. Op drie olifantensoorten na zijn ze de grootste landdieren van de planeet. De hoorns van de mannetjes kunnen 1,65 meter lang worden. Oeroude wezens zijn het. Prehistorisch. Met een zachtaardige, bijna buitenaardse uitstraling.

Achter Fatu staat Najin, haar hoorn is majestueus en krom, terwijl die van Fatu afgestompt is om stropers te ontmoedigen. Er is ook nog een derde vrouwelijke neushoorn, Tauwo, maar zij is van de zuidelijke witte soort. Tauwo werd erbij gehaald om de neushoorns uit het safaripark wegwijs te maken in het leven op de Keniaanse savanne. Volgens de opzichters moesten ze alles nog leren. In Tsjechië sprongen katten op hun rug, in Ol Pejeta kwamen rode en gele ossenpikkers meeliften. Stapje voor stapje werden de dieren wilder, maar helemaal wild werden ze nooit. De twee immigranten genieten nog iedere dag als Mwenda hen onder hun buik krabt. Dat moet hij bij Tauwo niet proberen.

Witte neushoorns zijn niet wit, maar bijna even grijs als de zwarte neushoorns. Wellicht berust hun benaming op een misverstand van de koloniale ontdekkingsreizigers. Een populaire theorie die begin dit jaar door The New York Times werd herhaald, is dat Boeren in Zuid-Afrika de neushoorns ‘wyd’ noemden, omdat hun bek breder is dan die van de zwarte neushoorn. Britse kolonisten zouden dat daarna verkeerd begrepen hebben, als ‘white’. Maar taalkundigen zien daarvoor geen enkel bewijs. Neushoorndeskundige Kees Rookmaaker verwees de theorie al in 2003 naar de prullenbak. De Duitse benaming, Breitmaulnashorn, is correcter.

Dat er noordelijke en zuidelijke subsoorten van de witte neushoorn bestaan, die bijna een miljoen jaar afzonderlijk van elkaar waren geëvolueerd, ontdekten wetenschappers pas in 1907. In Ol Pejeta kun je de verschillen goed zien. Najin en Fatu hebben bredere poten dan Tauwo. Zo kon de noordelijke zich makkelijker staande houden in moerassige gebieden. Op hun oren hebben ze plukjes lang zwart haar, Tauwo niet. Hun staart is dikker en hun nek breder. Hoewel hun dna maar vier procent verschilt, zijn het andere soorten. In het wild zouden ze niet goed in elkaars habitat gedijen.

Maar ze kunnen wel met elkaar opschieten. ‘Fatu en Tauwo zijn best friends forever’, zegt Mwenda. ‘Ze zijn soms te wild voor de oude Najin.’ De twee jongere neushoorns grazen de hele dag zij aan zij, terwijl Najin, met 32 jaar een oude neushoorn, op een afstandje achter hen aan sjokt.

II Uitsterving

Bedtijd. De neushoorns bewegen langzaam in de richting van hun nachtverblijf. Mwenda moet springen en brullen om hen aan te sporen. ‘Fatu’, roept hij gespeeld boos. ‘Come on, mama!’ Liefst blijven de drie nog een tijdje grazen. Een week lang zien we hen niets anders doen. Wanneer de dieren eindelijk voorbij de poort komen, stoppen ze even bij hun mesthoop. Uitwerpselballen als die van paarden, maar dan veel groter, vallen op de hoop. ‘Het is hun website’, zegt Mwenda met een brede grijns. ‘Als een vreemde neushoorn voorbijkomt, kan hij hier alle informatie opsnuiven die hij nodig heeft.’

‘Het is emotioneel uitputtend om te zorgenvoor een soort die onder je ogen uitsterft’

Er verschijnt een bedachtzame frons op het gezicht van de jonge Keniaan. ‘Het is emotioneel uitputtend om te zorgen voor een soort die onder je ogen uitsterft’, zegt Mwenda. ‘Je probeert de dieren een goed leven te geven, maar je voelt ook het loodzware gewicht.’ 19 maart 2018, de dag dat Sudan stierf, was er een van monumentale droefheid. De oude stier probeerde de hele dag moeizaam op te staan, maar zakte door zijn achterpoten. Hij moest worden geëuthanaseerd. Zoals zo vaak zong Mwenda Amazing Grace voor Sudan, over vrijheid: ‘Mijn kettingen zijn weg, ik ben vrijgelaten, God, mijn Verlosser, heeft mij bevrijd.’ Eén keer stroomden tranen over de massieve kaak van Sudan, vertelt Mwenda. ‘Het gevoel dat je de laatste bent van je soort op de hele planeet, dat was wat ik voelde toen ik Sudans tranen zag.’

James Mwenda met Najin

Lange tijd dachten Europeanen dat God niet zou toelaten dat soorten die hij zelf had geschapen zouden uitsterven. Als ze skeletten van uitgestorven wezens vonden, vermoedden ze dat die dieren ergens op de planeet wel nog zouden bestaan. Ondertussen weten we beter. De planeet heeft vijf massale uitstervingsgolven doorgemaakt. En volgens de Verenigde Naties maken we nu, in een recordtempo, een zesde golf mee. Een miljoen dier- en plantensoorten worden acuut met uitsterven bedreigd. Veertig procent van de amfibieën, 25 procent van de zoogdieren en veertien procent van de vogels staat op het punt te verdwijnen. De terugval is al volop bezig. Volgens conservatieve schattingen verliezen we elke dag 30 tot 150 diersoorten van de vijf tot negen miljoen die op de planeet leven. Het gaat niet alleen sneller dan toen de dinosauriërs stierven als gevolg van meteorietregens, het is ook de eerste keer dat een diersoort, de mens, er zelf verantwoordelijk voor is.

Op de ritten tussen onze slaapplek in Ol Pejeta en de neushoorns zie je wat we dreigen te verliezen. Door de pandemie komen veel minder toeristen op safari. De dieren zijn minder schuw en de savanne barst van het leven: zebra’s, wrattenzwijnen, olifanten, giraffen, zwarte neushoorns. Als we nu uitstappen, zegt Mwenda plagerig, zijn we binnen een paar minuten dood. Voor de moderne mens is het een vreemde gewaarwording: zelf als maaltijd te kunnen dienen.

Het Holoceen, een periode van ongekende biologische diversiteit, heeft plaatsgemaakt voor het Antropoceen. Homo sapiens domineert. Als je alle zoogdieren ter wereld op een weegschaal zou zetten, is de mens goed voor 36 procent van het gewicht. Ons vee, voornamelijk koeien en varkens, vormt zestig procent. Wilde dieren maken maar vier procent uit van het totaal. We zijn koning, maar het rijk wordt schraler, warmer en bar.

Weinig dieren verdwijnen zo zichtbaar als de neushoorn. Er zijn er op de planeet nog ongeveer 27.000. Twee van de vijf families, de witte neushoorn en de zwarte neushoorn, leven in Afrika. De andere drie soorten leven in Azië: de Javaanse, de Indische en de Sumatraanse neushoorn. Alle vijf worden ze ernstig bedreigd. Najin en Fatu zijn grote, charismatische dieren die tot de verbeelding spreken. Daarom zijn ze zulke succesvolle ambassadeurs om te waarschuwen voor de zesde uitstervingsgolf. ‘Volgens recente studies heeft Sudan als “het laatste mannetje” in zijn eentje ongeveer zeshonderd miljoen dollar aan reclamebudget en media-aandacht opgeleverd voor het belang van biodiversiteit’, zegt Richard Vigne, de directeur van Ol Pejeta.

Wat maakt het uit dat diersoorten verdwijnen? Er is het ethische argument: wezens met een bewustzijn, het vernuftige product van miljoenen jaren toevallige evolutie, horen niet door ons toedoen te verdwijnen. En er zijn nutsargumenten. Veel soorten die nu verdwijnen zijn nog niet door de mens ontdekt. Een groot deel hebben we nooit bestudeerd. We verliezen kennis. Een te snelle uitsterving, zoals we nu meemaken, legt bovendien een hypotheek op de toekomst van de evolutie. Soorten die uitgestorven zijn, liggen aan de basis van soorten die hen gevolgd zijn. Als soorten te snel verdwijnen, maken ook hun opvolgers geen kans. Dat geldt ook voor de mens: als de homo habilis en de homo erectus te snel waren verdwenen, hadden wij geen kans gehad.

Biodiversiteit is een keten. Hoe meer schakels er verdwijnen, hoe sneller alles uit elkaar valt en onze leefwereld op korte termijn in gevaar komt. Wetenschappers spreken van een watervaleffect. Wanneer een miljoen dier- en plantensoorten tegelijk verdwijnen, dreigt de fragiele ecologische balans fundamenteel verstoord te raken. Zelfs het voortbestaan van de mens is dan niet gegarandeerd. Een mooi voorbeeld daarvan wordt geschetst door schrijver George Monbiot in de veelbekeken YouTube-video How Wolves Change Rivers. Toen de wolf in 1995 na zeventig jaar werd geherintroduceerd in het Yellowstone National Park in Amerika waren de gevolgen spectaculair. De herten waren een plaag, maar door de komst van de wolf kende hun soort een terugval, waardoor andere kleinere diersoorten de ruimte kregen. Zeldzame vegetatie keerde terug en de oevers werden steviger. Uiteindelijk gingen de rivieren anders stromen.

Zo lijkt ook de dagelijkse routine van Najin en Fatu weinig opzienbarend, maar speelt zij een cruciale rol in een miljoenen jaren oud proces. De neushoorns dienen als grasmaaiers in de savanne en de moerasgebieden van Centraal-Afrika, die het voor zoogdieren als antilopen en gnoes gemakkelijker maken om te eten. Ze creëren landschappen waar de vegetatie op verschillende hoogtes groeit, waardoor branden minder verwoestend zijn. Hun uitwerpselen verspreiden zaden en voeden insecten. De gevolgen manifesteren zich soms pas na tientallen jaren, maar neem de neushoorn weg uit de wereld en de wereld verandert.

III Jacht

‘Als je een zwaar geweer in koelen bloede afvuurt, klapperen je tanden en suist je hoofd.’ In 1907 trok Winston Churchill, 33 en toen nog ondersecretaris van de Britse koloniën, naar Centraal-Afrika om te jagen op olifanten en witte neushoorns. Na een lange tocht door de jungle – ‘langs vlinders zo groot als vogels en vogels zo kleurrijk als vlinders’ – en met de stoomboot over de Nijl kwam hij aan in Lado, een enclave in het huidige Zuid-Soedan en Oeganda die zestien jaar lang persoonlijk eigendom was van de Belgische koning Leopold II. Churchill zag ’een plek met groot potentieel die spijtig genoeg in verval is’. Hij sloeg er zijn kamp op en schoot in enkele dagen drie noordelijke witte neushoorns dood.

In My African Journey beschrijft Churchill hoe hij van achter een termietenheuvel, uit de wind, de eerste keer vuurt op een van de hulpeloze beesten. ‘Het dier zeeg neer, om dan weer omhoog te rijzen in een afschuwelijke doodsstrijd – kop, oren en hoorn tergend opgetild boven het gras – alsof hij nog verder wilde, terwijl ik nog twee keer laadde en opnieuw vuurde.’ Twee andere dieren vluchtten weg door het moeras, een derde stormde af op de bedienden die Churchills observatietoren meedroegen. ‘Ze waren maar wat blij om het ding te laten vallen en in alle richtingen weg te stuiven.’

Onder de boom die ook het logo vormt van Ol Pejeta liggen twaalf neushoorns begraven. Met uitzondering van Sudan en Suni, de twee mannetjes die een natuurlijke dood stierven, werden zij slachtoffer van stropers

De komst van de kolonisten betekende het begin van het einde voor de noordelijke witte neushoorn. Zij waren de eersten die van de hoorn een trofee maakten. De lokale bevolking, zonder vuurwapens, had de beesten altijd met eerbied behandeld en afgebeeld in muurschilderingen en beeldhouwwerkjes. Ze waren te sterk, te groot en te ontzagwekkend om als voedsel of buit te dienen. Churchill noemde het ‘een belangrijke gebeurtenis in het leven van iedere sportman’ en noteerde de datum in zijn agenda. Er waren toen naar schatting honderdduizend noordelijke witte neushoorns, die leefden in Centraal-Afrika, Tsjaad, Soedan, de Democratische Republiek Congo en Oeganda.

‘Afgeslacht als een geit op Mount Kenia. Wie een neushoorn doodt, moet zelf worden gedood’

Na de kolonisten kwamen de stropers, die schoten met AK-47’s en hakten met machetes de hoorns af. Duizenden neushoorns werden afgeschoten en leverden het materiaal voor de handvatten van ceremoniële Jemenitische jambiya-dolken. In 2008 begonnen de fabrikanten dolken te maken van kunstrubber en nam de stroperij af.

Maar ondertussen was in Azië de vraag naar gemalen hoorn toegenomen. In China had de groeiende hogere middenklasse geld voor het poeder, dat volgens de overlevering een medicinale werking heeft. Vooral in Vietnam explodeerde de vraag. Wie in Hanoi wil laten zien dat hij iets betekent, mengt het poeder in zijn cocktails om katers te vermijden. Dat leidde tot meer strooptochten, vooral in Zuid-Afrika. In 2007 doodden stropers daar dertien neushoorns, in 2011 waren het er al 448. Een kilo hoornpoeder kost vandaag 55.000 euro. Eén hoorn kan zo 300.000 euro opbrengen, ook al bestaat hij uit dezelfde keratine als nagels en haar. Zelfs in musea en dierentuinen werden hoorns massaal geroofd.

Burgeroorlogen bezegelden het lot van de noordelijke witte neushoorn. In Zuid-Soedan en Congo waren de dieren niet beschermd, zodat ze een makkelijke prooi werden als voedsel voor vluchtelingen en milities, of als buit voor stropers.

‘De ironie is dat Afrikanen de echte milieuactivisten zijn’, schrijft Lawrence Anthony in zijn boek The Last Rhinos. ‘Ze hebben nooit op trofeeën gejaagd. Dat was een groot taboe, de dieren hadden een intrinsieke spirituele waarde.’ Anthony probeerde de overgebleven neushoorns uit het Congolese Garamba-park weg te halen door te onderhandelen met milities. Het mislukte: de laatste sporen en uitwerpselen van wilde witte neushoorns in Congo dateren van 2007.

In Zuid-Soedan blijven expedities zoeken naar de dieren, gefinancierd door miljonairs en de bbc, maar zonder succes. Voormalig Economist-journalist Jonathan Ledgard wijst op de groeiende gelijkenis met het monster van Loch Ness. ‘Een Zuid-Soedanese legerofficier toonde me op zijn scherm een foto die genomen was vanuit een vliegtuig. Je kon alleen donkere vlekjes zien, maar de man was ervan overtuigd: dat zijn noordelijke witte neushoorns.’

De laatste hoop werd gevestigd op dieren in gevangenschap. De zoo van San Diego en die van Dvur Kralove hielden de laatste noordelijke witte neushoorns in leven. Josef Vagner, de directeur van de Tsjechische zoo en een belangrijke zoöloog, wist al in 1975 dat de soort zou verdwijnen en organiseerde een expeditie naar Zuid-Soedan, niet ver van waar Churchill hun voorouders doodschoot. Met jeeps en vliegtuigen legden ze twintigduizend kilometer af, kriskras over het gebied. ‘We telden 264 neushoorns vanuit het vliegtuig’, schreef Vagner in zijn verslag. Op een creatieve, eerder onwetenschappelijke manier berekende hij dat er toen nog zowat 770 neushoorns in de regio leefden. Maar aan de grenzen van Congo en de Centraal-Afrikaanse Republiek vond hij er geen meer.

De regering van Zuid-Soedan stond Vagner toe om zes noordelijke witte neushoorns te vangen en mee te nemen naar Dvur Kralove. Een van hen was een twee jaar oude stier die wereldgeschiedenis zou worden. Vagner noemde hem Sudan.

IV Bescherming

Op een avond in 2017 liepen Mwenda en een collega van de neushoornstallen in Ol Pejeta terug naar hun slaaphutten, toen ze achter hen een schot hoorden. Een blinde zwarte neushoorn, die extra beschermd werd, was doodgeschoten. ‘We waren bij hem tot 17.50 uur. Om 17.57 uur werd hij gedood. De stropers hadden elke stap die we zetten in de gaten gehouden. Als ze ons hadden willen doden, hadden ze dat makkelijk kunnen doen.’ De twee moesten de soldaten erbij halen, omdat ze zelf geen vuurwapen mogen dragen. ‘Toen we twintig minuten later terugkeerden, was de hoorn afgehakt en meegenomen.’

Het was het recentste in een lange reeks bloederige incidenten. Onder een prachtige boom die ook het logo vormt van Ol Pejeta, herinneren drie rijen van twaalf grafstenen daaraan. Met uitzondering van Sudan en Suni, de twee mannetjes die een natuurlijke dood stierven, zijn het vooral slachtoffers van stropers. ‘Carol, geboren op 15 juni 1980, gestorven op 2 december 2015: vrouwelijke zwarte neushoorn. Schoten gemeld in de avond van 2 december, karkas de volgende dag gevonden. Beide hoorns ontbraken.’ Op bijna alle stenen staat diezelfde zin: ‘Both horns were missing.’

De soldaten die het domein beschermen, verblijven naast de stallen van Najin, Tauwo en Fatu. Dag en nacht patrouilleren ze in het reservaat, negentigduizend hectare groot. Als we hen voor het ochtendgloren opzoeken, zijn de speurhonden net wakker en beginnen verschrikkelijk te janken. Tussen de bescheiden hutjes waar de mannen slapen klinkt gedempt gelach. Trots vertelt commandant Paul Ltereson dat in 2020 in heel Kenia geen enkele neushoorn werd gestroopt, terwijl in de rest van Afrika de afwezigheid van toeristen juist leidt tot meer incidenten. Het geheim? ‘In 2017 hebben we hier stropers kunnen tegenhouden. Ze hadden een strafblad en niet veel later waren ze – poef! – verdwenen’, zegt hij. ‘Afgeslacht als een geit op Mount Kenia, of in stukjes gehakt en aan de krokodillen gevoerd. Wie een neushoorn doodt, moet zelf worden gedood.’

Het conflict tussen mens en dier is van alle tijden, maar het is niet overal ter wereld hetzelfde eenzijdige verhaal van menselijke overheersing. Zo is de grootste biodiversiteit ter wereld te vinden in de riem rond de evenaar, waar ook de armste mensen van de planeet wonen. Door toenemende droogte en een groeiende bevolking wordt het er steeds moeilijker leven. Mordecai Ogada beschrijft in The Big Conservation Lie hoe natuurreservaten in Afrika vaak worden gerund door de witte kleinkinderen van Britse kolonialen die hier honderd jaar geleden zelf kwamen jagen op zeldzame dieren. ‘Ze spreken over dierenbescherming, maar het gaat nog altijd over hetzelfde: controle over ons Afrikaanse land.’ Voor Mwenda is het ook een persoonlijk verhaal. Hij begint binnenkort een ‘duurzame’ reisorganisatie en verlaat Najin en Fatu na elf jaar. Zo wil hij jongens uit zijn dorp in Meru, aan de andere kant van Mount Kenia, aan duurzaam werk helpen, zodat ze alternatieven hebben voor het kappen van kostbaar tropisch hardhout. Als we het dorp bezoeken, zien we een prachtig, vruchtbaar gebied. Groene theevelden strekken zich uit over de heuvels en achter de omheining begint een dikke ondoordringbare jungle die krioelt van het leven. ‘Je ziet ze niet, maar achter de lianen zitten de wilde dieren’, zegt Mwenda. ‘De olifanten kwamen vroeger onze voorraden vernielen. Ze aten alles op. Er bleef soms niets over van de oogst. En dus waren de wilde dieren onze vijand. Gelukkig kwamen er deze hekken met stroom erop. Nu hebben zij hun plek. En wij de onze. En kunnen we de relatie beetje bij beetje herstellen.’

Ook de vijftigduizend mensen die rond Ol Pejeta wonen leven grotendeels in armoede. Zodra het schemert, dansen lichtjes van dorpen en steden aan de horizon. In Kenia zijn de droogtes de afgelopen jaren toegenomen, de regens vallen niet meer zo regelmatig als voorheen. Vooral in het noorden van het land, maar ook hier, in het centrum van Kenia, vechten mensen tegen de hongerdood omdat ze geen water hebben en hun vee sterft. Masai-herders vallen andere etnische gemeenschappen aan, op slechts enkele kilometers van waar Najin en Fatu slapen. Of ze worden zelf aangevallen en beroofd. Het is niet ongewoon dat jonge mannen worden doodgeschoten.

Johnson, een twintiger uit de Masai-gemeenschap, werkte samen met Mwenda in Ol Pejeta, als gids, maar door het wegblijven van de toeristen tijdens de pandemie verloor hij zijn baan. Hij leidt ons naar zijn dorp in Laikipia, het gebied naast het reservaat. De vlaktes zijn kurkdroog en stoffig, de aarde is beenhard. Er vallen zelfs geen aardappelen en cassave meer te verbouwen, zegt Johnson. De weinige veedieren die overblijven zijn ezels en die mogen Masai niet eten; dieren met hoeven zijn volgens hun geloof niet voor consumptie bedoeld. De bomen zijn lang geleden omgehakt.

‘Als we voor het einde van het jaar een embryo kunnen inplanten hebben we over zestien maanden een nieuwe baby’

Hier is een traditionele gemeenschap aan het wegkwijnen, door klimaatverandering en gebrek aan leefruimte voor steeds meer mensen. De bruidsschat die Johnson heeft verzameld door in Ol Pejeta te werken, negen koeien, drie geiten, een ezel en een kameel, komt in gevaar. Hij heeft al heel wat geiten moeten verkopen en slachten om de familie te voeden. ‘Mijn Masai-naam is Marin’, vertelt hij. ‘Dat betekent “persoon geboren in een droog seizoen”. Nu zouden we al onze kinderen Marin kunnen noemen.’ Als we vragen of hij vuurwapens heeft, om te vechten in de oorlogjes om vee, antwoordt Johnson cryptisch en met een brede glimlach: ‘Dat is verboden.’ Een week voor ons bezoek werd een dorpsgenoot gedood tijdens een gevecht. ‘We hebben zijn lichaam ter plaatse begraven. Zo gaat dat hier: als je sterft, sterf je. Dan vergeten we je. Als je een vader bent, dan brengen we je terug naar het dorp voor de begrafenis, maar als je kinderloos bent, blijf je daar.’

Van hieruit lijkt Ol Pejeta een verboden oase, een paradijs voor dieren en toeristen, midden in een landschap met steeds minder middelen voor steeds meer mensen. Tien kilometer van Ol Pejeta ligt ook nog eens de grootste legerbasis van de Britten in Afrika. De voorsteden rukken op richting de neushoorns. Zodra het in het natuurpark schemert zie je in de verte hun lichtjes dreigend glinsteren. Het zet druk op de discussie over de legitimiteit van dierenbescherming versus de rechten van arme mensen in hun eigen land. Ol Pejeta is niet het product van een koloniale onteigening, maar was decennialang eigendom van een steenrijke Saoedische wapenhandelaar. Nu is het een stichting. Directeur Richard Vigne, zelf een nazaat van Britse kolonisten, heeft de omgeving in het reservaat geïntegreerd. Boeren kunnen hun dieren op het domein laten grazen. ‘Er wordt wel eens een koe opgegeten door een leeuw en sommige toeristen blijven weg omdat ze geen vee willen zien tijdens hun safari, maar uiteindelijk winnen beide partijen.’

V Herrijzenis

‘We zullen een nieuwe noordelijke witte neushoornbaby hebben in 2024’, zegt Thomas Hildebrandt. Hij is expert reproductieve technologie bij wilde dieren aan het Leibniz-instituut in Berlijn en leidt de race om de neushoornsoort alsnog van het uitsterven te redden. ‘Geen twijfel mogelijk. Met de levensvatbare embryo’s die we hebben zal het ons zeker lukken. Na dertig jaar ervaring heb ik een vrij goed gevoel over de slaagkansen. Als we zoals voorzien voor het einde van het jaar een embryo kunnen inplanten hebben we zestien maanden later een nieuwe baby.’

Het klinkt als pure sciencefiction, maar Hildebrandt en zijn team zijn absolute pioniers op hun vakgebied. Nooit eerder is het iemand gelukt om de eicellen van een neushoorn te bevruchten met bevroren sperma. Lang voordat ze wisten waarvoor ze het nodig hadden, namen ze sperma van de overgebleven stieren, voor het geval dat. Twee weken geleden trok de Duitse professor voor de zoveelste keer naar Ol Pejeta om eicellen te oogsten. Met een speciale staaf van twee meter lang prikte hij een klein gaatje in Fatu’s darmkanaal, dat aan de andere kant naar haar eierstokken leidt, om daar opnieuw levende cellen weg te zuigen.

Een helikopter vloog de oogst daarna onmiddellijk naar de luchthaven en van daar verder naar Cremona in Italië, naar het Avantea-laboratorium. Terwijl Fatu al lang weer onder de zon aan het grazen was, waren veertien van haar eicellen aan het rijpen in een petrischaaltje in Europa. Een paar dagen later bevruchtten de wetenschappers ze met het bevroren sperma van de in 2014 overleden noordelijke witte neushoorn Suni. Vijf van de cellen ontwikkelden zich tot een embryo. In totaal zijn er nu negen bevruchte embryo’s die in leven worden gehouden in vloeibare stikstof, in afwachting van de reis terug naar Kenia om met een lange staaf in de baarmoeder van een zuidelijke witte neushoorn te worden geïmplanteerd.

Training van jonge rangers

De mens is van nature gek op dieren. Toen Planet Earth II met David Attenborough uitkwam, werd het in Groot-Brittannië het tweede meest bekeken programma van het decennium. Alleen Bake Off deed het beter. Toch zegt het weinig goeds over de menselijke aard, vindt de 57-jarige Hildebrandt, dat de kostbare natuur eerst bijna moet verdwijnen voor we er de waarde van inzien. ‘Mijn generatie was arrogant en heeft veel vernietigd. Ik kan alleen hopen dat de jonge generatie verantwoordelijker zal omgaan met de grondstoffen die onze planeet biedt, anders zal de mens de 22ste eeuw niet meemaken.’ Hij wijst erop dat de procedure om de noordelijke witte neushoorn te redden miljoenen euro’s kost, die ook naar de scholing van kinderen en bescherming van andere dieren had kunnen gaan.

Ondanks het optimisme van de Duitser is het nog niet zeker of de embryo’s zich goed zullen nestelen in de baarmoeder van zuidelijke witte neushoorns. Om de slaagkans te vergroten, moeten de toekomstige draagmoeders om de tuin worden geleid met een speciaal stukje theater.

‘Kijk’, zegt Mwenda op onze laatste dag in Ol Pejeta. ‘Owen heeft zijn stal verlaten.’ De zuidelijke witte neushoornstier loopt voorzichtig zijn weide in. ‘Het is de eerste keer dat hij buiten komt sinds hij in november is aangekomen.’ Owen weegt meer dan drie ton, heeft een hoorn van anderhalve meter en werd al meerdere keren vader. Hij is de ideale dekstier.

Owen is gesteriliseerd, maar voelt daar niets van. Als de vrouwelijke neushoorns in zijn omgeving vruchtbaar zijn, zal hij dat meteen merken en het wijfje willen dekken. Dat brengt op zijn beurt de hormonen van het wijfje op gang. Onmiddellijk daarna moeten de embryo’s uit het laboratorium worden ingebracht met een staaf. Doordat er een natuurlijke daad aan te pas komt, maken de embryo’s minder kans om afgestoten te worden door neushoornkoeien. ‘We moeten er alles doen om deze soort te redden. Hele biotopen hangen ervan af’, zegt Hildebrandt. ‘Het is gek om te denken dat je de noordelijke witte neushoorn, geëvolueerd in totaal verschillende omstandigheden, zomaar kunt vervangen door de zuidelijke die daarvoor niet gemaakt is. Dat is als naar de maan proberen te gaan met een passagiersvliegtuig.’

Het doel van het team is om een gezonde neushoornbevolking te kweken die op eigen kracht kan groeien. Ook als het lukt om een paar gezonde baby’s te maken die de kneepjes van het neushoorn-zijn nog van Najin en Fatu kunnen leren, is er niet genoeg genetisch materiaal om de soort weer op te bouwen. Ze hebben maar sperma van vier stieren. Hildebrandt richt zich daarom op nog een tweede, meer spectaculaire methode: zijn team wil geslachtscellen maken van huidcellen, om daarmee nog meer embryo’s te maken. ’Onze critici noemen het Star Wars-wetenschap’, lacht Hildebrandt. Zijn team was in staat om de huidcellen te verzamelen van twaalf noordelijke witte neushoorns, waarvan acht vermoedelijk niet-verwante dieren, waaruit ze kunstmatige cellen willen maken. ‘Dat zou kunnen werken’, denkt de Duitser.

Hoe dat gaat legt stamcelonderzoeker Katsuhiko Hayashi, die deel uitmaakt van het team van Hildebrandt, uit in een artikel uit 2016. Uit de punt van één muizenstaart haalde hij met succes 3200 rijpe eicellen. Hayashi slaagde erin om 316 embryo’s te creëren, die zijn team in de baarmoeder van muizen implanteerde. Elf babymuizen werden daadwerkelijk geboren. Wetenschapper Micha Drukker slaagde erin om met de noordelijke witte neushoorn de eerste stap in dit proces te zetten: hij genereerde stamcellen uit huidcellen van de overleden neushoorn Nabire.

Maar zelfs het opbouwen van een gezonde bevolkingsgroep is niet het einde van de zorgen. Nadat de Californische condor, een zwarte, kale aaseter, in het wild uitstierf doordat hij vergiftigd werd door de loden balletjes die vastzaten in dode dieren, slaagden wetenschappers erin opnieuw een gezonde populatie te kweken. Maar de dieren werden in het wild nog steeds vergiftigd met loden kogels. Vandaag krijgt ongeveer tien procent van hen voortdurende verzorging.

Zo hebben de nakomelingen van Fatu en Najin, net als hun grootouders, een veilige leefomgeving nodig waar ze beschermd worden tegen stropers, anders zullen ze opnieuw verdwijnen.

Op onze laatste ochtend in Kenia is Mwenda van streek. ‘Ik heb gelezen dat wetenschappers het weer willen veranderen’, zegt hij. ‘Dat is niet goed, dat is voor God spelen.’ Maar spelen we ook niet voor God als we de noordelijke witte neushoorns willen terugbrengen? Mwenda knikt bedenkelijk en kijkt naar Fatu en Najin, die vredig grazen. ‘Misschien wel, maar als we een kans hebben om weer een baby te zien, moeten we het toch proberen.’

Deze reportage kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek