H.J.A. Hofland

Nog twee weken te gaan

Het eerste lijsttrekkersdebat bij Frits Wester heeft meteen de toon gezet. Goed, scherp, met de hele agenda. Spoorwegen, files, belastingen, al een beetje Irak, normen en waarden en Nederland vol, of niet. Daar was geen tersluikse voorbereiding voor de volgende consensus, behalve bij de heer Balkenende, bij wie het nu eenmaal in zijn CDA-DNA zit. Maar het werd goed gemaakt door zijn gezicht. Het geheel was een openbare les in gezichtsanatomie voor de kijker. Nazappend op zoek naar nabeschouwingen kwam ik terecht in het tv-bordeelnetwerk van de 06-lijnen.

Volgende debat, de heren Marijnissen en Zalm bij Rottenberg en Van Nieuwkerk. Nog beter. De man van de SP weet heel wat meer van buitenlandse politiek dan de liberaal. Maar die was intussen zichtbaar opgekalefaterd.

Bij het eerste debat dacht ik dat Zalm de Melkert van de VVD zou worden. Ook bij deze ontmoeting was daar de gezichtsanatomie, scherper zelfs dan de eerste keer. Het was pas zes januari! Nog meer dan twee weken te gaan. Na middernacht bleek de verkiezingsstrijd stilgelegd; het 06-bordeel hervatte de arbeid.

Waarnemers zien «Amerikaanse toestanden» ontstaan. Ja, de VVD heeft een spotje dat er niet om liegt. Dat kan ook het begin van een trend worden. Niet meer het partijembleem en een plichtmatig praatje in de zendtijd voor politieke partijen, maar in ongesluierde bewoordingen erop los. Daarmee is dan het begin van een nieuw soort escalatie gegeven. Zo komen de toestanden in zicht die werkelijk Amerikaans genoemd kunnen worden. De attack ads waarin de kandidaat niet alleen zijn verdienstelijke zelf laat zien, maar vooral ook het doopceel van zijn tegenstander licht, met harde bewijzen, om diens verwerpelijkheid aan te tonen. Dat kan ver gaan. Of zou dat tegen het herstel van de normen en waarden zijn? Dan, vind ik, moet je ook dat namiddernachtelijk bordeelwerk afschaffen.

Het wordt deze weken bewezen: de Nederlandse politiek polariseert op een manier zoals we in tientallen jaren niet hebben meegemaakt. Maar het is anders, het is een polarisatie in de televisiedemocratie. Het optreden van lijsttrekkers voor de camera, onder een geroutineerd voorzitterschap, jaagt de antagonisten op tot nieuwe hoogtepunten van duidelijkheid. Wie er dan ook in dergelijke ontmoetingen mag winnen, er wordt in ieder geval een slachtoffer steeds dieper begraven. Dat is de eertijds heilige Hollandse consensus. Althans, zo lijkt het voor het publiek.

De nieuwe televisieduidelijkheid betekent dat er een nieuw soort ijzersterke beloften wordt gedaan. Niet meer de programmatische die straks in een regeerakkoord zullen worden verwaterd, maar scherpe, simpele contracten met de kiezers waarop degene die belooft — zegt hij — straks «kan worden afgerekend». Het doet denken aan de kampioen veelbeloven Newt Gingrich die in 1994 met zijn Contract With America de stagnatie in Washington te lijf ging. Na zijn geweldige overwinning hebben we steeds minder van hem gehoord. Dat was toen, in de paradijselijke jaren negentig. Nu vraag je: wie was Gingrich?

In Nederland dient zich na de reeks grote debatten op 22 januari weer de werkelijkheid aan. En tien tegen één dat die nog veel gecompliceerder en rauwer zal zijn dan de werkelijkheid waarvan we vorig jaar omstreeks deze tijd afscheid dachten te nemen. Want daarna ontdekken we dat de oorzaken van de oude litanie onverminderd bestaan. Aan de treinen enzovoorts zijn we gewend. Maar er zijn twee problemen die groter zijn dan de rest, omdat ze een duurzame kwaliteit van ongrijpbaarheid hebben.

Het eerste is: Nederland is vol. Dat is het verkeerde uitgangspunt. Je kunt ook zeggen: in Nederland mag het nooit meer regenen. Nederland hoort samen met het hele Westen tot het gebied waar de armsten koste wat het kost heen zullen gaan. Ze blijven komen, als kwelwater sijpelen ze door de bedijkingen van onze steeds hermetischer wordende grensbewakingen en straatpolitie. Als het tot een oorlog met Irak komt, mogen we de troepen wel verdubbelen, en dan nog zal het niet helpen. De problematiek van het «vol zijn» valt niet op te lossen, niet hier en niet in Europa.

Er zijn drie vraagstukken: van de buitenlandse politiek, de integratie in westerse culturen en de demografie daarbinnen. In de buitenlandse politiek heeft het hele Westen tien jaar lang de rest van de wereld verwaarloosd, met een ongelooflijke nonchalance. Op het gebied van de integratie geldt voor Nederland hetzelfde. Daar kan het aan de Amerikanen een voorbeeld nemen. En in de demografische toekomst nadert voor het hele Westen de vergrijzing, waardoor er overal in deze samenleving hiaten zullen vallen. En die worden, hoe dan ook, gevuld. Het «vol zijn» is het eerste vraagstuk waarover we in de lopende debatten niets verstandigs horen.

Het tweede grote probleem is, vrees ik, toch weer dat wat we het vraagstuk van de «normen en waarden» noemen. Ik houd het simpel, ik ga u niet lastigvallen met een rijmpje. Weet alleen dat wij in de loop van een kwart eeuw ons tot een van de meest onbeschofte en onzindelijke volken ter wereld hebben gemaakt. Maar dat weet iedereen. Het echte probleem is dat maar heel weinig mensen voldoende zin en energie hebben om er iets aan te doen.

«De storm die door Nederland is gegaan, is nog niet uitgewoed», zei Wim Kok. «Er is meer aan de hand dan het fenomeen Fortuyn. (…) Nederland is plotseling gekanteld en het is nog niet in evenwicht.» Nu is het de vraag of na 22 januari weer de voorwaarden ontstaan om het zaakje recht te trekken. Of dat zich nieuwe krachten zullen aandienen om het verder te laten kapseizen.

Voorzover ik kan zien, zijn we door onze voorraad begaafde demagogen heen. De periode van opperste sensatie is voorbij. Als dat waar is en de internationale politiek zou ons met rust laten, zou dit kunnen betekenen dat Nederland, hoewel enigszins gepolariseerd, weer doorsuddert tot de volgende consensus is bereikt. Intussen wordt het «voller». Veelbelovers worden, als ze boffen, vergeten. Maar wie weet worden ze toch weer ontmaskerd. De nog altijd «verweesde» kiezer komt verhaal halen, en dan krijgt Wim Kok gelijk.