Nogal simpel

Wat ik dan weer opvallend vind, is dat mensen die voortdurend zeuren dat er in een toneelstuk of een boek of een televisieprogramma te weinig ‘diepgang’ zit (waarmee ‘inhoud’ wordt bedoeld) in hun kritiek meestal aan de oppervlakte blijven.

Omdat ik recensies knip, zou ik daar tal van voorbeelden van kunnen geven, maar ik kan weinig citeren omdat je de hele kritiek in ogenschouw zou moeten nemen.

Je kunt uren discussiëren over vorm en inhoud die natuurlijk nu eens alles en dan weer niets met elkaar te maken hebben, maar je merkt dat door de moedwillige beknoptheid van een oordeel (de krant heeft namelijk maar een beperkt aantal woorden over voor een recensie) de criticus iets kiest en dan het tekort van het een verklaart door het andere te definiëren.

‘Dit boek lijkt meer op een filosofisch essay dan op een roman.’ (In een roman hoort geen filosofisch essay.)

‘Deze roman is meer een jongensboek dan dat het werkelijk iets wil zeggen.’ (In een roman moet je iets willen zeggen.)

De criticus zoekt een reden om uit te drukken wat hem niet aan het kunstwerk beviel.

‘Slecht geschreven, hij herhaalt veel, zonder dat het indruk maakt.’

‘De herhalingen zorgen voor een bijna mystieke spanning.’

Het gebrek aan ‘diepgang’ hoort tegenwoordig tot de ernstigste verwijten. Maar nooit lees ik waar die diepgang uit zou moeten bestaan.

Ik heb voor mezelf wel een idee. Ik hou van boeken waarin mensen keuvelen met veel subtekst, maar tegelijkertijd wil ik ook over ‘ideeën’ lezen en wil ik in dialogen of monologen filosofische essays tot me nemen.

Ik noem twee inspirerende boeken als voorbeeld die ver uit elkaar liggen.

De Toverberg van Thomas Mann en The Fountainhead van Ayn Rand.

Ik zou over beide boeken twee totaal verschillende recensies kunnen schrijven waarin ik welgemeend mijn argumenten onderbouw. Ik zou van beide boeken kunnen betogen dat de schrijvers niets van dialogen begrijpen, dat ze geen gevoel voor verhaal hebben en dat hun boodschap nogal simpel is. Ik zou dat kunnen illustreren met sterke voorbeelden.

Maar ik kan met evenveel kracht het tegenovergestelde beweren. De lange idiote monologen van Ayn Rand zijn fantastisch en de vaak oeverloze discussies tussen Settembrini en Castorp inspireren me nog steeds. Ik zou beide boeken kunnen wegzetten als kitsch of grote kunst.

Hebben beide boeken ‘diepgang’? Ja en nee. Je zou van beide boeken kunnen zeggen dat ze oppervlakkig van inhoud zijn. Of dat ze heel ‘diep’ zijn.

Over ‘diepgang’ kun je volgens mij maar twee dingen beweren.

  1. De diepgang wordt bepaald door de kwaliteit van de recensent en diens kwaliteit wordt bepaald door de invloed die hij heeft.

  2. De diepgang wordt bepaald door de invloed die een kunstwerk heeft.

In beide regels komt inderdaad het woord invloed voor.

Ik heb zo vaak meegemaakt dat een boek, een toneelstuk, een schilderij ‘slecht’ werd besproken, maar dat de invloed die het had groot was. En omgekeerd: goede recensies over boeken die niets deden.

Aan films kun je dit het best zien. Onlangs doorliep ik voor een artikel een grote stapel recensies over de films van Woody Allen. Er waren maar heel weinig goede recensies bij – toch denk ik dat Woody Allen op de Nederlandse literatuur (Grunberg bijvoorbeeld) en de Nederlandse film (Eddy Terstall) veel meer invloed heeft gehad dan de films van Almodóvar die bijna altijd heel goed gerecenseerd zijn.

Recensies zijn een objectief keurmerk van een subjectief geweten over een eeuwig kunstwerk. Vandaar ook dat bijna niemand meer een recensent kent van honderd jaar geleden, maar bij iemand als Multatuli klingelt er nog steeds een belletje.

Diepgang bestaat. Het wordt beschenen door lampen van deze tijd en die kunnen soms een heel ander licht op een kunstwerk werpen.