Nominatie

Niet genomineerd! Ik ben niet genomineerd! Toen ik vanochtend bevend de straat opging kon ik mijn geluk niet op. Op het multi-o-de-control-scherm dat vanaf het einde van de straat goed te zien was lekte een droef en reusachtig gezicht. En dat was zeker het mijne niet. Onder het gezicht flikkerde het getal 309 in kopergrijze tinten. Meer dan driehonderd nominaties! Zo'n hoog cijfer was dit jaar nog niet voorgekomen. Ik baande me een weg door de menigte en begon honderden handen te schudden. De genomineerde van de maand scheen een blanke veertiger te zijn die halverwege de straat woonde en een appartement deelde met een donkere Euraziaat. Ik had wel eens op hem gezapt maar kon me weinig van zijn gangen en gewoontes herinneren. In ieder geval was ik niet verantwoordelijk voor zijn nominatie en ook dat was een opluchting. Ik stemde al vier maanden, tevergeefs, op mijn bovenbuurman die sinds mei aan astma leed, wat bij het copuleren in een ongekende en hinderlijke herrie uitmondde.

Plots werd ik door de niet-nominatiekoorts bevangen, praatte luid, schudde nog meer handen en drukte mensen tegen mijn borst. Totdat ik me realiseerde dat mijn uitbundigheid volgende maand tegen me zou kunnen werken. Iemand die in het openbaar blijk geeft van zijn opluchting na de nominatie van een ander, kan iets verbergen en is dus verdacht. Ik merkte dat mensen vreemd naar me begonnen te kijken. Ik dacht aan vers 51 van het vierde epos van Georges KleinBroer: ‘Wie niet verraden wil worden moet zich zelf niet verraden.’ IJskoud bloed stroomde door mijn aderen. Ik versteende en deed mijn best zo onverschillig doch vriendelijk mogelijk over te komen. Links en rechts hoorde ik mensen onverschillig en vriendelijk met elkaar converseren. Zoals gewoonlijk hield iedereen zich van de gekke en zo was er niemand te vinden die openlijk toegaf voor de genomineerde te hebben gestemd. Wel wisten toevallig ongeveer driehonderd straatbewoners waarom de man van het appartement deze maand was verraden. Het scheen dat hij de laatste tijd zijn ambities niet meer kon verdoezelen. Men zag hem in een splinternieuwe auto rijden, hij vergat zijn buren onverschillig en vriendelijk te begroeten en in zijn keuken zag men hem ingewikkelde exotische maaltijden bereiden. Bovendien had hij in zijn slaapkamer sterk erotica-evocerende prenten opgehangen.
Vroeger moest je op geruchten en kwaadsprekerij afgaan om iemand te nomineren. Maar sinds 2034 waren alle woningen met vierentwintig camera’s geëquipeerd. Niets van je huiselijke doen en laten kon de straat ontgaan. Op je beurt beschikte je sinds die tijd over een zappaneel waar je iedere straatbewoner tot in zijn toiletruimte kon volgen. Zodoende waren de nominaties eerlijker geworden: ze berustten op concrete informatie. De kunst was om zo min mogelijk op te vallen, iedereen te vriend te houden, naar Langs de lijn te luisteren, glad en aimabel te praten zonder ooit een gewaagd standpunt in te nemen. Toen de camera’s en het zappaneel nog niet bestonden, in november 2031 om precies te zijn, ben ik hoofdverantwoordelijk geweest voor een nominatie. Het ging om een collega die op mijn afdeling een flitsende carrière maakte. Hij was mooi, jong, sterk en intelligent. Over hem heb ik wel duizend geruchten verspreid. Na zes maanden kreeg hij het recordaantal van 567 nominaties. Ik sliep drie nachten niet lekker.
Vanochtend was er ook slecht nieuws. Op het multi-o-de-control-scherm verscheen, afgewisseld door het reusachtige gezicht en wat reclameboodschappen, een mededeling in felle kleuren die door een brullende voice-over werd versterkt. Onze straat was uitgekozen om volgende maand op het nationale zapnet te worden aangesloten. Het betekende 24 miljoen potentiële watchers dagelijks bij je in bed en aan je tafel, wat niet het ergste was. Het ergste was dat alle andere straten uit het land over de volgende nominatie mee zouden mogen stemmen. De menigte werd stil. Op dat moment reed de vuilniswagen van de nominatiepolitie onze straat in. De genomineerde werd opgehaald en in de laadbak gegooid. Het voorval trok geen aandacht want het nieuws van de aanstaande landelijke connectie was als een bom ingeslagen. Ik trok mijn stropdas recht en zag hoe een indrukwekkende stoet zich voor de deur van de kapper opstelde.