Prins Igor

Noodlottige heersers

Het kan geen toeval zijn dat vlak bij elkaar in Amsterdam het droeve lot te zien is van twee Russische vorsten, de laatste en misschien de allereerste. In de Hermitage toont een grote tentoonstelling het einde van de Romanovs en legt daarbij de nadruk op de vele fouten die de laatste tsaar Nicolaas II heeft gemaakt. De Russische Revolutie wordt onafwendbaar, omdat hij het lijden van zijn volk niet zag. In de Stopera is het juist een episode uit het mythische begin van de Russische geschiedenis. De opera Prins Igor van Alexander Borodin (1833-1883) beschrijft de ellendig verlopen veldtocht in 1185 van vorst Igor (‘prins’ lijkt mij een verkeerde vertaling uit het Engels). Hij heerst in een vorstendom ten noordoosten van Kiev, en trekt op tegen de Polovtsen, plunderende Turkssprekende nomaden uit het Oosten.

Medium opera
Ildar Abdrazakov als prins Igor en dansers in de opera Prins Igor © BAUS / DNO

Alexander Borodin was een duizendpoot: arts, beroemd scheikundige, een sociaal bewogen man. Als componist was hij een amateur, maar hij maakte deel uit van het ‘machtige zootje’, een beroemde groep componisten, onder wie Moessorgski en Rimski-Korsakov, die zich wilden baseren op Russische volksmelodieën. Borodin schreef zelf het libretto voor zijn opera, gebaseerd op het twijfelachtige middeleeuwse Igorlied. Na achttien jaar was zijn opera bij zijn dood nog niet af. Het werk werd voltooid door Nikolaj Rimski-Korsakov en diens leerling Alexander Glazoenov.

Voor de voorstelling van De Nationale Opera, een coproductie met The Metropolitan Opera New York, werd een nieuwe, meer authentieke versie gemaakt. Door de tegenstellingen daarin komt nog meer naar voren dat vorst Igor alle ellende aan zichzelf te danken heeft. Hij gaat de strijd aan met overmachtige oosterlingen ondanks kwade voortekenen (zoals de zonsverduistering van 1 mei 1185, die in elk geval wel historisch is). De rest van de opera betreurt Igor (de prachtig zingende en spelende Russische bas Ildar Abdrazakov) zijn fouten. In grote zwart-wit close-ups zien we hem lijden. Misschien is het vervolg een visioen, een door regisseur en decorontwerper Dmitri Tcherniakov vormgegeven oneindig klaprozenveld dat doet denken aan die hopeloze Eerste Wereldoorlog, waar de uniformen en andere kostuums ook aan zijn ontleend.

Zijn genereuze tegenstander Khan Kontsjak (Dmitri Ulyanov in een bijzondere dubbelrol, hij speelt ook de verraderlijke zwager van Igor) biedt hem een bondgenootschap aan, wat hij afwijst. Tussen de klaprozen duiken jeugdige, schaars geklede jongens en meisjes op voor de Polovtser dansen, veruit het populairste deel van de opera, hier erg mooi en kwetsbaar gechoreografeerd door de Nederlands-Israëlische Itzik Galili.

Een spannende voorstelling, lang en groots, met vaak veel mensen op het toneel en soms massief klinkende muziek. Maar het Rotterdams Philharmonisch Orkest laat onder dirigent Stanislav Kochanovsky horen dat het de twaalf jaar met Valery Gergiev nog niet is vergeten. En het machtige koor van De Nationale Opera excelleert in vele formaties.

Het einde is subtiel. Igor is gevlucht uit gevangenschap en teruggekeerd in de chaos van zijn overwonnen en verwoeste stad. Daar sjouwt hij nederig met deuren en planken om, wie weet, te bouwen aan een nieuwe toekomst voor wat ooit Rusland moet worden.


Prins Igor, t/m 26 februari in Nationale Opera & Ballet, Amsterdam; operaballet.nl. 1917, Romanovs & Revolutie: Het einde van een monarchie, t/m 17 september in de Hermitage Amsterdam; hermitage.nl