© Olivia Ettema

Deze maand presenteerde de Europese Commissie ‘de allereerste EU-strategie ter bestrijding van antisemitisme en ter bevordering van het joodse leven’. Het is een programma dat bol staat van de goede bedoelingen en dat mag ook wel want het is er in de afgelopen tijd niet beter op geworden. Alles wat ooit tot het klassieke antisemitisme werd gerekend – de jood als kwalijke macht achter de macht, als kosmopoliet zonder loyaliteit, als vergiftiger van bronnen, als antichrist en kapitalist – is in een nauwelijks ander jasje weer volop aanwezig en behalve lippendienst aan Europese, humanistische en democratische waarden wordt er weinig aan gedaan. Joodse begraafplaatsen en gebouwen worden sinds 1945 stelselmatig beklad, wie zo onverstandig is om zijn kinderen naar een joodse school te sturen ziet ze daar achter gewapende bewaking de klas in verdwijnen en er is geen synagoge zonder eigen veiligheidsfunctionarissen. Dat gaat zo al vele, vele, tientallen jaren lang. Misschien dat ik er daarom ook even van opkeek dat de Europese Commissie deze maand haar ‘allereerste’ strategie publiceerde. De allereerste? Nu in Hongarije het antisemitisme door de staat wordt gesanctioneerd? (Ik aarzel om het woord ‘aangemoedigd’ te gebruiken.) De allereerste? Terwijl antisemitische spreekkoren op voetbaltribunes eerder regel dan uitzondering zijn en steeds worden afgedaan met:‘ze bedoelen het niet zo’? De allereerste? Terwijl in kerken en moskeeën met de regelmaat van de klok antisemitische teksten klinken, terwijl in de Tweede Kamer de shoah wordt gebagatelliseerd en een Kamerlid tegen joodse organisaties zegt: ‘de oorlog is niet van jullie’?

Maar het is een begin, die allereerste strategie, hoewel ik de Europese Commissie nog niet zie afreizen naar premier Orbán om hem eens te zeggen dat hij moet ophouden het antisemitisme in zijn land aan te moedigen en te sanctioneren.

Ondertussen kijk ik naar ons eigen land, waar anti-vaccinatiedemonstranten zichzelf davidssterren opspelden, die zij ‘jodensterren’ noemen. Ze vergelijken de positie van de ongevaccineerde, die bijna overal kan gaan en staan, met die van joden in de Tweede Wereldoorlog, die bijna nergens mochten gaan en staan. ‘De tweedeling’ in de samenleving waarover zij spreken gaat over al dan niet met een vaccinatiebewijs, hun ‘jodenster’, een café bezoeken of naar een festival gaan. Mijn moeder, als ik die er weer eens bij mag halen, mocht niet naar school, ze mocht niet in overheidsdienst werken of met een kraam op de markt staan, als ze een bedrijf had zou haar dat zijn afgenomen, ze mocht niet naar de bioscoop, ze mocht geen bloeddonor worden, aan cafés hing een bordje ‘Voor Joden verboden’, als ze musicus was zou ze uit haar orkest worden gezet, ze mocht geen lid worden van een vereniging, zonder toestemming kon ze niet verhuizen of reizen, ze mocht geen vervoermiddel bezitten of besturen, ze mocht niet in het stadhuis trouwen, ze mocht geen rekening hebben bij de postgiro, ze mocht niet meer vissen, geen lid zijn van een sportvereniging en ze had haar fiets moeten inleveren. Telefoneren was ook verboden, evenals bij niet-joden op bezoek gaan of in een kapsalon komen en in Den Haag was het haar niet toegestaan op publieke banken plaats te nemen. Het kan aan mij liggen, maar in mijn wereld is dat erger dan een vaccinatiebewijs moeten tonen als je een café binnen wil. Ik kan op geen enkele manier, en ik ben de welwillendheid zelve als het gaat om de gekte van anderen, ook maar de minste overeenkomst vinden. Maar goed, ik ben een jood en zoals iedereen weet zijn de joden zo niet de bedenkers dan toch de verspreiders van ‘het virus’ of op zijn minst degenen die er aan verdienen.


De jodenhaat neemt wereldwijd toe. De Groene deed eerder onderzoek naar online antisemitisme.


Het gaat anti-vaccinatiedemonstranten niet om een redelijke vergelijking met de jodenvervolging uit de Tweede Wereldoorlog. De hyperbool wordt niet gehanteerd om een punt maken, want voor hen is de vergelijking geen hyperbool. Dat meer dan tachtig procent van de Nederlandse joden na alle aanvankelijke maatregelen werd vermoord is voor hen niet relevant. Ze stellen hun zelfgekozen kleine ongemak gelijk met de grote schande van de Europese geschiedenis omdat joden in hun wereld niets voorstellen. Ze dienen een doel. Om hun punt te maken. Als de allerzwaarste schok op de schaal van verontwaardiging.

Dat gaat verder dan deze pandemie.

Als de jood niet zou bestaan, dan zou iemand hem hebben uitgevonden, om het onverklaarbare te verklaren, als het magnetische noorden voor schuld, om orde te zien waar ogenschijnlijke chaos heerst. De jood is de schim die ten grondslag ligt aan ongewenste causaliteit. Als er iets gebeurt dat te groot is voor het bevattingsvermogen, wat niet verklaard of geaccepteerd kan worden, dan moeten er onbekende krachten zijn aan wie dat toegeschreven kan worden. En zo, als twee vliegtuigen zich in de Twin Towers boren, kun je je kont niet keren of het gerucht doet al de ronde dat op die dag alle joodse werknemers van die torens thuisbleven en we weten allemaal waarom. Je hoeft alleen maar naar het 9/11-monument te gaan en de namen van de slachtoffers te lezen om te zien dat het tegenovergestelde waar is, maar dat doet er niet toe. Het gaat om het idee dat zo iets groots niet simpelweg de daad kan zijn van een handvol amateurs met een paar uur vliegles. Er moet er iets achter zitten. Iets is iemand. Iemand is een jood. George Soros, bijvoorbeeld. Soros, die in de afgelopen decennia is uitgegroeid tot de jood aller joden, de oerjood die overal achter zit, van pizzagate tot de economische problemen van half en geheel dictatoriale staten, van pandemie tot verkiezingsfraude, van Black Lives Matter tot lgbtiq, om te zwijgen van de verdrijving van de blanke mens uit zijn habitat. In Soros komt alles samen: de Protocollen van de Wijzen van Zion, de antichrist (zoals Trumps adviseur Rudy Giuliani hem noemde), de kosmopoliet. Oude, zeer oude vormen van antisemitisme. Vormen die nooit zijn weggeweest. Ze waren alleen een beetje taboe toen Hitler wat te veel joden vermoordde. Maar nu zijn ze weer terug en moeten de joden niet zo zeiken. Over de oorlog, bijvoorbeeld, zoals Thierry Baudet zegt, als hij het woord holocaust tussen aanhalingstekens plaatst en verklaart: de oorlog is niet van jullie. De joden, bedoelt hij. Baudet zat hier overigens even helemaal op een lijn met de Nederlandse overheid, die na 1945 op exact hetzelfde standpunt stond en daarom gedenktekens voor de 102000 weggevoerde joden onwenselijk vond en verder meer bezig was met het innen van niet-betaalde belastingen ‘tijdens uw verblijf in Polen’ dan met de teruggave van gestolen goederen. Baudet als een uitzondering beschouwen, dat is pas gevaarlijk.

De oorlog is niet van julie. Daarmee wordt bedoeld dat joden te veel aandacht opeisen en daaronder ligt weer het niet uitgesproken maar wel bedoelde: alsof jullie zelf zoveel beter zijn. Daaruit volgt het enorme plezier waarmee Israël een apartheidsstaat wordt genoemd, pleger van oorlogsmisdaden, leverancier van soft- en hardware waarmee kwalijke dingen worden uitgehaald. Dat Israël een land is waar joden wonen maar niet gelijkstaat aan ‘de joden’ is blijkbaar een moeilijk concept, een pervers pars pro toto dat voor andere bevolkingsgroepen niet schijnt op te gaan. Ik heb tenminste nog nooit gehoord van een door een katholiek bestierd restaurant waar de ramen worden ingegooid uit verontwaardiging over het pedofilieschandaal binnen de katholieke kerk. Als je daarentegen gefillte fish op je menu hebt staan kan dat zomaar wel gebeuren. En nog even over die merkwaardige fascinatie voor ‘de slechtheid’ van Israël. Destijds, toen de falangisten, gadegeslagen door het Israëlische leger, twee vluchtelingenkampen in Libanon binnenvielen en enkele honderden – waarschijnlijk zelfs duizenden – ombrachten, schreef de hoofdredacteur van de Drentsche en Asser Courant dat hij dit van de joden, die in de oorlog zelf zoveel hebben meegemaakt, niet had verwacht. Ik schreef als freelancer stukjes voor die krant, maar deze keer hield ik het bij een ingezonden brief waarin ik de hoofdredacteur vroeg wat de Tweede Wereldoorlog te maken had met de gebeurtenissen in Libanon en of hij soms dacht dat de holocaust was bedoeld als een soort therapie voor het joodse volk opdat het zelf maar nooit zo zou worden als andere mensen. Die brief kwam merkwaardig genoeg niet in de krant.

Antisemitisme mag dan niet gelijk staan aan antizionisme, maar de fascinatie voor een klein landje als Israël is verbazingwekkend. Een aantal jaren geleden zat ik een televisieprogramma waar het toen ook al nieuwe antisemitisme werd besproken. Israël kwam voorbij. Of de situatie daar er ook iets mee te maken had. Ik vroeg waarom een aanleiding in Israël werd gezocht. Alsof er een logische verklaring was voor, noem maar op: grafschending in Assen, bedreiging in Amsterdam, anti-joodse teksten op lantaarnpalen in Enschede. Alsof de joden het eigenlijk toch ook wel een beetje aan zichzelf hebben te danken. ‘Waarom’, vroeg ik de presentator, ‘gebeurt dit nou nooit met China, of Rusland?’ ‘Daar gaat het nou niet om’, zei de presentator.

Het gaat er het nooit om. Bijvoorbeeld in het geval van Sally Rooney, die haar boek niet in een Hebreeuwse vertaling wil laten verschijnen vanwege de onderdrukking van de Palestijnen. Haar werk wordt wel, door een Chinese staatsuitgeverij, in China gepubliceerd en in Rusland. De onderdrukking van de Oeigoeren en de annexatie van Tibet is blijkbaar van een andere orde dan de deplorabele situatie van de Palestijnen, net als de gifmoorden die het Russische regime pleegt niet mee tellen, de uitsluiting van ongewenste politici, de gewapende steun van Rusland aan het Syrische regime. Roger Waters, prominent lid van Pink Floyd en nog prominenter aanhanger van de BDS-beweging, trad op in China, maar Israël is een brug te ver. Het lijstje met selectieve verontwaardiging zal nog langer zijn, denk ik. Niemand die mij kan uitleggen waarom Israël zo anders wordt behandeld en bekeken dan China, Rusland, Brazilië of al die andere landen waar het mis is. Maar daar gaat het natuurlijk niet om.

De fascinatie voor Israël en de politiek die daar wordt gevoerd – waar ik het hartgrondig mee oneens ben – is de fascinatie voor de jood. Er is iets waardoor musici, schrijvers en andere kunstenaars wel kunnen afreizen naar landen die zeer laag scoren op de humanitaire-waarden-schaal, maar Israël ontwijken. Dat is wat het perverse genot veroorzaakt als Israël wordt verweten de nazi’s voor de Palestijnen te zijn, als wordt gezegd: jullie doen hetzelfde als wat jullie is aangedaan. Het is een twee-vliegen-in-één-klap-analogie: de joden zijn niet onschuldig want ze zijn zelf ook zo en de nazi’s waren niet veel schuldiger dan anderen want zie wat de joden doen. Nee, Israël is niet ‘de joden’, maar heel vaak, te vaak, is het dat ook wel. Zeker als de retoriek over het Israelische beleid al dan niet bedekt naar de shoah verwijst.

Dat gaat allemaal veranderen nu de Europese Commissie die ‘allereerste EU-strategie ter bestrijding van antisemitisme en ter bevordering van het joodse leven’ heeft bekendgemaakt, hoewel ik word bevangen door een mengeling van scepsis en meewarigheid als ik die bekendmaking lees. Bijvoorbeeld dat de Commissie een jaarlijks ‘civil society forum on combating antisemitism’ zal organiseren waarin ‘vertegenwoordigers van de Commissie en joodse gemeenschappen, maatschappelijk betrokkenen en andere stakeholders bijeenkomen om links te scheppen en het effect te maximaliseren van gezamenlijke acties…’ Of dit: de Europese Commissie zal ‘de inspanningen van lidstaten steunen in het ontwerpen en implementeren van nationale strategieën om antisemitisme of discriminatie te bestrijden door het Technical Support Instrument en die tegen het einde van 2023 evalueren’.

De cynicus in mij zucht en steunt, hij zegt: ga naar Hongarije, Ursula von der Leyen, en zeg Orbán dat hij zijn bek moet houden. Hij zegt: ga naar Slovenië en vertel premier Janez Janša dat hij een antisemitische klootzak is en geen geld meer krijgt als hij niet ophoudt complottheorieën te verspreiden over George Soros. Ga naar Mark Rutte en vraag hem hoe het mogelijk is dat een antisemiet als Thierry Baudet zijn bek kan opentrekken en niet wordt gedisciplineerd als hij zich in of buiten het parlement schuldig maakt aan antisemitisme.

Maar dat zal niet gebeuren. Er komen conferenties, praatgroepen, er worden strategieën bedacht en geïmplementeerd en natuurlijk geëvalueerd. Er komt, laat ik het zo zeggen, werkgelegenheid voor jonge en frisse ambtenaren die geschoold zullen worden in mooie woorden en ambtelijke hulpeloosheid. Zo was en zo zal het zijn. Net als antisemitisme.