Interview Lodewijk de Waal

«Nooit de politiek in»

De jaren van hosanna over het poldermodel zijn voorbij. Bovendien morrelt de VVD aan de invloed van de vakbond. Lodewijk de Waal over Paars, over de PvdA, over de wao en over zijn FNV. «De vanzelfsprekendheid van een vakbondslidmaatschap is verdwenen.»

Op kritiek reageer je niet. Die gewoonte in de politiek was de voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) even vergeten toen hij, nu alweer enkele weken geleden, geconfronteerd werd met de kruistocht tegen de vakbeweging van VVD-kamerlid Geert Wilders. Witheet kondigde de CNV-voorzitter aan zijn bloedig bediscussieerde CAO’s dan alleen nog maar voor vakbondsleden te laten gelden, het einde van de zogeheten «algemeen verbindverklaring». Wilders’ twijfels over de representativiteit van de vakbond — de ledenaanwas houdt de groei van de werkgelegenheid niet bij — was de vakbondsbestuurder in het verkeerde keelgat geschoten. «Al hadden we nul leden, dan nog is ons bestaan en werk gelegitimeerd», zei Terpstra nog.

Met tegenzin beloofde minister Vermeend (Sociale Zaken) aan de hand van harde cijfers de Tweede Kamer inzicht te geven in de representativiteit van de Nederlandse sociale partners. Ruim een kwart van de werknemers is lid van de bond, bleek daaruit. En iets meer dan de helft van de Nederlanders heeft een redelijk tot groot vertrouwen in vakbonden. Hiermee leek de kou uit de lucht, maar Wilders, inmiddels gesteund door Bert Bakker, de vice-fractievoorzitter van D66, vervolgde afgelopen maand zijn campagne met een ingezonden stuk in NRC Handelsblad. In zijn artikel «Stop de vakbondsmacht» stelde Wilders wederom de vraag waarom driekwart van de werknemers geen lid is van een vakbond, maar wel voor het overgrote deel vastzit aan een door de bond afgesloten CAO. Wilders hekelde de regenteske reactie van de vakbeweging op zijn pogingen een discussie op gang te krijgen. Het zou «de vakbeweging sieren een discussie over haar representativiteit en legitimiteit niet meteen te belasten met een conservatieve veranderingsontwijkende houding die slechts gebaseerd lijkt op het feit dat men haar onevenredig grote invloed en macht niet wil verliezen», schreef Wilders.

De voorzitter van de grootste vakbond hield zich meer gedeisd. Lodewijk de Waal, nu bijna vier jaar bovenbaas van de vakcentrale FNV, riep zijn collega Terpstra tot de orde en vervolgde zijn werk. De discussie over representativiteit zint hem niet, maar een reëel probleem is er. Dat weet De Waal, en om alle critici vóór te zijn, geeft hij van tijd tot tijd dan maar zelf een inventarisatie van die problemen. Dat deed hij onlangs nog in zijn nieuwjaarstoespraak, de eerste in tijden waarin ook in absolute getallen geen ledengroei gemeld kon worden.

Lodewijk de Waal: «Die representativiteitsdiscussie keert af en toe terug. Ik ben er laconiek over. Maar het blijft vervelend als iemand van buiten met zoiets komt terwijl wij bezig zijn met vernieuwing. Je moet in het defensief, je omdraaien en een bokshouding aannemen. Daar heb ik geen zin in. Als meneer Wilders lid is, dan kan hij op de ledenvergadering over onze koers meepraten. Natuurlijk, de politiek mag best af en toe kijken of ze ons representatief vindt. En hoewel ik de politiek doorgaans wantrouw, ga ik dat debat dan met veel vertrouwen tegemoet. De overgrote meerderheid in de Kamer wil immers zaken met ons doen. Maar deze man heeft gewoon een grote hekel aan de vakbeweging. Hij denkt: waar bemoeien die proleten zich mee?»

Wilders’ strijd wekt bevreemding. De VVD is immers nog altijd in haar nopjes met het in 1982 afgesloten Akkoord van Wassenaar, waarin de basis werd gelegd voor de polder economie die de laatste jaren zo geprezen werd. Bij de totstandkoming van die overeenkomst tussen werkgevers en werknemers had de vakbond een organisatiegraad die, becijferd naar wat tegenwoordig bij de beroepsbevolking wordt gerekend, ongeveer gelijk is aan de huidige 27 procent. De Waal ontgaat de logica. «Toen waren we representatief en nu zijn we dat niet meer? We hebben er duizenden leden bij gekregen, dat kunnen politieke partijen niet zeggen. Ruim de helft van de Nederlanders heeft vertrouwen in de vakbond. Ook dat kunnen maar weinig politieke partijen zeggen. En hoeveel mensen hebben er eigenlijk vertrouwen in meneer Wilders?»

Het is dat vermaledijde poldermodel. De jubelstemming is voorbij. Maar in Nederland beland je dan meteen weer in het andere uiterste, ervaart De Waal. «Het is óf allemaal hosanna, óf één doffe ellende.» Het is ook een rotwoord, «poldermodel». Dat vond hij altijd al. De Waal: «Volgens mij is het verzonnen door Bolkestein.»

Hoe dan ook, het imago van de vakbond heeft scheurtjes opgelopen. «De vakbeweging oogt in de moderne tijd als een dinosaurus», schreef Elsevier onlangs. Ingrijpende veranderingen in het bedrijfsleven zijn aan de bondsbestuurders voorbijgegaan, meldde het weekblad. Waar individuele beloningsregelingen schering en inslag zijn, komen FNV en CNV steeds maar weer met CAO’s, waarin de C nog altijd voor «collectief» staat. De organisatiegraad daalt en het ledenbestand vergrijst. Dat er veel leden ouder dan 45 zijn, daar is volgens De Waal niets mis mee. Wat wél mis is, is de aanwas daaronder: van allochtone werknemers is slechts twintig procent lid van de bond. «De meeste mensen zullen daar nog best van opkijken, maar ik vind het toch te weinig.» En dat geldt ook voor parttimers, herintreders, jongeren en in mindere mate vrouwen. «Vrouwen hebben de vakbeweging gered», zegt De Waal.

«We organiseren er meer dan mensen als Wilders denken, maar het blijft onvoldoende. Vroeger kwam je in de dertig jaar dat je ergens werkte altijd wel iemand tegen met een aanmeldingsformulier. Jonge mensen wisselen nu vaker van baan en komen dat actieve vakbondslid niet meer zo snel tegen. Het is niet zo dat we onaardig gevonden worden, maar het idee dat mensen lid moeten worden is er niet meer. Het is onverschilligheid. De vanzelfsprekendheid van een lidmaatschap is verdwenen.»

En nieuwe sectoren als de IT vragen ander vakbondswerk, dat vooralsnog betaald moet worden «door de meisjes die achter de kassa zitten bij Albert Heijn». In de individualistische wereld van de nieuwe media is het gauw rijk worden, vaak ten koste van minder presterende collega’s. Wie daar CAO’s wil afsluiten moet van goeden huize komen. De Waals collega Cor Inja (hoofd afdeling Arbeid) brak een lans voor prestatieloon en aandelen- en optieregelingen — individuele mogelijkheden binnen een collectieve arbeidsovereenkomst. De Waal deelde die mening niet. Maar, vindt hij, zijn mensen moeten minder bang zijn om dingen te roepen die niet stroken met FNV-beleid. Voormalig PvdA-voorzitter Felix Rottenberg is door een van de FNV-bonden als adviseur aangetrokken en «zolang ze ’m niet voor ledenwerving inzetten» vindt De Waal dat best. Rottenberg liet echter weten dat het de vakbeweging ontbreekt aan «intellectueel debat». De FNV-voorzitter: «Ik ben het er niet mee eens dat juist Rottenberg zoiets zegt, maar hij heeft wel gelijk. Er mag meer gedebatteerd worden. In het debat over de dingen waar wij dagelijks mee bezig zijn, hoor ik nu vaker we ten schappers dan vakbondsmensen. Onze leden zijn misschien meer geïnteresseerd in een passende CAO dan in een intellectueel debat zoals Rottenberg dat voorstaat, maar we kunnen natuurlijk best wat meer initiatieven nemen. Ik ben geen voorstander van optieregelingen voor werknemers, maar als een collega dat in de krant wil roepen, dan gaat hij zijn gang maar. Ik vind dat we meer een cultuur moeten hebben waarin mensen dat soort eigenzinnige dingen doen. Het idee leeft dat als je samen strijdt voor een bepaald ideaal, dat je elkaar dan niet moet tegenspreken. Ik denk dat dat samen strijden effectiever kan zijn als je meer debat zou hebben. Over prestatieloon mag best een publiek debat komen. Overigens is het dan nog best ingewikkeld als ik meedoe, want als ik iets zeg, denkt iedereen dat de FNV het vindt. Maar dat is natuurlijk ook niet altijd waar.»

Lodewijk de Waal werkt al 27 jaar voor de vakbond en dat zal ook wel zo blijven. «Ik ben geboren en ik overlijd in de vakbeweging», spot hij. Partijpolitieke aspiraties heeft hij niet. «Nooit gehad en de laatste tijd zelfs minder dan ooit.» In zijn bovenste bureaula ligt de reportage van Gerard van Westerloo over de PvdA-fractie. Als De Waal de komende jaren nog eens gevraagd zal worden te verkassen naar Den Haag, dan zal hij dat stuk meteen te voorschijn halen. Hij zal het herlezen en hij weet: «Daar kan en wil ik nooit bijhoren.»

Niet slechts de PvdA, het hele paarse kabinet heeft hem teleurgesteld. In 1998 waarschuwde hij al voor de fletsheid van de sociaal-economische paragraaf uit het regeerakkoord. De verwachtingen zijn uitgekomen. Ondanks de miljardenmeevallers bleek het niet mogelijk het advies van de SER van één procent extra voor de minima te volgen. Uiteindelijk is dat een half procent geworden. De Waal: «En dat met al die meevallers. Die één procent was al weinig, maar dat deden we omdat het een moeizaam bereikt compromis met de werkgevers was. Als je daarvan dan nog maar de helft krijgt, dan is dat is om je dood te schamen.»

De Zalmnorm, die moet eraan. «Mijn norm is eerder dat de school schoongemaakt moet worden, de wc’s gereinigd en een likje verf krijgen. Er is zo'n enorme achterstand in investeringen dat je nu écht iets moet doen. Het lijkt erop dat Melkert bijna ieder jaar weer een eis stelt voor het jaar daarop. Iedereen heeft dan het idee dat er eindelijk wat gebeurt, maar ik heb nog niks gemerkt. Onze onderwijsvakbond heeft onderzocht wat er moet gebeuren, willen de scholen er weer een beetje knap bij staan. Zeventien miljard gulden kost dat dan. Ze zullen allicht wat hebben overdreven, maar het blijft een fiks bedrag. Als ik kijk naar de school van mijn kinderen, dan denk ik: godverdomme, dat had best een beetje opgeknapt mogen worden. Waarom moet de remedial teacher in de bezemkast zitten? En waarom mag er maar eens in de maand tot één meter vijftig hoogte met een nat doekje worden schoongemaakt in de gymnastiekzaal? Als wij in een bedrijf zouden aantreffen wat je op sommige scholen aantreft, zouden we de arbeidsinspectie meteen vragen de tent te sluiten. Het kabinet faalt. Op veel plekken in de samenleving, in veiligheid, gezondheidszorg en onderwijs, heeft een verschraling plaatsgevonden, terwijl Paars er wel in slaagt met de Zalmnorm het begrotingstekort en de staatsschuld op te lossen. Het had allemaal anders gekund en het kan nog steeds anders, maar als je niet uitkijkt zijn alle mee vallers verspijkerd in de staatsschuld.»

Hoewel de aanvaringen met Geert Wilders anders doen vermoeden, zijn de verhoudingen met de VVD er de laatste jaren louter op vooruitgegaan. Minister Zalm, al 25 jaar FNV-lid, is voor De Waal benaderbaar en ook met andere liberale bewindspersonen wordt regelmatig overleg gevoerd. Vlak voor de kamerverkiezingen lukte het de vakbond nog om afschaffing van het minimumloon uit het VVD-program geschrapt te krijgen. Die goede verhoudingen hebben iets met Paars te maken, zegt De Waal. «Maar ook de vakbeweging zelf heeft zich verbreed. Dat twintig procent van onze leden voor de VVD kiest, stemde zelfs Bolkestein tot nadenken. Dat zijn toch een paar zetels. Als dat niet zo was geweest had de partij zich wel als één blok achter meneer Wilders opgesteld.»

Niet dat de traditionele relatie met de PvdA er zoveel slechter op is geworden. Slechter dan in 1991 met de WAO-crisis kan ook bijna niet. Maar: «Die partij is voor sommigen van ons zó dichtbij, dat je gewoon wat sneller ruzie krijgt.»

Over die WAO moet nog steeds overeenstemming komen. Het is een van de weinige dossiers waar werkgevers en werknemers niet samen uitkwamen. Want toegegeven, vaak lijkt er eerder een compromis te zijn dan dat de vraag gesteld is, geeft De Waal toe. «Het is een tweede natuur geworden om snel zaken te doen, terwijl vroeger het verhaal over de SER altijd was: ze komen nooit tot iets. Daar parkeerde je het en bleef het vijf jaar liggen.» De commissie-Donner rapporteert dit voorjaar over de wijze waarop het dossier uit de impasse gehaald moet worden. De Waal hoopt op een structurele oplossing. De Waal: «Bij de vorige grote WAO-operatie is niets anders gebeurd dan mensen naar de bijstand schuiven. Daar is behalve de kas en de statistiek niemand beter van geworden. Mijn enige eis aan welk voorstel dan ook is: helpt het? En deze keer niet in statistische zin.»

Tegen het zere been van vno-ncw is het vermoeden van De Waal dat de grootste problemen van de laatste jaren niet eens zozeer in het stelsel zitten, als wel in de uitvoering. «Waarom is er een ziekenhuis in Noord-Holland dat een ziekteverzuim van drie procent heeft en is het elders overal tien? Dat is interessant. We willen die cijfers per onderneming zien, dan kun je dingen op het spoor komen. vno-ncw noemt dat naming and shaming en vindt die gegevens privacygevoelig. Onzin natuurlijk. De commissie-Donner zal weer een heel debat over het stelsel doen ontbranden, maar als bedrijven de uitvoering goed doen, hoeven we helemaal geen ander stelsel. Die best presterende ondernemingen hebben immers hetzelfde stelsel van sociale zekerheid. Het zit helemaal niet in het systeem, maar in de manier waarop dat systeem wordt uitgevoerd.»