Nooit Gaan Roken

Voor ik verder ga, bezweer ik u: begin er niet aan! En mocht het al zo ver gekomen zijn, hou ermee op! U sterft jonger, het is slecht voor uw omgeving en als u eraan verslaafd raakt, kost het u een vermogen. Bent u intussen met roken gestopt, lees dan niet verder. Het kan zijn dat u hieronder een passage tegenkomt waardoor u weer in de verleiding wordt gebracht. U bent gewaarschuwd.

De historische datum kan ik niet vinden, maar ik denk dat tegen het einde van de jaren zeventig of begin tachtig in Amerika wetenschappelijk en onomstotelijk is vastgesteld dat er een verband is tussen roken en longkanker. Dat is het begin van een diep sociaal conflict, eerst in de Verenigde Staten, daarna in de rest van de westelijke wereld. Die strijd is nog steeds niet uitgewoed. Het roken was een diep gewortelde gewoonte. Wie zich daarvan wil overtuigen, moet de film Casablanca uit 1942 zien. De hoofdrollen worden gespeeld door Humphrey Bogart en Ingrid Bergman. In dit overigens prachtige romantische drama wordt gerookt op het pathologische af. Het is ook een historisch document. Bogart is in 1957 aan keelkanker gestorven. Hij was 58. Een paar jaar later verscheen Ronald Reagan, toen nog acteur, kort voor de kerstdagen in een advertentie. Op de voorgrond acht sloffen Chesterfield. ‘I’m sending CHESTERFIELDS to all my friends. That’s the merriest Christmas any smoker can have. No unpleasant aftertaste’, zegt hij vrolijk lachend, met een sigaret in zijn mondhoek.

Goeie ouwe tijd? Toen kwamen de eerste berichten over de fatale gevolgen van het roken, maar de sigarettenindustrie capituleerde niet. Ik herinner me een reusachtige reclame op de hoek van Varick Street en Canal Street in Manhattan. Een man paft er lustig op los. Tekst: ‘More doctors smoke Camel than any other cigarette.’ Daarna kwamen de filter­sigaretten in de mode. ‘I walk a mile for a Camel filter.’

Dat is nu allemaal geschiedenis. In Central Park, op Times Square en op de Boardwalk op Coney Island mag je niet meer roken. In alle openbare gelegenheden is het al jaren verboden. Een pakje sigaretten kost tussen de elf en twaalf dollar. Steek je op straat een sigaret op, dan hoor je achter je ‘uche uche’, en kijk je om, dan zie je iemand fanatiek met zijn hand voor zijn neus zwaaien. Het antirookfundamentalisme is definitief aan de winnende hand. Burgemeester Bloomberg wil het roken in je eigen huis verbieden, maar zo ver is het nog niet.

In Europa is het allemaal trager gegaan en ook slordiger. Op alle caféterrassen in alle grote steden mag je nog ongehinderd je sigaret opsteken, en in Amsterdam weet ik cafés, ik zeg niet welke, waar ze er na een bepaald uur binnen ook geen bezwaar tegen maken. In Parijs zijn de terrassen ’s winters verwarmd. Dat mag althans in Amsterdam weer niet. Het antirookbeleid is in Nederland ook ingewikkelder, zoals ieder beleid. Dat is door de toestand in het kleine Groningse café Het Kacheltje bewezen. Op den duur was er geen touw meer aan vast te knopen.

Maar in grote lijnen werd de zorg voor de volksgezondheid niet verwaarloosd. Al jaren geleden werd de tabaksindustrie verplicht om in zwart kader sociale waarschuwingen en doodsbedreigingen op de verpakkingen af te drukken en de sigaretten worden steeds duurder. Ik voorspel dat wat dit aangaat het einde nog niet in zicht is. De rokers verzetten zich tegen een steeds vastberadener en strenger wordende overmacht, die het bovendien het beste met de verslaafden voor heeft. Telkens opnieuw en steeds dringender stellen we ons de vraag waarom ze geen radicaal einde aan hun slechte gewoonte maken.

Dit is mijn antwoord. De rook van een sigaret, soms van een sigaar en een enkele keer van een pijp heeft (op wie er gevoelig voor is) een betoverende uitwerking. En tegelijkertijd is het een terloopse ervaring. Ik ben aan het schrijven, dat is mijn beroep. Ik heb er plezier in, maar het onderwerp is weerbarstig, het laat zich niet nauwkeurig in woorden vangen. Ik steek nog een sigaret op en het wonder voltrekt zich. Plotseling dient zich de beste formulering aan terwijl ik er nog meer plezier in krijg. Het is mooi weer, ik maak een wandelingetje, ga even op een bankje zitten en steek er een op. Op de een of andere manier gaat die kleine expeditie me daardoor nog beter bevallen. Ik praat met mensen die ik aardig vind. Als we ‘van nature’ rokers zijn, komt er al vlug een ogenblik waarop we allemaal roken. Brandende tabak maakt de ervaring van je bestaan intenser. De ter dood veroordeelde wordt gevraagd of hij nog een laatste wens heeft. Een sigaret. Rokend beleeft hij zijn laatste seconden.

Jean-Paul Sartre was een kettingroker. In de laatste jaren van zijn leven wilde hij nog een film maken, maar hij was vrijwel blind geworden. Hij werd geïnterviewd door iemand van Newsweek die hem vroeg wat hij verder nog wilde. Doorgaan met leven en roken, zei hij. Ter gelegenheid van zijn honderdste geboortedag werd in Parijs een tentoonstelling over zijn leven en werk gehouden. Sommige foto’s waren geretoucheerd. De sigaret was weg. Tragiek van het fundamentalisme.