KUNST Beaufort 03

Nooit goed genoeg

De architectuur van de Belgische kustgemeenten is verschrikkelijk lelijk. Ooit was Oostende La Reine des Plages, maar toen kwamen de Duitsers, en toen ze maar net weg waren kwamen ze al weer terug, en bouwden de Atlantikwall, en daarna stond er weinig van waarde meer overeind. Vervolgens raakten de Belgen in de jaren vijftig in een roes van modernisering; Belgische aannemers vervingen de bunkers door, tja, nieuwe bunkers: rijen saaie flats van tien hoog met rookglazen balkons en witte plastic rolluiken. Hugo Claus (die zich in 1948 in Oostende vestigde) kankerde verwoed op die teloorgang: ‘Hoe lang nog/ zal die mistbank van profijt/ zich nog verspreiden/ over het afgekalfde vaderland?’
In dat decor is dit jaar de derde editie te zien van Beaufort, een driejaarlijkse tentoonstelling van dertig grote sculpturale werken langs de hele kust, drie stuks per gemeente. Parallel daaraan toont het nieuwe Mu.Zee in Oostende een overzicht van cultuur van en aan de kust tussen 1830 en 1958. De directeur van het museum, Philip Van Den Bossche, is tevens curator van de buitententoonstelling. Hij moest het in korte tijd en met veel minder geld doen dan zijn voorgangers, maar Van Den Bossche heeft toch een mooi stuk werk afgeleverd. Er zitten publieks-pleasers tussen, zoals de vrolijk gekleurde windvanen van Daniel Buren, altijd leuk, maar er zijn ook uitdagender stukken. Op het strand van Nieuwpoort bouwde Sven ’T Jolle een met hoge hekken en prikkeldraad omgeven kinderspeelplaats, een klein Guantánamo, dat heel bars en heel letterlijk verwijst naar het net zo omheinde verblijf van jonge asielzoekers in Melsbroek. De Poolse kunstenaar Robert Kusmirowski maakte in de Weststraat in Blankenberge The Façade, een exacte kopie van een Poolse krotwoning, als contrast met de ‘mistbank van profijt’ in het centrum van het stadje. De burgemeester, Luc Monset, was not amused: ‘Het is een smet op het stadsbeeld. Dit is niet wat ons beloofd was. Volgens Beaufort zou er een gevel komen, maar dit is een huis dat levensecht lijkt.’
Wat natuurlijk de bedoeling was. De organisatie loste de zaak op met een extra plaatje aan de gevel, om duidelijk te maken dat het een kunstwerk is. Van Den Bossche was blij met de ophef.
Maar kunstwerken aan zee zijn vooral aardig als ze zich ook met die zee (en het strand en de wind en de zon en de einder) willen verhouden. Dat is niet per se aan de orde bij de kolossale houten koepel van Aeneas Wilder (die werd eerder ontworpen voor een locatie in de Hoekse Waard), maar dat is wel een prachtig ding: twaalf meter hoog, opgetrokken uit gestapelde houten balken (die, zo beweert de organisatie, niet onderling verbonden zijn, maar dat lijkt me sterk). Het is een simpel, eerlijk Pantheon in Westende, een ode aan Brunelleschi’s Duomo en het oeuvre van Mario Merz tegelijk, een pleidooi voor bouwwerken met een ziel (net als Kusmirowski, dus, maar dan anders). Tegen de neutraal-lelijke achtergrond van de kustbebouwing komt de poëzie van zo’n groot object echt tot leven.
Ruime afmetingen zijn echt nodig, in zo’n wijd decor. Dat bewijst ook het werk van Evan Holloway, in Koksijde, een grote constructie op het strand met een enorm, zachtjes bewegend zeil van metaalgaas, waarop de frase ‘NEVER GOOD ENOUGH’. Een denkraam voor diepere inzichten over de zee en de horizon – terwijl de zilte lucht de boel ondertussen doet verroesten.

Beaufort 03, triënnale voor hedendaagse kunst. T/m 4 oktober. www.kunstmuseumaanzee.be, www.beaufort03.be