Nooit meer aan

Koos Meinderts
Lucas in de sneeuw
Illustraties van Annette Fienieg
Lemniscaat, 89 blz., € 12,95

Het klinkt als een cliché: mijmeren over dat wat voorbij is gegaan tijdens een vroege sneeuwwandeling op de laatste dag van het jaar. Maar dichter, liedjes-en veelschrijver Koos Meinderts werkte deze gemeenplaats uit tot een oorspronkelijke poëtische novelle, die leest alsof je naar een impressionistische korte film kijkt.
Lucas in de sneeuw opent met een shot van een ongeveer tienjarig jongetje in bed. Gedempte buitengeluiden doen hem ontwaken. Hij schuift het gordijn op een kiertje en ziet een witte wereld. Zonder moeder, broertje en zusje wakker te maken sluipt hij de trap af, opent de tuindeur en blijft doodstil staan. De ongerepte sneeuw boezemt hem ontzag in. Totdat een zenuwachtig rondhippende ekster hem aan zijn onlangs overleden vader herinnert en in beweging brengt. Hij gaat de poort door, steekt een nabij veldje over en loopt richting duinen.
Een plot is er niet. Het hele boekje is een lange winterwandeling, onderbroken door terugblikken, herinneringen en vroegere beelden die voor voldoende spanning zorgen.
Sober en bijna terloops vertelt Meinderts over Lucas’ bestaan tot dusver. Over de roodharige Isabel die afgelopen lente plotseling zijn leven binnenwandelde. Over Miss Blanche, een door Lucas naar een sigarettenmerk genoemde, rokende achterbuurvrouw die haar lippen stift en nagels lakt. Bloedrood. Over zijn vader die hij ooit met deze Miss Blanche in een intieme omhelzing betrapte en die boos werd toen Lucas’ moeder onverwacht zwanger bleek van zusje Lea. En over de vakantie op Terschelling waar Lucas’ vader ongeneeslijk ziek werd.
Meinderts verstaat de kunst van het weglaten en laat de beelden spreken. Versterkt door de lege, verstilde sneeuwprenten in sjabloondruk van Annette Fienieg.
Mooi zijn de vallende sneeuwvlokken onder het licht van de lantaarnpaal die dansen als ‘veertjes van engelenvleugels’. Veelzeggend is Lucas’ herinnering aan Lea op Terschelling die de armen van een zeester telt en naar ‘Papa, mama, Lucas, Thomas, Lea’ benoemt. Pijnlijk treffend is Lucas’ verlangen naar die vakantie: ‘Pappa en hij, ze hadden toen in Terschelling moeten blijven fietsen.’ En meedogenloos het beeld van het lichtknopje, ‘aan-uit en nooit meer aan’, wanneer het moment van sterven daar is.
Ondanks Lucas’ mijmerzucht en de weemoedige sfeer lijdt het wandelverhaal niet aan sentimenteel gedweep. Lucas is niet alleen een dromer, maar ook een doener. Hij is een compleet kind. Levendig en levensecht. Dus natuurlijk wil hij bij thuiskomst niets liever dan met zijn broertje en zusje een sneeuwpop maken. Een goed kunstenaar hoeft clichés niet te vrezen.
MIRJAM NOORDUIJN