Nooit meer loonslaaf

De joepie: Jong, Ondernemer, Eigenzinnig en Prestatiegericht. Ze borrelen en netwerken in grachtengordelcafe Dante en hebben maar een ideaal: rijk worden. Bert (30): ‘Ik lul mijn produkt wel naar binnen.’ VRIJDAG, rond middernacht. Cafe-galerie Dante in de Amsterdamse Spuistraat is stampvol. Veel blond, zonnebank-bruin en parfum. Onze colbertjes hebben een krijtstreep, onze haren zijn opgestoken en ons verhaal gaat als volgt: wij willen voor onszelf beginnen, wij dromen van een eigen reclamebureau en wij komen hier adviezen inwinnen, want het gerucht gaat dat hier veel jonge, geslaagde ondernemers samen het glas heffen.

We klampen Bert aan, dertig jaar, grijze lamswollen trui met een bierbuikje erin. Bert heeft niet alleen een interessante bril, maar ook een eigen zaak, iets met trainingen en opleidingen. Maar wat zijn ‘produkt’ nu precies is, kan-ie ons nauwelijks uitleggen. 'Ik moet binnenkort met bouwvakkers gaan communiceren’, lacht hij wat gegeneerd. Hij traint, begrijpen wij, in alles. Zijn produkt heet 'cursus’. 'Ik weet geen flikker van de bouw af, maar dat hoeft ook niet. Daar heb ik mijn freelancers voor. Zij geven de cursussen en ik probeer die te verkopen.’ Gaan zijn cursussen misschien over de veiligheid op de werkvloer? 'Welnee.’ Hij weet eigenlijk niet waarover ze gaan. Wat wil Bert dan bereiken? 'Rijk worden. Tien jaar buffelen, dan kan ik mijn bedrijf verkopen en ben ik binnen.’
Maar wat willen wij eigenlijk? Aha, een reclamebureau. Daar komen de tips. Wij moeten ons eerst afvragen wat ons unique selling point is en onze track record, als aanloop naar het geniale ondernemingsplan, dat echter niet te geniaal moet zijn, volgens Bert: 'Als je superintelligent bent, dan hang je in deze samenleving. Je belandt op de tram of in de goot. Je moet vooral slim zijn.’
Ondernemen, doceert hij, is hoereren. 'Mijn klanten mogen mij gebruiken. Je moet geven en nemen, natuurlijk wel een beetje meer nemen. Ondernemen is een vorm van prostitutie.’ Wij kijken hem wat verbouwereerd aan. Hij krijgt nu de smaak te pakken: 'Ik onderneem met mijn benen wijd. Ik lul mijn produkt wel naar binnen.’
BERT IS LID van Thinktank. Hij is een van de duizend jonge, meest academisch geschoolde ondernemers die zich bij dit Rotary-achtige netwerk voor 'entrepreneurs’ hebben aangesloten. Thinktank brengt, naar eigen zeggen, 'creatieve en ondernemende mensen bij elkaar’. Hun foldertje rept over de voordelen van 'zakelijke kruisbestuiving’ en meldt dat 'entrepreneurship’ de toekomst heeft. Thinktank organiseert lezingen, een maandelijkse borrel in cafe - en sponsor - Dante, en beschikt over een digitaal 'smoelenboek’ waarin de leden zich aan elkaar kunnen presenteren met pasfoto, achtergrondinformatie en toekomstplannen.
In het Thinktank-magazine lezen wij hoopgevende interviews met geslaagde jonge ondernemers. Zoals Ellen van den Adel, 32 jaar. Rijk aan het worden met 'geuren als marketing tool’. Een gat in de Europese markt, overgewaaid uit Amerika waar winkelcentra al jaren hun eigen lokluchtjes kennen en waar in kantoren 'concentratieverhogende geuren’ hangen.
Thinktank wordt de laatste jaren overspoeld met nieuwe leden. Een eigen zaak beginnen is het dezer dagen dan ook helemaal. Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldt dat het aantal bedrijven in Nederland in hoog tempo is opgelopen tot 670.000. Van deze zelfstandig ondernemers zijn er zo'n honderdduizend tussen de twintig en de dertig jaar. Waren er in 1980 nog vijftienduizend mensen die een eigen bedrijf begonnen, nu zijn het er 35.000. Bijna een derde van hen is jonger dan dertig, en nog eens een derde is tussen de dertig en de veertig jaar.
Onderzoekers hebben deze groep nog maar net in het vizier en noemen het ondernemende broertje van de yup de 'joepie’. Niet naar de vader aller ondernemers, Joep van den Nieuwenhuizen, nee, de Joepie is 'Jong, Ondernemer, Eigenzinnig en Prestatiegericht’. En in Amsterdam borrelt hij bij voorkeur in grachtengordelcafe Dante.
In de galerie op de eerste verdieping loopt het niet storm op deze vrijdagavond. Niemand van de drommen cafebezoekers heeft belangstelling voor de kunstcollectie die bestaat uit foto’s van appetijtelijke dames met spannende roofvogels op de ontblote schouders, benevens een aantal ondefinieerbare objecten - een opgezette eekhoorn? Een schedel op sterk water?
Beneden, daar gebeurt het. We zien joepies in vrijetijdsoutfit die elkaar op de schouder slaan en nog eens bijschenken. Maar ook een ons onbekende RTL- sportverslaggever, die meent dat wij hem herkennen. Wij zijn op zoek naar jonge ondernemers, vertrouwen wij hem toe. 'Nou, smaken verschillen’, mompelt hij, terwijl hij verstoord om zich heen kijkt. 'Het is hier net een winkeltje. Iedereen is aan het shoppen, keurt elkaar en hoopt wat mee naar huis te nemen.’ En inderdaad, je kan hier veel over je marktwaarde te weten komen, door het aantal belangstellende blikken op te tellen en te delen door het aantal gluurders.
Waarschijnlijk wekken wij de indruk vooral op zoek te zijn naar een rijke man, wanneer wij advies inwinnen bij een joviale makelaar. Personality en uitstraling, zegt hij, daar moet je het van hebben. Zo wint hij althans als zelfstandig huizenslijter het vertrouwen van zijn klanten, en daar houdt hij 'iets van een ton’ per jaar aan over. Meer dan hij ooit in loondienst had kunnen verdienen. 'Loonslaaf’ zijn - dat is in deze kringen kennelijk het ergste wat je kan overkomen. In Dante wordt dat woord vaak en vol afschuw uitgesproken.
De makelaar: 'Ik pas ervoor om een baas aan mij te laten verdienen, en ik wil zelf mijn beslissingen nemen.’ Hij wil bovendien kunnen uitslapen wanneer hij dat wenst. De makelaar ziet er ontspannen en weldoorvoed uit, niet bepaald het type workaholic. Ongelukkige ondernemers komen we sowieso niet tegen. Hier staat iedereen geslaagd te wezen.
'Als je zaken doet, moet je niet aan mooie dingen denken. Alleen aan geld’, zegt een weinig dynamisch ogende directeur (30) van een elektrotechnisch bedrijf. 'Het is een keiharde wereld. De waarheid ligt nooit op tafel. Als ondernemer moet je niemand vertrouwen.’ Hij heeft 55 mensen in dienst en moet wel eens iemand ontslaan. Wat hij daarbij voelt? 'Weinig.’ Haastig relativeert hij: 'Ik lig er niet wakker van.’ Een vriend van hem heeft het slimmer aangepakt, biecht de directeur even later op: 'Die werkt alleen met uitzendkrachten. Geen klus, geen kosten.’
Deze ondernemer is geen lid van Thinktank, misschien ook omdat hij niet geheel voldoet aan het profiel dat Thinktank-woordvoerder Peter Rikhof (31) desgevraagd voor ons schetst. Hij kent de benaming 'joepie’ niet, maar neemt er met instemming en een herkennend hoofdknikken kennis van. De Thinktanker (m/v) is hoogopgeleid, komt uit een redelijk goed milieu, 'dus niet zo'n type dat met zijn handel op de markt gaat staan’, en is bovenal enthousiast, zegt Rikhof. 'Dat is ook wel nodig, want een ondernemer moet altijd iets aan de kant schuiven om vervolgens iets neer te zetten dat anders of beter is. Daar moet je jong, energiek en eigenwijs voor zijn. En je moet doorzettingsvermogen hebben, om je door de wirwar van vergunningen en administratieve rompslomp heen te worstelen.’
DE JONGE ONDERNEMER is ook een beetje New Age. Althans: hij graast wat rond in spirituele sferen en neemt mee wat hem van nut kan zijn. Hij laat zich inspireren door bijeenkomsten met titels als Spiritualiteit als nieuwe zakelijkheid, die Thinktank Amsterdam onlangs organiseerde in het New-Age bolwerk Oibibio, dat ook al sponsor is van het ondernemersnetwerk. Joepies konden zich daar gezamenlijk buigen over de knellende vraag: welke hogere waarden gelden in het zakenleven?
Peter Rikhof: 'Spiritualiteit leeft erg op dit moment. En een bedrijf zal te allen tijde alert moeten zijn op wat er gaande is, want soms biedt dat commerciele kansen of heeft het consequenties voor het leiden van je bedrijf.’
Is het inderdaad de angst voor loonslavernij die zoveel jonge mensen het eigen ondernemersschap in drijft? Ja, zegt Rikhof, twintigers en dertigers willen bovenal hun eigen leven inrichten. Vrijheid, eigen verantwoordelijkheid en vooral zelfontplooiing staan hoog in het vaandel bij de nieuwe generatie zelfstandigen. Eigenbelang kortom? Niet per se, meent hij: 'Je kunt jezelf ontplooien met een handel in chemicalien, maar ook met het opzetten van een adviesbureautje voor allochtonen.’
In een groot bedrijf zijn de kansen op zelfontplooiing nog maar dun gezaaid, weet Rikhof: 'Als dertiger heb je vaak een chef van veertig en die zit er nog wel twintig jaar. Wanneer je zelf een bedrijf begint, ben je meteen directeur. En een directeur heeft het laatste woord - dat is wat de mensen bij Thinktank willen.’
R. JEURISSEN, filosoof en docent bedrijfsethiek aan de Katholieke Universiteit Brabant, wijst op het economische motief om een eigen bedrijf te beginnen: 'Jongeren hebben geen perspectief meer op mooie carrieres bij Moret Ernst & Young. Ze moeten wel.’ Maar ook zucht naar uitdaging speelt mee: 'Jonge mensen willen zich bevrijden van de ANWB- mentaliteit, de mentaliteit dat je niet zonder de ANWB de snelweg op durft. Een eigen bedrijf is een avontuur.’
Vooral de uitdaging en het eigen baas willen zijn, zijn voor jonge ondernemers belangrijke drijfveren, bevestigt F. van Uxem van het Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf. Driekwart van hen geeft dat als reden op, tegen nog niet de helft van de oudere ondernemers. Als onderzoeker volgt Van Uxem al twee jaar een groep van tweeduizend 'starters’, van wie doorgaans de helft succesvol is en op de markt weet te overleven. Joepies ruiken, zegt hij, hun kansen momenteel vooral in de dienstverlening en de handel. 'Veel grote bedrijven stoten allerlei randactiviteiten af, zoals administratie en catering. Dat schept ruimte voor de kleintjes.’ En die hebben het maatschappelijke tij mee. Anders dan een jaar of vijftien terug, is geld verdienen niet meer vies en een ondernemer niet bij voorbaat een boef.
'Onderneem ’t maar’, hield het ministerie van Economische Zaken de burger afgelopen jaren bemoedigend voor, in wervende televisiespotjes waarin the girl next door vastberaden het ondernemersavontuur aanging. De kinderen van Wijers gaan het maken in dit klimaat waarin de markt zegeviert en 'deregulering’ en 'flexibilisering’ als de toverwoorden gelden. Verschillende hogescholen in Nederland haasten zich om small-business- opleidingen in het leven te roepen; ook universiteiten blijven niet achter en bieden colleges aan in 'entrepreneurship’.
Joepies vormen op hun beurt een interessante markt, bijvoorbeeld voor banken die hun leningen willen slijten. Zo heeft de ABN-Amro een speciale 'startersdesk’, en de Rabobank probeert verwoed het boerenimago af te schudden en ondernemend over te komen. Bijvoorbeeld met de Rabobank Business Challenge: een landelijke competitie voor studenten die willen meedingen naar een beloning van tienduizend gulden voor het beste ondernemingsplan.
Kees Tesselaar (23), economiestudent aan de Amsterdamse VU, mobiliseert voor de Rabobank ondernemingslustige medestudenten. Aan belangstelling geen gebrek, vertelt hij. 'Iedereen wil toch wel een eigen bedrijf? Ik ook. Dat lijkt mij het mooiste wat er is. Dat kriebelt nu al.’ Vanwaar dit verlangen? 'Vooral vanwege het geld, natuurlijk. Als je ergens in loondienst gaat, weet je zeker dat je nooit miljonair zult worden.’ Een idee waarmee hij rijk gaat worden, heeft hij nog niet. 'En als ik het had, zou ik het niet vertellen’, grinnikt Kees.
Hemelbestormers of mensen met een ideeel doel kent hij eigenlijk niet: 'Eigenbelang is toch het grootste belang, merk ik. Mensen denken eerst aan zichzelf, dan pas aan anderen.’
Nee, beweert Peter Rikhof, 'geld is absoluut niet de belangrijkste drijfveer voor de meeste Thinktankers’. Het Thinktank- magazine ademt echter de sfeer van 'werk, werk, werk’ en 'geld, geld, geld’. Een hoofdartikel behandelt het milieu als gat in de markt - 'eco’ staat in deze kringen toch bovenal voor 'economisch’.
'Altruisme is nog maar zelden een drijfveer om een bedrijf te beginnen’, zegt onderzoeker Van Uxem. Hij ziet een verband met de individualisering. 'We zijn met z'n allen zakelijker geworden en solidariteit is naar de achtergrond verdwenen.’
'GIJ DIE HIER naar binnen treedt, laat alle hoop varen.’ Een bordje met die woorden ontbreekt in de Amsterdamse Hel van Dante, waarin we een week later wederom afdalen. In het cafe is het zo mogelijk nog voller dan de vorige vrijdag. Vrouwen die naar het toilet willen, moeten zich een weg banen langs kleffe blikken en grijpgrage handen. Mannen spreken gewichtig over de zaak, terwijl hun vriendinnen toehoren. In een hoekje houden drie jonge vrouwen zich schuil. Onderneemsters? Nee hoor, klinkt het mat. 'Gewoon loonslaaf bij de Postbank.’ Ze kennen wel ondernemende vrouwen. 'Ik heb een vriendin met een eigen bedrijf’, zegt een van hen. 'Die kan niet eens meer van haar vakantie genieten, omdat ze op het strand ligt te denken aan de inkomsten die ze misloopt.’ Zijn ze dan misschien op zoek naar een well to do-lover? 'Een jaar geleden kwam ik daar inderdaad wel voor. Maar ik ben hier afgeknapt’, bekent een van de drie.
'Ik rommel wat met aandelen’, mompelt een man als wij informeren naar zijn broodwinning. Zijn weekenden brengt hij bij voorkeur alleen thuis door, met de televisie aan en de deur op slot. Heerlijk vindt hij dat: 'Ik ben blij dat ik alleen voor mezelf hoef te zorgen, al mag je dat bijna niet hardop zeggen. Individualisme lijkt een beetje taboe.’
In zijn buurt houdt zich een jonge ondernemer op, bierglas in de hand, met wie wij in geanimeerd gesprek raken. We komen op de kwestie-Fokker. 'Dat de regering er geen geld meer in wil steken’, zegt hij, 'is terecht. Je moet als onderneming jezelf kunnen redden. Lullig voor het personeel, maar zo werkt het nu eenmaal.’ Het is de heersende ideologie: 'Als iets je niet lukt, is het je eigen schuld.’
Wat verderop dreigt een opstootje te ontstaan. Geduw en gedrang, de barman grijpt in.
'Ik was eerst, klootzak!’ roept een joep tegen ons in de drukte voor de bar.
Dante had, in de Divina Commedia, tenminste nog Vergilius, die hem met zijn wijsheid en moraal door de hel wist te leiden. Wij willen weg en trachten bij de kapstok te komen. Achter ons horen we het zoveelste glas van deze avond in scherven vallen. Terwijl we naar onze jassen aan de overvolle kapstok graven, lacht een blonde, wintersportbruine man schalks: 'Dames, vooral de mooiste en de duurste uitzoeken!’
Op de valreep ontmoeten wij dan toch nog een eigentijdse Vergilius. 'Ik geef niks om geld’, zegt een sympathiek ogende ondernemer met honderden mensen in dienst. Hoe nu? Hij lacht: 'Ik ben veertig, snap je?’ Wij schudden van nee, waarop hij verklaart: 'Al dat materiele is bullshit.’
Toch nog verliefd geworden, verlaten wij de hel die Dante heet.