Nooit meer zondag

Sinds de staatswet van 3 maart 321 in heel het Rijk de dies solis als rustdag vordert en schrijft dat winkels gesloten blijven ‘op de fenerabele dag van de zon’, is er iets misgegaan. Horden trekken op naar de steden. Het centrum van Amsterdam wordt door de barbaren bezet. Zondag, ongeveer om twaalf uur, is de stad aan de heidenen overgeleverd.

Op de vroege zondagmorgen, voordat het kooppubliek de grote steden omzwalpt, lijkt Amsterdam nog arcadisch. Bronzen klokken in de verte. Een troepje feestelijk geklede creoolse kerkgangers. Een man neuriet de Haffner-serenade. Twee vrolijk lachende studentes. Een jongen in een zooi-jasje. Dwarrellicht door beukenbomen. Een vroege heilsoldate.
Dan, tegen het middaguur, zwelt vanuit de zijstraten van de grachten het lawaai aan. Steeds meer auto’s.
Dus heeft werkgroep Pippi - inderdaad, die van Villa Kakelbont - de autovrije zondag in Amsterdam geproclameerd. In het kader van ‘Rust, Ruimte en Creativiteit’.
Zou het echt? Rust? De Tommies en Anika’s, juicht Pippi, zullen met autopedraces en zeepkisten de komende zondagochtend al om negen uur de stilte komen opleuken. Ontheffing van het zondagse verbod op openbare vermakelijkheden, juichen met Pippi heulende ambtenaren, is op tientallen plaatsen gegeven. De hele autovrije binnenstad wordt één groot festival. 'De verkregen ruimte biedt volop kansen voor alternatief gebruik en evenementen’, zoals Pippi het met veel gevoel voor understatement stelt.
'De auto kan best een dagje zonder u’, constateert het persbericht van de afdeling communicatie der gemeente Purmerend. En dus gaan we autoloos krijten in Kwadijk, koekhappen in Callantsoog en carten in Cadier en Keer. In Purmerend is er 'voortdurend live-muziek; de Koemarkt voor elk wat wils!’ Dit Armageddon wacht nog eenenvijftig andere gemeenten.
Een dag zonder impulsen is moeilijk en inmiddels bijna ondenkbaar. Ooit was de zondag een reservaat, de eerste van alle dagen. Misschien verveelde je je te pletter, maar verveling heeft een noodzaak. Wie almaar beziggehouden moet worden, verleert te leven.
Het lijkt aangenaam om geëntertaind te worden, geriefelijk om geleefd te worden eer dan te leven. Daarom is de zondag in het centrum van Amsterdam sinds enkele jaren een 'toeristische attractie’. Daarom mogen de winkels open. Daarmee is heel de stad een festival geworden.
Nooit meer niets op zondag! Allicht gingen automobiliteit en de teloorgang van de landerige dag des Heren hand in hand. Mobiel trok men 'er op uit’. Eerst naar buiten, weldra naar de meubelboulevards, thans naar de omzethongerige steden.
Het is opmerkelijk dat de milieubeweging, die achter menig autoloos dorpsgewriemel zit, de waarde van rust, stilte en contemplatie inruilt voor actieve doenieterij. Als economie schaarste is, is stilte duur en zeldzaam en dus een begeerlijk goed. Op de Koemarkt van Purmerend is straks geen fuut of tureluur te bekennen.
Het besef van de waarde van minder, het less is more van zinnenprikkeling, is nog een sport te hoog gegrepen. Wat komt er na welvaart? 'Meer welvaart!’ roept de consument. Maar iedere ecstasyslikker weet dat als je de limiet hebt bereikt geen lieve moedertje meer helpt. De kick is weg en blijft weg en alleen door een tijdlang minder voel je ooit weer méér.
De anti-autolobby verbaast zich over het verzet van de Amsterdamse neringdoenden, die het dalen van hun omzet vrezen. En dus, merkwaardig genoeg, propageren de milieu-activisten sinds kort de uitbreiding van de bezorgdiensten der warenhuizen. Niet minder auto en minder consumptie, maar minder auto en méér. Consumeer! Zondag koopdag en nooit meer vrij! In de nieuwe, autoloze dies solis die aan de kim gloort zullen het de spoorwegen zijn die de cohorten uit de provincie over de steden uit gaan braken, zodat, inderdaad, de leeggelopen kerken het enige refugium zijn, omdat het buiten altijd zondag is.