Slaap-industrieel complex

Nooit minder slapen

Er is iets grondig mis met onze slaap. Wat de meest vanzelfsprekende non-activiteit zou moeten zijn, is voor steeds meer mensen een opgave. Een hardnekkig probleem waarvoor duizend-en-één middeltjes te koop zijn.

23.00

De app heet Sleep as Android. Vanaf een intiem plekje direct naast mijn hoofdkussen zal zij, via de sensoren op de smartphone, mijn slaap registreren gedurende de komende acht uur. Althans, dat hoop ik. Want acht uur is voor je rust wat twee stuks fruit of drie glazen melk ooit voor het lichaam waren: een alom gepredikt evangelie. Het boek van Jenny Erpenbeck, Aller Tage Abend, blijft vanavond ongelezen op het nachtkastje liggen. In plaats daarvan tuur ik naar het beeldscherm. Ik stel de app-wekker, die rekening zegt te houden met mijn slaapcyclus, in op kwart over zeven. Tegen die tijd zal mijn telefoon niet stipt gaan loeien, maar me ergens tijdens mijn lichte slaap voorzichtig wekken met het geluid van een haan. Eenmaal wakker kan ik dan mijn hoogstpersoonlijke slaapstatistieken analyseren. Alles voor een optimale nachtrust.

De populariteit van slaapapps is groot. Hun aantal valt amper bij te houden. Dat geldt eigenlijk voor alle producten die de florerende slaapindustrie afscheidt. Die middag ben ik naar De Tuinen geweest voor een greep uit het aanbod. Halverwege de sterk naar wierook ruikende winkel staat de kast met slaapgereedschap. Er zijn oogmaskers van zijde of bamboe, kalmerende sprays voor op je beddengoed, een ruime selectie oordopjes (op internet vind je er zelfs voor zeshonderd dollar per setje) maar ook een boekweitkussen, met ‘veerkrachtige boekweitknoppen voor optimaal comfort’. De onvermijdelijke slaappillen staan elders uitgestald, in een van de houten kasten tegen de muur. Er is valeriaan tegen het piekeren, magnesium ter afname van het stresshormoon, maar bovenal natuurlijk melatonine. Het ‘slaaphormoon’ komt in alle soorten en maten voor. ‘Is het voor u zelf?’ informeert een vriendelijke verkoopster. Na kort haar advies van een tissue met lavendelgeur langs het bed te hebben overwogen, sta ik met een pak melatoninethee in mijn handen. ‘Daar hoor ik hele goede verhalen over van klanten. Omdat je het ’s avonds drinkt, verspreidt het zich heel snel over je lichaam.’

The New York Times repte al eens van een ‘slaap-industrieel complex’. En inderdaad, in de snel groeiende Amerikaanse slaapeconomie zou volgens schattingen zo’n 32 miljard dollar omgaan. Daarvan wordt een flink deel uitgegeven aan medicatie. Dat geldt ook voor Nederland. Er zijn meer mensen verslaafd aan slaap- en kalmeringsmiddelen dan aan drank of drugs. Het is bovendien de enige addictie die meer voorkomt onder vrouwen dan mannen. Hoewel zorgverzekeraars deze middelen, de zogenaamde benzodiazepines, sinds 2009 minder makkelijk vergoeden, gaan er jaarlijks nog altijd zo’n 170 miljoen doses over de toonbank van de Nederlandse apotheken. In ruim de helft van de gevallen betaalt de klant dit uit eigen zak. En let wel: de populaire, vrij verkrijgbare melatonine-middeltjes vallen nog niet eens onder dat getal. Hetzelfde geldt voor de aankopen via internet of in landen waar deze medicijnen zonder recept verkrijgbaar zijn.

Naast medicalisering is er ook een trend naar steeds luxere matrassen. Zogenoemde ‘smartbedden’ registreren hoe je slaapt, houden rekening met je lichaamstemperatuur en bieden tal van andere snuisterijen. Dat komt terug in het prijskaartje, al halen weinig matrassen het bij de volledig ambachtelijk gemaakte Vividus van het Zweedse familiebedrijf Hästens. Hier geen technische foefjes, maar de ene op de andere laag pure wol, mohair en ‘met de hand geplaatst paardenstaart haar van de hoogste kwaliteit’. De kosten bedragen al gauw 75.000 euro.

Onze omgang met slapen doet denken aan de enorme aandacht in de afgelopen jaren voor gezond eten en veel bewegen – tenminste, onder een hoogopgeleide bovenlaag. Er zijn dezelfde eindeloze discussies met vrienden en kennissen, je hebt de soms bizar dure producten en een onaflatende stroom artikelen in tijdschriften en dagbladen (‘Slecht slapen: 12 tips die écht helpen’). En natuurlijk, de kroon op elke maatschappelijke trend: volgend jaar komt rtl5 met een programma over ‘bizarre slapers’. Daarvoor zegt de zender nog op zoek te zijn naar mensen met ernstige slaapproblemen. ‘Denk bijvoorbeeld aan aanhoudende nachtmerries of een heftige vorm van slaapwandelen. Maar ook mensen die ’s nachts enorme vreetbuien en daardoor overgewicht hebben mogen zich aanmelden.’

Mijn eerste reactie op dit alles is wantrouwen. Als de commercie er zo enthousiast op springt, moet het wel een hype zijn, toch? Goed slapen als de nieuwe boerenkool of superfoods: even lijkt het het medicijn tegen alles, om daarna weer plaats te maken voor een nieuwe bevlieging. Er is nog iets anders wat mijn achterdocht wekt. Slaap is een van de weinig overgebleven dingen in het leven die gratis zijn. Of beter: waren, want de slaapindustrie lijkt alles uit de kast te trekken om eraan te verdienen.

Een blik op de cijfers leert dat mijn cynisme onterecht is. Er mogen dan mensen zijn die, soms op dubieuze wijze, een hoop geld verdienen aan andermans slaapproblemen, dat betekent niet dat er niks aan de hand is. Sterker nog: uit diverse onderzoeken blijkt dat we minder en slechter zijn gaan slapen. Daarbij zijn het, anders dan veel mensen denken, niet de druk bezette veelverdieners die het meest kampen met slapeloosheid. Op de in 2013 voor het laatst door het Centraal Bureau voor de Statistiek gestelde vraag ‘Heeft u gedurende de laatste veertien dagen last gehad van slapeloosheid?’ antwoordde ruim 21 procent bevestigend. Maar dat percentage lag stukken hoger bij vrouwen, laagopgeleiden en de laagste inkomensgroepen, waar ook werklozen onder vallen.

Alles bij elkaar maken Amerikaanse volwassenen tegenwoordig nachten van gemiddeld 6,5 uur. Nederlanders slapen met gemiddeld zo’n zeven uur per nacht wat meer. Maar ook hier moet dertig procent van de bevolking het doen met zes uur of minder. Daarmee zakken zij door de grens van wat nog gezond is.

3.00

Hét gezelschapsspel voor jonge ouders: tegen elkaar opbieden wie de meest rampzalige nachtrust heeft

Zak ík door de grens van wat gezond is. Hoewel ik zelden moeite heb met slapen, kan ik dankzij met name de jongste van drie kinderen nu al twee jaar lang heel aardig meedoen met hét gezelschapsspel voor jonge ouders: tegen elkaar opbieden wie de meest rampzalige nachtrust heeft. Deze keer is het de middelste die aanschuift in het grote bed. Ik word wakker en denk aan de app op mijn smartphone. Die acht uur kan ik nu wel vergeten.

Het is een merkwaardige omslag in ons denken. Gold slaap niet eeuwenlang als een overbodige luxe? Van veel machtige mannen, en een enkele vrouw, wordt gezegd dat ze er amper aan deden. Napoleon had weinig slaap nodig. Winston Churchill kon met vier uur per nacht toe, net als Margaret Thatcher. Thomas Edison, uitvinder en oprichter van General Electric, sliep vijf uur per nacht. Dat is evenveel als de Republikeinse presidentskandidaat en miljardair Donald Trump. En ook Mark Rutte schijnt geen moeite te hebben met korte nachten. Een eigenschap die van pas komt bij slepende onderhandelingen, bijvoorbeeld over Griekse leningen.

Het gewone volk kreeg vroeger evenmin het advies om veel te slapen. Waar al te lang in bed gelegen werd, lag immers de zonde op de loer. Mensen gingen luieren, fantaseren of, God verhoede, masturberen.

Hoe anders is dat tegenwoordig. Wetenschappers waarschuwen vrijwel unaniem voor de gevaren van te weinig slaap. Uit onderzoek blijkt dan ook dat mensen die kampen met grote slaaptekorten drie keer meer risico lopen op hartfalen. Wetenschappers in Oxford vonden uit dat hersenen van mensen met slaapproblemen sneller slinken. Het zorgt voor overgewicht en diabetes. Voor een slechter geheugen ook. En het verlaagt je weerstand: wie minder dan zeven uur slaapt per nacht zou zelfs drie keer zo snel verkouden worden.

Des te zorgwekkender is het dat steeds meer mensen precies het omgekeerde doen. Zij slapen te weinig. De Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention, een overheidsorganisatie, spreekt daarom over slaaptekort als een ‘volksgezondheidsepidemie’. Vijftig tot zeventig miljoen volwassen Amerikanen zouden aan een hieraan verwante stoornis lijden. Volgens de Samenwerkende Nederlandse Slaapcentra kampt hier te lande zo’n vijftien procent van de bevolking met slaapstoornissen.

Dat is wat anders dan enkel moeheid of slaapproblemen, legt Hans Hamburger, neuroloog, somnoloog en hoofd van het Amsterdam SlaapCentrum in het MC Slotervaart, mij uit: ‘Van een slaapstoornis is pas sprake als het je functioneren overdag negatief beïnvloedt. Denk aan doezelende mensen die moeten opletten, bijvoorbeeld een vrachtwagenchauffeur die zo slaperig is dat hij een ongeluk zou kunnen veroorzaken.’

Hamburger ziet een forse groei van het aantal mensen dat zich meldt met een slaapstoornis. ‘Ik heb het Amsterdam SlaapCentrum eind jaren tachtig opgericht. Toen draaide ik één keer per week een spreekuur. Inmiddels zijn er vier artsen die vijf dagen per week spreekuur hebben. En we hebben er inmiddels twee centra bij: Boerhaave MC en MC Zuiderzee in Lelystad. We krijgen jaarlijks zo’n 2500 patiënten over de vloer.’ Die hebben overigens niet allemaal last van chronische slapeloosheid, oftewel insomnie. Bij slaapstoornissen kan het ook gaan om, bijvoorbeeld, slaapademhalingsstoornissen, een ontregelde biologische klok (iets wat vooral veel voorkomt bij pubers), bewegingsstoornissen in de slaap (rls) of parasomnia, waarbij mensen vreemde dingen doen in hun slaap.

Dat mensen die hiermee worstelen zich vaker melden bij de diverse slaapcentra in Nederlandse ziekenhuizen komt ook door de toegenomen aandacht voor slaap, denkt Roselyne Rijsman, die als neuroloog en somnoloog is verbonden aan het Centrum voor Slaap- en Waakstoornissen in het Medisch Centrum Haaglanden. ‘Er is veel meer aandacht voor, bijvoorbeeld, ademhalingsgerelateerde stoornissen. Het is evident dat patiënten hiervan beter op de hoogte zijn. Datzelfde geldt voor de huisartsen. Zij weten dat dit tegenwoordig goed te behandelen is, dus melden mensen zich sneller bij ons.’

Maar ook voor wie niet direct aan een stoornis lijdt, is voldoende slaap uiterst belangrijk, beaamt Hamburger. ‘Dat iedereen acht uur slaap per nacht nodig heeft, is een fabeltje. Maar slaap hoort, samen met eten en drinken en voldoende beweging, wel degelijk tot de belangrijkste dingen in het leven. Uit onderzoek blijkt dat een week lang iets minder dan zes uur slapen per nacht al ernstige consequenties heeft. Slaaptekort heeft een negatieve invloed op de werking van meer dan zevenhonderd genen! De verkeerde aanmaak van eiwitten zorgt voor allerlei stofwisselingsproblemen. Je kunt dat meten bij normale proefpersonen in het bloed. Slapen ze vervolgens veel te kort, dan blijkt er na een week al ontzettend veel mis te zijn.’

Slaapgebrek heeft niet alleen zijn weerslag op de volksgezondheid. Ook politiek wordt het een steeds belangrijkere kwestie. In hoeverre beroerd slapen zorgt voor een slechter nationaal humeur, en daarmee mogelijk kortere lontjes en meer agressie, blijft gissen. Maar in elk geval kost het de samenleving veel geld. Slaapgebrek werkt psychische problemen, ziekteverzuim en een lagere arbeidsproductiviteit in de hand.

In hoeverre beroerd slapen zorgt voor een slechter nationaal humeur en kortere lontjes blijft gissen

Zelfs de maatschappijcritici steken de loftrompet over het slapen. ‘Slaap is een permanente belediging van het kapitalisme’, stelde Jonathan Crary, hoogleraar aan Columbia University en auteur van 24/7: Late Capitalism and the End of Sleep, eerder dit jaar in een interview met dit blad. Worden de verworpenen der aarde in de Nederlandse vertaling van De Internationale opgeroepen te ‘ontwaken’, wat Crary betreft draaien ze zich in naam van de revolutie nog een keertje om: ‘Slaap is de enige tijd waarin we nog onbereikbaar zijn voor zijn krachten (van de economie – kh). Zo staat slaap voor de mogelijkheid om onze tijd te organiseren op een wijze die niet verenigbaar is met de noden van het mondiale neoliberale kapitalisme.’

5.30

Mijn jongste dochter meldt zich met een overvolle pamper. Daarmee is het officieel: dit wordt een beroerde nacht. Weliswaar niet het gevolg van een slaapstoornis, maar van een misplaatste bezuinigingsdrang die mij een goedkoper merk luiers heeft doen kopen. In dit geval is het resultaat hetzelfde. Vervelend genoeg spookt direct de vers opgedane kennis over de gevolgen van een slechte nachtrust door mijn hoofd. Het is natuurlijk overdreven, maar hoe meer je erover leest, hoe onwaarschijnlijker het lijkt dat je geheugen en je weerstand de volgende dag nog wél enigszins functioneren.

Er was een tijd dat mensen ’s nachts wakker konden liggen zónder zich hier meteen druk over te maken. Dat dit zelfs de normaalste zaak van de wereld was. Zo luidt althans de conclusie die de historicus Roger Ekirch, verbonden aan de Amerikaanse universiteit Virginia Tech, heeft getrokken op basis van uitgebreid onderzoek naar dagboeken en romans, van Charles Dickens tot Cervantes’ Don Quichote. In zijn boek At Day’s Close: Night in Times Past (in het Nederlands verschenen onder de titel Nacht en ontij) laat hij zien dat mensen gedurende het grootste deel van de geschiedenis, in alle mogelijke culturen, een uitgebreide slaappauze namen. Ze sliepen grofweg vier uur. Vervolgens namen ze één, soms zelfs twee uur de tijd om te urineren, te roken, te bidden of te vrijen. Anderen dachten in stilte na over hun dromen of – waarom ook niet – knoopten een praatje aan met de buren. Pas daarna begonnen zij aan hun tweede slaapetappe.

Dat klinkt heerlijk. Toch waarschuwt Ekirch ervoor dit verleden te romantiseren. ‘Waarschijnlijk hebben we nog nooit zo goed geslapen’, schreef hij na het verschijnen van zijn boek in The New York Times. Anders dan wij hadden de meeste bewoners van vroeger geen geld voor een matras. Zij sliepen met veel te veel mensen in een kleine, lawaaierige en bedompte ruimte. Naast hen stond de pot met ontlasting te stinken. En dan waren er nog de luizen en ander ongedierte die voor aanhoudende jeuk zorgden.

Zo’n ramp was het dan ook niet dat dit pre-industriële slaappatroon vanaf het einde van de zeventiende eeuw begon te verdwijnen. Volgens Ekirch was het met name de verbreiding van het kunstlicht die hieraan bijdroeg. In 1667 introduceerde Parijs als eerste stad ter wereld straatverlichting, in de vorm van wassen kaarsen in glazen lampen. Twee jaar later volgde Amsterdam met een geraffineerder systeem van olielampen. Het zorgde ervoor dat mensen langer op konden blijven. De nacht werd, overdreven gezegd, van een periode van contemplatie tot een oord van vertier.

Andere historici hebben erop gewezen dat kunstlicht niet de enige reden kan zijn geweest voor deze verandering. Cafeïne en opium werden populair. En er was de opkomst van een nieuwe, industriële tijdsdiscipline. Wat dit in de negentiende eeuw deed met de slaap van de groeiende arbeidersklasse valt terug te lezen in de voetnoten bij Karl Marx’ Das Kapital. Ze staan vol gruwelijke anekdotes, grotendeels afkomstig uit de rapporten van de Britse fabrieksinspecteurs.

Het gaat over twaalfjarige jongetjes die van zes uur ’s ochtends tot de volgende middag om vier uur moesten ploeteren in de fabriek, slechts onderbroken door de maaltijden en ‘een uur slaap om middernacht’. Over de hoedenmaakster Mary Anne Walkley, twintig jaar oud, die volgens de kranten in de zomer van 1863 stierf aan overwerk. In haar naaiatelier werden in drukke tijden diensten gedraaid van dertig uur aan één stuk, mede mogelijk gemaakt door een gestage toestroom van koffie, port en sherry. Of wat te denken van de drie spoorwegmannen die voor de rechter moesten verschijnen. Ze zouden schuld hebben aan een groot treinongeluk. Hun verweer: bij diensten van achttien, soms zelfs twintig uur houden de hersenen op een gegeven moment op te denken en de ogen stoppen met zien.

Slaapproblemen zijn, kortom, van alle tijden. Maar de oorzaken verschillen door de jaren heen. De ergste misstanden in de fabrieken verdwenen onder druk van de arbeidersbeweging. Een van haar belangrijkste eisen was acht uur werken, acht uur ontspannen en, ook hier al, acht uur slapen. Dat dit streven in de afgelopen decennia opnieuw onder druk is komen te staan, heeft andere gronden. Natuurlijk, ook hier speelt de economie een rol. ‘We leven in een 24-uurseconomie’, zegt neuroloog Roselyne Rijsman. ‘En ja, dat zorgt voor stress, wat mee kan spelen bij insomnie. Maar stress is denk ik iets van alle tijden. Nieuw is de wijze waarop het bioritme wordt verstoord. In een 24-uurseconomie zijn mensen wakker en aan het werk op momenten dat hun bioritme zegt: slapen. Ook het licht van de schermen van onze smartphones en tablets, vlak voor het naar bed gaan, heeft invloed op ons bioritme.’ Dat is iets anders dan ’s avonds op de bank televisie kijken, voegt ze eraan toe. Dat doen mensen al tientallen jaren. Nieuw is dat we schermen, bijvoorbeeld van onze telefoon, vlak voor onze ogen houden. Het licht is hierdoor veel sterker. En daarmee ook het effect op je bioritme.

‘Anderhalf miljoen Neder- landers slikken slaappillen, verschrikkelijk. Iedereen experimenteert maar wat’

Slaaponderzoeker Hans Hamburger bevestigt de negatieve gevolgen van het nieuwe kunstlicht: ‘De laatste jaren staan mensen daar veel meer aan bloot. Zelfs in bed whatsappen ze, wordt er getwitterd en naar Facebook gekeken. En dat allemaal tegelijkertijd. Al dit licht dat op ons netvlies valt, wordt daar geregistreerd door speciale receptoren. Die zetten ons systeem op “wakker”. Dan maakt je lichaam automatisch minder melatonine aan, en val je later in slaap.’

Hij noemt nog een andere oorzaak: het toenemende overgewicht. ‘Van weinig slapen kan je eetlust groeien, en word je per saldo dus wat dikker. Dat leidt mogelijk weer tot slaapademhalingsstoornissen.’ Een vicieuze cirkel, die niet zomaar doorbroken kan worden door gezonder eten of meer beweging: ‘Overgewicht krijg je niet alleen weg met een dieet of sporten. Beter slapen is net zo goed belangrijk.’

Soms komen die twee factoren, overgewicht en kunstlicht, ook bij elkaar. ‘Neem Amsterdam’, vertelt Hamburger. ‘Veel kinderen in West, Noord en Oost kampen met obesitas. Het betreft vaak jongeren uit grote gezinnen. Daar is niet altijd evenveel controle op wat zij ’s avonds en ’s nachts uitspoken. Wij hebben recentelijk op basisscholen geconstateerd dat veel kinderen in de hogere groepen hun mobieltje mee naar bed nemen. Het gevolg is dat ze minder slapen. En ja, dat kan dus tot overgewicht leiden.’

De oplossing? In elk geval niet de geneesmiddelenindustrie met zijn pillen, betoogt Hamburger fel: ‘Mensen moeten zich niet vastklampen aan zulke onzin. Anderhalf miljoen Nederlanders slikken slaappillen, verschrikkelijk. Iedereen experimenteert maar een beetje met melatonine, in plaats van de tijd te nemen om te slapen.’

Het goede nieuws is dat er steeds betere, wetenschappelijk onderbouwde behandelingen beschikbaar zijn voor slaapstoornissen. En voor al die andere mensen die ‘gewoon’ moe zijn, is er volgens de slaapdeskundigen zelfs een volledig gratis en volstrekt onschuldig medicijn voorhanden: ga wat eerder naar bed. En zet die smartphone, tablet of laptop uit. Of beter nog, neem ze helemaal niet mee in de slaapkamer.

6.15

Ik ben overtuigd. Het blauwe licht van de smartphone heeft gisteravond laat ongetwijfeld mijn melatonineproductie gehinderd. En nee, zeggen de slaapdeskundigen, apps als Sleep as Android doen geen betrouwbare metingen. Wie echt wil weten hoe hij slaapt, moet aan de slag met andere apparaten. Bijvoorbeeld een Actigraaf, een soort horloge om je pols.

Maar voor mij, als doorgaans probleemloos slaper, is er nog een ander bezwaar dat zwaarder weegt. Op het schermpje zie ik de cijfers die mijn voorbije nacht haarfijn samenvatten. De veel te korte slaapduur, het aantal cycli, mijn percentage diepe slaap. In de grafiek zie ik de drie tijdstippen terug waarop ik wakker werd, plus het vroege ogenblik van het definitieve ontwaken. Ach, het is niet anders. Veel erger is dat ik op al die momenten direct met mijn gedachten bij deze app zat. Erger nog: ik dacht meteen aan mijn tekortschietende slaapduur. Dat is niet bepaald bevorderlijk voor de nachtrust.

Het toont hoe slaap tot een prestatie kan worden. Iets wat net als alle andere facetten in ons leven gestroomlijnd en gladjes dient te verlopen, liefst zonder tegenslag. Efficiënt, dat is het woord. Ik lig om 23 uur ’s avonds in bed, net als negentig procent van de Nederlanders, in de hoop dat ik precies acht uur later fit en productief wakker word. Lukt dat niet, dan zijn er boeken om mij te helpen met absurde titels als Sleep Like a Pro: Mastering Your Sleep Pattern for Maximum Productivity.

Maar wat de slaapindustrie met haar adviezen en hulpmiddelen ook suggereert, slaap is niet zomaar een activiteit. Integendeel: het is de ultieme non-activiteit. Juist als ik elke keer wanneer ik wakker word op de wekker kijk, en uitreken hoeveel uren ik nog kan slapen als ik nú indut, lukt het niet. Slapen moet doelloos zijn, improductief, wars van elk prestatiedenken.

Het is welletjes geweest. Die app gaat er nú vanaf.


De foto is afkomstig uit het boek Sleep van Ted Spagna. Tedspagna.com