POPMUZIEK: Stuurbaard Bakkebaard

Nooit slapen met een vol hoofd

De erfenis van de gruizige pannen- en ketelblues van Captain Beefheart en de jonge Tom Waits, die wordt in Nederland al jaren vakkundig beheerd door De Kift en de verschillende bands van zanger/cabaretier André Manuel. In het werk van beiden zijn de teksten in het Nederlands en van groot belang.

Maar er was in diezelfde hoek ook nog Stuurbaard Bakkebaard. Drie mannen uit Eindhoven, die enkele albums maakten en gedenkwaardige optredens gaven, waarin ze niet wegliepen voor de altijd gevaarlijke combinatie van popmuziek, van experimentele aard ook nog, en humor. Hun teksten wisselden van taal en mate van ernst, hun shows gingen, mede door de even coole als onnavolgbare frontman Timo van Veen, altijd vergezeld van een zweem van ironie. Ronduit flauw werd het nooit, daarvoor was hun muziek ook te spannend, maar Stuurbaard Bakkebaard was bepaald niet bang om de grenzen op te zoeken, en op te trekken.

Net voor ook hun onvoorspelbaarheid voorspelbaar werd, breidden ze de band uit met een vierde bandlid: de om verschillende, maar zeker ook muzikale, redenen roemruchte dj DNA, vooral bekend van zijn jaren bij de Urban Dance Squad. Het leverde één verrassend, want behoorlijk elektronisch, album op, dat het oorspronkelijke geluid van Stuurbaard Bakkebaard deels revitaliseerde, maar ook deels beëindigde. Dat riep ook de vraag op wat de band in deze bezetting verder nog zou kunnen doen. Niets, zo bleek, want Stuurbaard Bakkebaard lag vervolgens een behoorlijke tijd stil. Het eerste wat de band weer deed, was muziek maken bij de film Doodslag van Pieter Kuijpers, met stadgenoot Theo Maassen in de hoofdrol. Jaren eerder had de band al eens enkele vertoningen van de cultklassieker C’est arrivé près de chez vous live tijdens vertoningen van muziek verzien. Dat pakte erg goed uit: Stuurbaard Bakkebaard wist wel raad met de chaotische, paranoïde dreiging van die film.

Kennelijk werkte het inspirerend, dat werken aan een soundtrack, want nu is er voor het eerst in vier jaar een album van de band, teruggebracht naar de drie originele bandleden. Opgenomen op het terrein van Strijp-S, de inmiddels roemruchte plek in Eindhoven waar kunst, design en techniek samenkomen. Ook Boys Do Cry ademt vitaliteit en zelfvertrouwen uit: de tekst van openingsnummer I Don’t Understand How It Could Be Done But I Amaze Myself bestaat uit de titel, en niets dan dat. Het zwoele Soul Sexify is pas een ruime minuut op dreef voor de fade-out al intreedt en het gruizige Left A House de nachtclubsfeer al weer hardhandig beëindigt. Het zijn nummers die spelen met de regels van het popliedje, zonder meteen anti-nummers te worden. Terwijl Two Girls een refrein van één riff, en de tekst ‘two girls, sittin’ in the sun’ bijna weer een ode is aan het simplisme van de pop. Het had een nummer in mono kunnen zijn.

‘Never go to sleep when you got a lot of things on your mind’, zingt Van Veen iets eerder op het album, terwijl zijn band een rusteloze melodie speelt.

Het is bepaald geen wonder dat de band dit jaar opnieuw op het Oerol-festival speelt. Waar Stuurbaard Bakkebaard klinkt, hangt immer de geur van kampvuur en de sfeer van vrijzinnigheid.


Stuurbaard Bakkebaard, Boys Do Cry, label: Pias.

Stuurbaard Bakkebaard speelt 19 april in het Patronaat in Haarlem en 17 mei in Victorie in Alkmaar