Studenten informatica over het openbare online leven

Nooit zeggen dat je achter Snowden staat

18 december 2013 - Ze zijn jonger dan het internet zelf en maken zich geen enkele illusie: online data kunnen overal belanden. Dus posten studenten informatica nooit dat ze op vakantie gaan, dat ze Snowden steunen (of zwarte piet) of wat hun politieke kleur is.

Medium informatica

‘Een tijdje terug zag ik een aflevering van de DWDD University vanuit Silicon Valley waarin Alexander Klöpping met glinsterende ogen op de Google-campus rondliep. Hij zei: “Ja, ze hebben wel veel privacy-gevoelige informatie van ons, maar daar zullen ze wel niks verkeerds mee doen.” Hoe naïef kun je zijn?’ zegt Jos Mangnus (22), student technische informatica aan de TU Eindhoven.

‘Het interne motto van Google is: Don’t be evil’, weet Xander Bouman (21), student informatiekunde aan de Universiteit Utrecht. ‘Dat is ironisch. Wat je altijd in gedachten moet houden is dit: als een product gratis is, ben jíj het product dat wordt verkocht.’

Masterstudent security en business information systems Edwin Hermkens (24): ‘Bedrijven als Facebook, Google en Apple zijn als heroïnedealers: als je eenmaal verslaafd bent, veranderen ze de regels. En het gaat steeds slinkser. Je downloadt apps en er worden steeds meer datasets aan elkaar gekoppeld. “Voer ook nog even je telefoonnummer in, want dan kunnen we je nog beter van dienst zijn. En importeer even al je vrienden die in je telefoon staan.”

Daniël van Loon (20), derdejaars informatica in Nijmegen: ‘Ik hoorde dat bedrijven waar je solliciteert gewoon aan Facebook vragen: “Wat is dat voor een jongen?”, en dat ze die informatie gewoon geven. Ook uit gewiste posts en van opgeheven accounts.’

Net als in ieder ander universiteitsgebouw zitten op de faculteiten informatica overal studenten achter hun laptops. Het grote verschil: het ontbreken van oplichtende Apple-logo’s. Studenten die worden opgeleid voor het ontwikkelen van software kunnen niets met de elders zo populaire producten van wijlen Steve Jobs. Op hun schermen geen vrolijke icoontjes in alle kleuren van de regenboog. ‘Het debat gaat altijd over veiligheid versus privacy, maar voor de meeste mensen is het gebruikersgemak versus privacy’, zegt Pieter Kokx (21), student technische informatica in Eindhoven en bestuurslid van studievereniging Gewis. Collega-bestuurslid Marc van Meel (23): ‘Wij werken met Linux omdat de code daarachter openbaar is en je kunt zien wat er met je data gebeurt. Als er een lek is, wordt dat onmiddellijk door andere gebruikers opgemerkt en aangepast. Het is een andere cultuur.’

‘Jullie toekomst ligt in het verder ontwikkelen van augmented reality, geotagging, gadgets als Google Glass en bijvoorbeeld ook het detecteren van agressie in de trein via de herkenning van gezichtsuitdrukkingen.’ Vakvoorlichter Joost Broekens spreekt enthousiast voor een collegezaal vol vwo-scholieren in het hoogste gebouw op de campus van de TU Delft. ‘Daarvoor zijn algoritmen nodig en slimme programmeurs. Het verschil tussen jullie straks en hbo-studenten? Dat jullie kunnen reflecteren op het waarom achter technologische ontwikkelingen. Waarom doe ik iets op deze manier en hoe kan het beter?’

De open dagen van de faculteit technische wiskunde en informatica zijn dit jaar weer drukker bezocht dan vorig jaar, toen ook al een record werd gebroken. Informatica is hot. In 2012 begonnen 2144 studenten aan een universitaire ict-studie en de aanmeldingen stegen in 2013 op alle universiteiten naar recordhoogtes. Afgaand op de aantallen scholieren die de open dagen bezoeken, zullen de zalen ook in 2014 uit hun voegen barsten. Toch waarschuwen vertegenwoordigers uit de sector, zoals oud–commandant der strijdkrachten Dick Berlijn die nu in dienst is bij ict-reus Deloitte, dat het er nog niet genoeg zijn. Alleen al in de cyber security, de bescherming van systemen van bedrijven en overheden tegen vijandige aanvallen van activistische hackers, criminelen en concurrenten, zouden duizenden banen moeten worden gevuld met buitenlandse specialisten als er de komende jaren niet veel meer scholieren over de streep worden getrokken om te gaan programmeren.

Het charmeoffensief in Delft draait in elk geval op volle toeren. Ook de trappen zitten vol geïnteresseerde tieners als de spectaculaire lasershow begint die in 3D laat zien hoe afhankelijk we zijn geworden van het programmeerwerk van informatici. Pinbetalingen, reizen met de ov-chipkaart, de optimale verdeling van energie uit zonnecellen, robots die auto’s bouwen; dit kan allemaal niet zonder informatica. Als de lichten weer aan zijn, windt decaan Rob Vassero er geen doekjes om: ‘Moeilijk? Ja, deze studies zijn moeilijk. Maar als het niet moeilijk was, kon iedereen het. En wat is daar nou leuk aan?’ Uitblinkers hebben ze nodig, de bedrijven die zorgen dat we veilig kunnen internet-bankieren en ook in de hogesnelheidstrein kunnen twitteren dat we bijna in Parijs zijn. ‘Wie de eindstreep haalt heeft gegarandeerd een baan’, belooft Vassero.

Al tijdens de studie dingt het bedrijfsleven naar de hand van informaticastudenten, blijkt op de campus van de TU Eindhoven. ‘We mogen niet klagen’, zegt penningmeester Jos Mangnus (22) van Gewis terwijl hij de chips van de tafels veegt en de bierflesjes van de vorige avond opruimt. Hij pakt wat blikjes fris uit de tot het plafond reikende koelkasten in de skyboxachtige balzaal die hun ter beschikking is gesteld door de faculteit. ‘De sponsors zijn ons goed gezind.’ kpn, Shell, Océ, asml, CapGemini, SNS Reaal, kpmg, de lijst bedrijven die de verenigingskas spekken is schier eindeloos. En wie wil kan morgen bij hen aan de slag. Mangnus: ‘Er zijn studenten die al twee of drie dagen per week werken en zo’n bedrijf hun studie laten betalen.’ Aan andere studenten wordt getrokken door headhunters en recruiters om ook hen nog vóór of direct na het behalen van de bachelor uit de studie te trekken. ‘Bedrijven betalen duizenden euro’s om hier een presentatie of workshop te mogen geven.’ Dat ze straks de keuze hebben, zorgt ervoor dat studenten informatica kritisch kunnen zijn.

‘Vroeger wilde ik alleen maar bij een bedrijf als Google werken. Zo’n kantoor in Silicon Valley met glijbanen, pooltafels en van die coole loungehoekjes, dat leek me helemaal te gek. Tot mijn eerste colleges datamining’, zegt Mangnus. ‘Dan begin je te beseffen wat ze daar allemaal doen. Dat Google door alle zoekvragen die we intikken precies weet wie en wat we zijn.’ Ook hij kent het voorbeeld van de Amerikaanse supermarktketen die na geautomatiseerde datamining in het eigen bestand aanbiedingen voor zwangere vrouwen stuurde naar een meisje van zestien. De onderneming moest aan een boze vader vertellen dat alles in haar koopgedrag (onder andere geurloze shampoo) erop wees dat ze zwanger was. Wat ook zo bleek te zijn. Volgens Mangnus heeft Google de grootste dataset ter wereld en weet het bedrijf zelfs welke tieners nog uit de kast moeten komen over hun homoseksualiteit. ‘Door naar patronen te kijken. We zijn niet zo uniek als we allemaal denken en Google heeft data van honderden miljoenen gebruikers. Dat is eng. Heb je niks te verbergen? Je weet nog niet eens wat je te verbergen hebt! Google wel.’ En ook al weet Mangnus dat de afdeling P&O van Google dit zal lezen als hij er ooit solliciteert, zegt hij: ‘Ik worstel ermee of ik dat wel oké vind.’

Ideeën over privacy ontwikkelen de studenten in hun eigen tijd. In het curriculum is er nauwelijks aandacht voor. ‘We hebben het vak ethiek en recht’, zegt Mangnus, ‘maar dat is heel theoretisch, over stromingen in de ethiek en het verschil tussen open source software en met patenten en licenties beschermde programma’s. De enige ethische vraag die daar voorbijkwam is of je de code van een ander bedrijf mag stelen. Het is niet echt vormend. Over de onthullingen van Edward Snowden of de werkwijze van Google en Facebook gaat het niet.’ Pieter Kokx merkt op: ‘De gemiddelde docent vindt dat gelul over privacy maar onzin.’

Van Marc van Meel hoeft ethiek ook niet uitgebreider aan bod te komen. ‘Wat heeft het voor zin? Misschien bouw ik later wel een virus als iemand me daar twee miljoen voor betaalt. Dat is een persoonlijke keuze.’ Kokx is het met hem eens. ‘Je voelt zelf wel aan wat wel en niet oké is’, zegt hij. ‘Daar heb je geen lessen ethiek voor nodig. Maar de meeste mensen zijn te koop.’ Gijs van Enckevort (25), bijna klaar met zijn master information security, voegt daaraan toe: ‘Waarom zou je iets niet bouwen als je baas het vraagt en wel als de nsa je opdracht geeft iets te doen wat de privacywet overtreedt?’

Net als hun docenten zien de studenten in Eindhoven niet hoe lessen ethiek voor informatici zouden bijdragen aan de oplossing voor het privacyprobleem. Marcel Visser (19), tweedejaars informatica: ‘Wij bedenken het verdienmodel niet. Dat doen marketingmensen. Ik kan zo een sociaal netwerk bouwen dat geen privacygevoelige informatie opslaat, maar mensen zijn nu gewend aan Facebook en Skype. Die stappen niet meer over.’ Zeker niet, denken de studenten, als ze voor dat veilige netwerk moeten gaan betalen omdat van het huidige verdienmodel – het verkopen van data aan adverteerders – wordt afgestapt. ‘Het zou netter zijn als het publiek wist wat er allemaal met hun data gebeurt’, zegt Van Enckevort. ‘Twitter is daar tot nu toe redelijk netjes in geweest. Maar die zijn nu ook beursgenoteerd, dus wie weet wat die nog gaan uitspoken om eindelijk geld te gaan verdienen.’

Van Enckevort is al door vier potentiële werkgevers benaderd en is met één in gesprek. ‘Ik moet kiezen welke kant ik uit wil: in dienst bij een bank of werken bij een bedrijf dat gespecialiseerd is in security en op opdrachtbasis werkt.’ Masterstudent security Edwin Hermkens benadrukt dat er ook mooie banen zijn in de energiesector en de aandelenhandel. ‘Die systemen zijn allemaal cruciaal. Alle beurzen in de wereld lopen perfect synchroon. Als iemand inbreekt en zorgt dat er ergens een klein beetje vertraging is, weet je dus de koersen net iets eerder en kun je een hoop geld verdienen. De Nasdaq heeft een keer 24 seconden achtergelopen. Was het een hack? Ze hebben dat volgens mij nooit achterhaald. Waarschijnlijk was het gewoon een foutje, maar het geeft aan hoe kwetsbaar die systemen zijn.’

Het is lunchtijd en het wordt druk in de verenigingsruimte. De informaticastudent is nog altijd een vriendelijke nerd met een schuchtere maar scherpe blik. Daar heeft het mooie carrièreperspectief niets aan veranderd. Het zijn jongens en een enkel meisje die je, tenzij ze ooit klokkenluider worden zoals whizzkid-collega’s Chelsea Manning, Julian Assange of Edward Snowden, nooit in de media zult tegenkomen. Ze worden opgeleid voor een anonieme baan achter de schermen. Maar ook zijzelf hopen vurig dat er eens iemand uit hun midden opstaat om de politiek in te gaan.

‘Als je ze nu in de Kamer over deze zaken hoort spreken. Tenenkrommend. Ze hebben echt geen idee waarover ze het hebben’, zegt Van Meel. ‘Allemaal alfa’s. De regelgeving die nu op de ict wordt toegepast is antiek, nog gericht op boeken en cd’s, en gaat over auteursrecht en het maken van fysieke kopieën.’ ‘En dan krijg je zo’n gedrocht als de cookiewet’, zegt Willem Mouwen (20), ‘dat op iedere site zo’n waarschuwing omhoog popt. Alleen maar irritant en iedereen klikt het weg door op akkoord te klikken, want anders krijg je geen toegang tot de site. Het lost niks op.’ Van Meel: ‘Maar het boeit mensen ook niet!’ Mouwen: ‘Eigenlijk zouden ze al op de basisschool lessen informatica moeten geven. Dus niet alleen leren omgaan met computers, want dat kunnen ze al met twee jaar, maar ook leren over wat software is, wat programma’s doen achter de schermen.’

De onthullingen van Edward Snowden moeten enthousiast zijn onthaald door informaticastudenten. Maar deze jongens zijn zo slim om zich daar niet expliciet over uit te spreken. ‘Ik zou het zelf nooit doen, maar het is goed dat de wereld is wakker geschud’, klinkt het unaniem. Onderwijl twinkelen de ogen ondeugend. Deze studenten beseffen donders goed dat geen bedrijf of overheidsdienst willens en wetens een klokkenluider of een sympathisant van een klokkenluider in dienst zal nemen.

Allemaal betreuren ze het dat hun werkterrein negatief in het nieuws komt, terwijl informatica, en ja, ook datamining, zoveel positiefs bijdraagt, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg. ‘Door heel veel scans van in het lichaam gevonden tumoren met elkaar te vergelijken, kun je veel sneller zien welke waarschijnlijk kwaadaardig zijn’, zegt Van Meel. Puck Mulders (21), bachelorstudent web science, spreekt van een revolutie. ‘De industriële revolutie zorgde voor een enorme sprong in technologische vooruitgang en welvaart. Maar er kwamen ook kinderarbeid en gruwelijke ongelukken op de werkvloer. Regulering sukkelde erachteraan. Zo is het ook met internet. Het gaat gewoon te snel.’

‘Wat ik pas schokkend vind, is dat iedereen zo verbaasd is’, zegt Sako Arts (20). ‘Het is net als met het misbruik in de katholieke kerk. We weten al jaren dat dit allemaal kan. Dan kun je toch ook bedenken dat de Amerikanen dat ook allemaal doen? En onze eigen aivd doet het net zo hard. En de Britten.’ Arts won eens een peperduur snowboard door in de code achter een internetspelletje zijn eigen score op te hogen (‘Het was te makkelijk, verder ben ik braaf’). Hij maakt zich geen illusie over privacy. ‘Die bestaat niet meer. Google heeft zelfs een kopie van mijn paspoort omdat ze de naam Sako niet als voornaam wilden accepteren en je alleen met je echte naam een account kunt aanmaken. Ze weten alles van me en delen dat met de nsa omdat ze zo terroristen denken op te sporen. Het slaat nergens op, maar wat kan ik eraan doen?’

Toch is er wel een weg terug, vindt Mulders. ‘Het is prima dat iTunes opslaat welke muziek ik leuk vind en me aan de hand daarvan nieuwe muziek aanraadt, maar ze hoeven niet alles wat ik doe en vind en wáár ik mij bevind te delen met derden. Daar ligt de grens. Het probleem is dat internet en alle software die erop draait ontworpen is om te delen. Beveiligen gebeurt pas achteraf. We zouden eigenlijk andersom moeten ontwerpen. Direct bedenken hoe je kunt voorkomen dat alles wat je invoert ook gedeeld wordt buiten het product om. Op auto’s zat in het begin ook geen beveiliging.’

De hamvraag is hoe je op internet de privacy die mensen vrijwillig inruilen voor gratis diensten en gebruikersgemak moet beschermen. Van Enckevort: ‘Ze proberen wel zaken te reguleren, maar wie is de baas op internet? Heeft Europa iets te zeggen over de bedrijfsvoering van Amerikaanse bedrijven? Op data die zijn opgeslagen in de VS is de Amerikaanse wet van toepassing.’ Volgens Hermkens is het een kat-en-muisspel. ‘Je strijdt tegen slimme mensen met enorme budgetten. Online data zijn keiharde business.’

In de kantine van de faculteit technische wiskunde en informatica van de TU Delft zit masterstudent Rob Ruigrok (25) met een paar vrienden te kletsen, lunchen en programmeren. Ieder zit achter zijn eigen scherm. Ze staan allen op het punt van afstuderen. Ruigrok is van het groepje de enige die geciteerd wil worden. ‘Ik heb al mijn eigen bedrijf en ik zie niet de nsa, maar hackers als de grootste bedreiging. Daarom gebruik ik encryptie. De nsa kan encryptie gewoon kraken.’

Een van zijn vrienden denkt dat de Amerikanen in het geheim misschien zelfs al die jaren de leveranciers zijn geweest van de belangrijkste encryptie-programma’s. Ruigrok is benieuwd of dat waar is, maar gaat het niet uitzoeken, ‘want dan kom ik straks de VS niet meer in’. Ook in Delft hebben ze alleen theoretische lessen ethiek gehad, grenzen trekken ze zelf. ‘Als bedrijf moet je je afvragen waarom je gegevens van klanten verzamelt. Als je er niks mee doet is het opslaan ervan alleen maar een risico. Big data zijn een grote verantwoordelijkheid. Je kunt enorme claims aan je broek krijgen.’ Ruigrok denkt dat het verzamelen van data door jan en alleman doorgaat totdat het een keer echt goed misgaat. ‘En dan heb ik het niet over een onthulling dat 1,8 miljoen Nederlanders door de nsa zijn afgeluisterd, want dat boeit blijkbaar niemand. Nee, dat er na een staatsgreep ergens echt misbruik gemaakt wordt van zo’n database.’

In café The Basket tussen de faculteitsgebouwen van de Universiteit Utrecht wordt deze middag druk gediscussieerd over privacy versus veiligheid. Ook hier is het op de faculteit informatica en informatiekunde in het les-programma ijzig stil over het onderwerp. Tom Wassenberg (21), student informatiekunde: ‘Bij het vak recht en informatica leer je hoe de wet in elkaar steekt, maar die wet is gewoon niet toereikend. Dan zegt een bedrijf dat ze alleen IP-adressen opslaan en dat die geanonimiseerd zijn, maar dan blijken die IP-adressen op andere manieren, door koppeling van een paar gegevens in hun database, toch tot individuele personen te herleiden te zijn.’

Zorg over de toekomst van privacy overheerst. Erwin Kaats (27), masterstudent business informatics: ‘Je zou hopen dat de populariteit van social media door alle publiciteit over privacyschendingen zou imploderen, maar ik vrees dat het allemaal nog een stapje verder gaat. Facebook heeft meer dan een miljard gebruikers, waarvan zich misschien enkele tienduizenden druk maken over privacy. Dat raakt zo’n bedrijf gewoon niet.’ Hij is daarom zelf nauwelijks actief op social media. ‘In Nederland kun je misschien probleemloos die “pietitie” liken, maar in Amerika zien ze zwarte piet als een racistisch symbool. Stel dat je over vier jaar in Amerika aan de slag wilt en je aanstaande werkgever ziet dat je vóór het behoud van zwarte piet was?’

‘Het is niet denkbeeldig dat zorgverzekeraars gebruikmaken van Facebook-data’, zegt Wassenberg. Volgens Kaats gebeurt dat in Amerika al lang. ‘Alle diensten willen met elkaar koppelen. Spotify, Whatsapp, spelletjes, ze willen allemaal linken en vooral met Facebook, omdat je daar de meest persoonlijke informatie achterlaat.’ ‘Misschien is die app van dat leuke spelletje wel betaald door je zorgverzekeraar’, voegt Wassenberg toe. ‘En als je die app linkt met Facebook, kunnen ze zien dat je daar over je hernia of het verlies van je ouders aan kanker vertelt. Want daar ga je mee akkoord hè, met dat klikken op die voorwaarden die je nooit leest. Derden schijnen zelfs al je privé-chats in te kunnen kijken.’

Allebei denken ze dat het goed mogelijk is dat je in de toekomst een verzekering wordt geweigerd door je openheid op Facebook, en dat dat zelfs zou kunnen doorwerken tot je kinderen en kleinkinderen omdat alles voor de eeuwigheid in databases wordt opgeslagen. ‘Het gevaar is dat we heilig gaan geloven in die profileringen’, zegt Wassenberg. ‘Hoeveel vertrouwen hebben we in datasets? Ik denk heel veel. Aan de hand van de data van iemands Albert Heijn-bonuskaart waarop wordt opgeslagen wat iemand jaar in, jaar uit in zijn karretje gooit, kun je waarschijnlijk al aardig inschatten wat over zijn hele leven de ziektekosten zullen zijn.’ Kaats: ‘Alle sociale wetenschappen kunnen we straks vervangen door algoritmen, door gewoon te meten in die datasets. Is dat erg? Alleen als je er ook op gaat handelen, denk ik.’

‘Heb je de film Minority Report gezien, met Tom Cruise?’ vraagt Wassenberg. ‘In die film uit 2002 voorspellen drie helderzienden welke mensen op het punt staan een misdaad te plegen. Een team agenten wordt er dan op af gestuurd om de misdaad net op tijd te voorkomen. Die helderzienden zijn gewoon een personificatie van de dataset van Google!’ Kaats denkt dat Google al kan voorspellen welke jongere crimineel wordt en welke niet. ‘We schijnen tegen Google eerlijker te zijn dan tegen wie ook. De vraag is of we dat zo eng vinden dat we ermee gaan stoppen of dat we de resultaten van datamining zullen omarmen als het orakel van Delphi.’

‘Straks moet je bewijzen dat je patroon misschien op iets wijst’, zegt Wassenberg, ‘maar dat het toch echt anders zit. Als alles wordt opgeslagen, is het moeilijk jezelf te corrigeren.’ Kaats beaamt dat: ‘Als je je time line van twee jaar geleden terugleest, lees je dat alsof je dat nú vindt. Terwijl je er sindsdien misschien heel anders over bent gaan denken. Een totalitair systeem zou daar heel enge dingen mee kunnen doen.’

Op de faculteit natuurwetenschappen, wiskunde en informatica in Nijmegen wijst Daniël van Loon (20), derdejaars informatiekunde-student en voorzitter van studievereniging Thalia, naar een van de vitrines in de lange gangen. ‘Dit is het apparaatje waarmee een student van deze faculteit in 2008 de ov-chipkaart wist te kraken.’ In een andere vitrine staan bakbeesten van encryptietelefoons naast foto’s van Amerikaanse presidenten die met die apparaten bellen, en in weer een andere vitrine staat een van de stemcomputers die zo lek bleken dat in 2007 werd besloten bij verkiezingen gewoon weer het rode potlood te gebruiken. ‘We krijgen nauwelijks les over wet- en regelgeving, maar hoogleraar Bart Jacobs zorgt wel dat we kritisch blijven’, aldus Van Loon. De in de theoretische informatica gepromoveerde Jacobs is ook een belangrijke adviseur van het ministerie van Veiligheid en Justitie inzake cyber security.

‘Als informaticus moet je achterdochtig zijn. Je kunt er niet zomaar van uitgaan dat het veilig is wat bedrijven en overheden doen’, zegt Van Loon. Ook hij let daarom scherp op het spoor dat hij online achterlaat. ‘Helaas heb je niet alles zelf in de hand. Iemand anders kan een foto van je posten waar je niet blij mee bent en het is niet prettig dat je je hele leven geconfronteerd kunt worden met jeugdzondes.’ Zijn verwachting is dat het gebruik van social media misschien op het hoogtepunt is, maar dat datamining nog een flinke vlucht zal nemen, ondanks de negatieve berichten. ‘De belangen zijn gewoon te groot. Voor het bedrijfsleven, maar ook de overheid. Voor opsporing door de aivd, maar ook bijvoorbeeld het aanpakken van verzekeringsfraude.’

Communiceren zonder dat er iemand meeluistert of meekijkt, wordt volgens Van Loon razendsnel moeilijker. ‘Het is een wedstrijd tussen de schrijvers van encryptie en de rekenkracht van computers die steeds langere sleutels zoeken om die encryptie te kraken.’ Hoe sneller de computer, hoe sneller die sleutel gevonden is. ‘En nu is er dus de quantumcomputer’, zegt Van Loon. ‘Een computer die zoveel sneller is dan alle andere dat het grootste deel van de beveiliging van systemen in de wereld niet meer voldoet. En wie heeft die eerste quantumcomputer? De nsa, om de communicatie van terroristische netwerken te ontsleutelen? Nee. Google!’

In een bedrijfsfilmpje leggen de whizzkids van Google en onderzoekspartner nasa met rode konen van opwinding (hun eigen woorden) uit dat de D-Wave quantumcomputer de antwoorden op grote wetenschappelijke vragen met sprongen dichterbij brengt. Misschien zelfs het antwoord op de vraag ‘Are we alone?’ Zijn we alleen in het universum? Niet bekend is of Google zijn eigen motto, ‘Don’t be evil’, als bevel zal meesturen in de pogingen tot communicatie met een eventuele andere entiteit. Informaticastudenten weten in ieder geval dat ze de vraag ‘Are we alone?’ tijdens het bellen met de iPhone en het online chatten via Facebook en Whatsapp met ‘nee’ moeten beantwoorden. ‘Er is geen transparantie, geen controle op wat er met onze data gebeurt’, zegt Van Loon, ‘en ik vrees dat er ook geen verzet komt met als inzet om dat te veranderen.’