Kunst

Noord-Koreaanse wensdromen

Beeldende kunst: ‹The World According to Kim Jong Il› in De Kunsthal

De hele dag zijn ze in de weer. Steenkool hakken, rails aanleggen, land ontginnen: onvermoeibaar zwoegt het Noord-Koreaanse volk voort. Een tevreden glimlach op het gezicht.

Het is geen vergeefse moeite. Indrukwekkende successen worden geboekt. Het ene glorieuze bouwproject is nog niet voltooid of het volgende staat al weer in de steigers.

En de economische malaise dan? De ver ouderde infrastructuur? De achterblijvende technologie? Allemaal onzin. Verzinsels. Fabeltjes bedacht door het afgunstige, kapitalistische Westen.

Ziehier het beeld dat wordt geschetst in de tentoonstelling The World According to Kim Jong Il, een verzameling gouaches en schil derijen die de afgelopen jaren in Noord- Koreaanse staatsateliers werden gemaakt. De Kunsthal heeft er een primeur mee. Nooit eerder werd een dergelijke collectie in het buitenland vertoond.

Natuurlijk zijn de voorstellingen niet waarheidsgetrouw. Net als het sociaal-realisme van de sovjets en de staatskunst van de nazi’s vertellen ze ons meer over de wensdromen van de opdrachtgevers dan over het land waar ze zijn gemaakt. Vreemd genoeg lijkt de kunst van Kim Jong Il meer op die van de nazi’s dan op die van de Russen. Veel afbeeldingen zijn niet alleen heroïsch, maar ook uitgesproken idealistisch van aard. Iets waarop Stalin nooit te betrappen viel.

De manier waarop de schilderingen Nederland bereikten grenst aan het ongeloofwaardige. Twee postzegelverzamelaars zouden het werk hebben meegebracht. Dat ging verbazingwekkend soepel. Niks geen nachtelijke smokkeltochten of koffers met dubbele bodems. De verzamelaars passeerden op klaarlichte dag de Noord-Koreaanse grens. De werken hadden ze opgerold onder hun arm.

Voor de gelegenheid is de tentoonstellingsruimte in de kleuren van de Koreaanse vlag geschilderd. Tegen de zijwanden hangen de gouaches, die dienden als basis voor affiches. Zoals bij alle propagandakunst staat de vorm geheel in dienst van de inhoud. De boodschap moet duidelijk en toegankelijk zijn. Kleur vlakken zijn daarom streng van elkaar gescheiden, net als de voor- en achtergrond. Details zijn schaars. Die zouden de aandacht immers alleen maar afleiden.

Op het merendeel van de gouaches staat een sterk gestileerd weergegeven soldaat. Vaak wordt hij midden in een handeling afgebeeld. Zijn wapen vervaarlijk boven het hoofd geheven, de mond wijd opengesperd. Onder de afbeeldingen staan opzwepende slogans als: «Korean army! Reliable defender of the republic.» Of, meer vredelievend: «Let us breed more rabbits!»

Een gewillige zondebok is het kapitalisme. Vooral de Verenigde Staten moeten het ontgelden. «Let’s first attack the stronghold of US imperialism» valt er te lezen bij een afbeelding van een bataljon kanonslopen en vliegtuigen op weg naar het Pentagon. En, bij een plaatje van een reusachtig zwaard dat een Amerikaanse soldaat doorklieft: «With the red sword of the revolution for those who infringe upon our dignity.»

Dan zijn de schilderijen een stuk lieflijker. Hier geen haatopwekkende leuzen jegens de vijand, maar schaamteloze verheerlijking van het eigen land. We zien lachende mijnwerkers, taakbewuste verkeersleidsters en moedige soldaten. Alle problemen waarmee Noord-Korea te kampen heeft zijn zorgvuldig weggepoetst. Geheel in de geest van de Juche-ideologie wordt het slagen of falen van de staat in handen gelegd van de burger. Werklust en zelf opoffering zullen van Noord-Korea een paradijs op aarde maken. Niet zeuren dus, en de handen uit de mouwen voor de grote leider.

Op het eerste gezicht ogen ook de schil derijen identiek. Steeds is er gebruik gemaakt van dezelfde pasteltinten en dezelfde licht effecten. En toch: wie beter kijkt ziet de verschillen. De ene kunstenaar smeert zijn verf dik op het doek, de andere slechts in dunne laagjes. Er zijn kunstenaars die fijne kleurschakeringen schilderen, maar er zijn er ook die een bijna impressionistische toets hanteren. Zelfs binnen het strenge programma blijkt plaats te zijn voor kleine verschillen. Een persoonlijk handschrift valt nu eenmaal nooit helemaal uit te bannen. Totale uniformiteit is onmogelijk. Je moet wel blind zijn om daar geen metafoor in te zien voor het falen van de Koreaanse samenleving.

Tot 29 augustus