Noorderlingen

WAT TREKT Einojuhani Rautavaara zo aan in Aleksis Kivi, de tragische held uit zijn gelijknamige opera? ‘Aleksis Kivi is het prototype van de Finse man’, antwoordt Rautavaara lachend. ‘De Finse man is vaak neerslachtig, gesloten en in zichzelf gekeerd. Hij lijdt in stilte en is heel melancholiek.’

Hoe generaliserend zo'n typering ook mag lijken, er zit een kern van waarheid in. Het straatbeeld in Finland wordt grotendeels bepaald door mannen die gelaten voortsjokken, de wenkbrauwen en schouders op half zeven, de mond in een bittere plooi, een doffe blik in de ogen.
De 69-jarige componist Einojuhani Rautavaara is daarentegen opgewekt en innemend. Hij componeerde een opera rond deze Aleksis Kivi, een legendarische figuur in de Finse literatuur die in 1872, nog geen veertig jaar oud, overleed. Kivi was de man die, in het door Zweden gedomineerde Finland, de eerste roman in de Finse taal schreef. Hij was dus van cruciaal belang voor het ontluikende nationale bewustzijn.
Maar niet iedereen apprecieerde zijn geschriften. In de conservatieve professor August Ahlqvist trof Aleksis Kivi een geduchte tegenstander. In het kielzog van Ahlqvist volgde de beroemde Finse schrijver J.L. Runeberg, die in het Zweeds publiceerde en niet eens Fins kon spreken. Aleksis Kivi werd vooral aangevallen op zijn realisme. En detail beschreef hij de gewone man, de ongeletterde boer, het primitieve volk. Het was Ahlqvist een doorn in het oog dat Kivi de zijde van boerenpummels koos.
De hetze die beide heren tegen Aleksis Kivi voerden, was zo meedogenloos dat Kivi zijn verstand verloor en ziek, arm en eenzaam overleed. Pas veel later groeide Kivi uit tot een nationale held. Zijn beroemdste boek De zeven broeders werd in een twintigtal talen vertaald. Een standbeeld op het grote plein voor het Nationaal Theater in Helsinki is een eerbetoon aan de schrijver. Het toont hem in een karakteristieke pose: ineengezakt op een stoel staart Aleksis Kivi somber naar de grond.
ZELF HEEFT Rautavaara niet over succes te klagen. Niet alleen is hij in Finland een éminence grise en wordt op dit moment zijn complete oeuvre uitgebracht op het label Ondine, zijn werk wordt ook veelvuldig over de grenzen uitgevoerd en hij ontving prijzen en onderscheidingen over de hele wereld. Zo zal het Noordhollands Philharmonisch Orkest komend seizoen zijn zevende symfonie Angel of Light uitvoeren.
Waar Rautavaara in de brochure van het Haarlems orkest een New Age-componist wordt genoemd, staat hij doorgaans te boek als een uitgesproken postmodern componist vanwege de zeer uiteenlopende stijlen waarin hij heeft gecomponeerd. Een van zijn populairste stukken is het impressionistische Cantus arcticus uit 1972, een concert voor vogels en orkest, waarbij het vogelgefluit op tape is vastgelegd.
‘Rautavaara’s ontwikkeling is nooit consistent of eenduidig geweest’, zo schrijft een Finse musicoloog. 'Hij sprong van het ene extreem rechtstreeks naar het andere extreem.’ Pas in de laatste fase van zijn ontwikkeling heeft Rautavaara een synthese van al deze stijlvormen bereikt.
WANNEER IK Rautavaara met deze analyse confronteer, maakt hij zich er met een grapje van af. 'Pas op vrij late leeftijd, ik was een jaar of zeventien, besloot ik componist te worden. Op dat moment moest ik alles nog leren. Mijn studietijd heeft lang geduurd. Tot in de jaren tachtig.’
Ik ontmoet Rautavaara aan de vooravond van de tweede opvoering van Aleksis Kivi, die daags daarvoor in het operafestival van Savonlinna in première is gegaan. Aleksis Kivi wordt niet in het voor Savonlinna gezichtsbepalende kasteel opgevoerd, maar in de nabijgelegen grotten van Retretti, waarin zich een heel ondergronds kunstencentrum bevindt.
Aleksis Kivi (door het Finse publiek met maar liefst acht minuten applaus bejubeld, terwijl de buitenlandse pers nogal tegen de 'Finsheid’ van het onderwerp zat aan te hikken) is de zevende opera van Rautavaara. Opera’s maken is een riskante onderneming, geeft Rautavaara toe. Je bent van zo veel mensen afhankelijk dat één zwakke schakel in het team de produktie kan doen mislukken: 'De operageschiedenis is een kerkhof van goede muziek.’
Het is de combinatie van tekst en muziek die hem fascineert, zo verklaart Rautavaara zijn omvangrijke produktie, waaronder een opera over Van Gogh, over bisschop Thomas (die in de dertiende eeuw tegen de wil van de Russische Alexander Nevski een dominicanenklooster stichtte in Finland) en op thema’s uit het beroemde Finse epos Kalevala.
Voor alle zeven opera’s schreef hij zelf het libretto. Rautavaara: 'De critici zijn daar niet altijd even blij mee, maar voor mij is het de enig mogelijke manier. Het is namelijk niet zo dat de tekst eenzijdig de muziek stuurt, maar ook vice versa: de muziek dicteert gedeeltelijk de tekst. Er is sprake van een voortdurende wederzijdse beïnvloeding die alleen mogelijk is als tekst en muziek zich in één hand bevinden.
Natuurlijk ontwerp ik van tevoren een dramaturgische lijn, maar daarbinnen laat ik veel open. Bijvoorbeeld in het geval van Vincent was ik bezig aan de tweede akte en ik had geen idee hoe de derde akte verder moest. Moest Van Gogh zichzelf doodschieten? Ik heb zo'n hekel aan schietpartijen op het toneel. Terwijl ik daarover liep te piekeren, kreeg ik een telefoontje vanuit New York van Jorma Hynninen, die opdracht voor de opera had gegeven. Hij vertelde dat er een tentoonstelling was met het late werk van Van Gogh: “Als je hierheen komt heb je je derde akte!” Mijn vrouw en ik zijn onmiddellijk vertrokken.
De oplossing lag voor het oprapen. De reprodukties van deze werken had ik vaak genoeg gezien, maar in het echt bleken de doeken zo krachtig, zo fel van kleur, vol optimisme en vertrouwen in het leven - eigenlijk heel positief vergeleken met andere perioden. Dus toen begreep ik dat de derde akte een soort apotheose moest worden. Uiteindelijk was het heel makkelijk.’
HET COMPONEREN van Aleksis Kivi heeft hem ook weinig moeite gekost. In de eerste plaats komt dat door de authentieke teksten van Kivi die Rautavaara zo veel mogelijk in het libretto heeft verwerkt. 'Hoewel zijn taalgebruik nogal archaïsch is, blijkt de tekst toch zo natuurlijk dat ik me er meteen vertrouwd mee voelde. Daardoor schreef ik er ook heel makkelijk muziek bij.
Maar misschien heeft het ook te maken met het feit dat ik het onderwerp al jaren met me meedraag. Toen ik er als klein jongetje van droomde componist te worden en fantaseerde over mogelijke operaonderwerpen, was Aleksis Kivi een van mijn favorieten. Nu, ruim vijftig jaar later, wordt die droom werkelijkheid en lijkt het of ik het onderwerp zo lang in mijn onderbewuste heb kunnen laten rijpen, dat de muziek als vanzelf uit mijn pen vloeit.’
HOEWEL RAUTAVAARA in geen enkel opzicht aan een gekwelde of miskende kunstenaar doet denken, benadrukt hij dat je je moet kunnen identificeren met het personage als je een opera schrijft. 'Aleksis Kivi is voor kunstenaars een archetype’, meent hij. 'Het lot van Kivi als kunstenaar is universeel.’
Veelzeggend is echter dat in alledrie de gevallen - Thomas, Vincent en Aleksis Kivi - het onderwerp werd aangedragen door de bariton Jorma Hynninen, die in zijn functie van artistiek leider (eerst van de Finse Nationale Opera, nu van het Operafestival in Savonlinna) de opdrachten verstrekte en zelf de hoofdrol voor zijn rekening nam.
Jorma Hynninen desgevraagd: 'Rautavaara is inmiddels een beroemd componist die over de hele wereld prijzen heeft gekregen, maar als persoon is hij nog altijd verbazingwekkend onbevangen. Hij staat erg open voor andermans ideeën, waarmee hij later in zijn soevereiniteit van kunstenaar dan iets doet. In het libretto van Aleksis Kivi staan bijvoorbeeld vrij veel fragmenten die ik graag zo wilde.’
Het is even wennen als deze netjes in het pak gestoken en diplomatiek formulerende artistiek directeur enkele uren later in een gescheurd hemd en met verwilderde blik in de ogen het podium op komt gerend. Hij is Aleksis Kivi vlak voor zijn dood - de opera is gestructureerd als flashback.
Rautavaara is onmiskenbaar een oude rot in het vak, die precies weet hoe hij zijn personages muzikaal moet neerzetten, hoe hij het tempo in het drama moet vasthouden en hoe hij moet doseren. Langzaam sluit zich het vijandige net rond Kivi: vernedering stapelt zich op vernedering en Kivi raakt zijn greep op de werkelijkheid kwijt.
De cast is optimaal. Met name Jorma Hynninen, die het zingen beduidend beter afgaat dan het praten, levert een formidabele prestatie.
DAT DE ARTISTIEK leider ook zelf op het podium staat, mag misschien bevreemding wekken, Hynninen staat daarmee in een traditie die teruggaat tot de oprichtster van het Operafestival van Savonlinna, de sopraan Aino Ackté (een beroemde Salome). In 1912 ontdekte zij de verborgen kwaliteiten van Savonlinna, dat toen vooral bekend was als kuuroord. Ze organiseerde er enkele jaren achtereen een operaproduktie.
Geldproblemen deden het festival de das om. Daarom wordt niet 1912 als het officiële beginjaar van het festival beschouwd, maar 1967, toen Peter Klein een succesvolle Fidelio op de planken zette. De zanger Martti Talvela (een gevierde Boris Godoenov) nam in 1972 de scepter over en gaf het festival internationale allure. Bovendien was hij het brein achter een produktie van Die Zauberflöte die al meer dan twintig jaar een onbetwist kassucces is. En nu staat het festival, dat dit jaar zijn dertigjarig jubileum viert, dan onder leiding van de bariton Hynninen.
Haast elke twee jaar ziet in Savonlinna een nieuwe Finse opera het licht. Met groot publiek succes. Hoe moet dit worden verklaard? Volgens Jorma Hynninen zijn er twee redenen: 'De muziek die onze componisten schrijven, is tamelijk comfortabel. De muziek jaagt het publiek niet weg. Zij is niet al te avantgardistisch.
Een jaar of zeven geleden hadden we een uitgesproken modernistische opera: Het mes van Pavo Heininen. Het was een uitstekende produktie, maar de muziek was werkelijk te moeilijk. Dat viel niet goed bij het publiek. Een tweede reden is dat de libretti vaak over onderwerpen gaan die heel bekend zijn in Finland. Het publiek heeft daardoor het gevoel dat het over de eigen verhalen, de eigen geschiedenis gaat.’