Nootjeswaaier

Sprok, Ab Baars Trio (Geestgronden 14)
Door zijn nieuwste cd Sprok te noemen plaatst klarinettist Ab Baars zich met beide benen in wat een ‘Nederlandse traditie’ is gaan heten. Vergelijk Tik (Maarten Altena), Kneushoorn en Worp en wederworp (Misha Mengelberg) of Koprol (Guus Janssen). De Marten Toonder-achtige ondertoon verraadt een hang naar eenvoud, droge humor en eigenheid. Hoe zich dat muzikaal vertaalt is een minder eenduidig verhaal, maar vaak gaat het om karakteristieken als helderheid en een aversie tegen dikdoenerij en sentimentaliteit.

Op Sprok lijkt Ab Baars dit ideaal nog dichter te benaderen dan op zijn vorige cd 3900 Carol Court, die hij met hetzelfde trio uitbracht (hijzelf op klarinet en tenorsax, Wilbert de Joode op contrabas en Martin van Duynhoven op slagwerk). Sprok is ingetogener en daarmee spannender dan het uitbundige, virtuoze 3900 Carol Court - overigens zonder afbreuk aan deze mooie cd te willen doen. De muzikale ideeen lijken verder ontdaan van franje en scherper omlijnd, zodat een reeks korte, kernachtige stukken overblijft.
Neem een eenvoudig effect als in ‘Igor’s Bransle’ waarin de klarinet vlotte, lichtvoetige loopjes speelt. De rol van het begeleidende slagwerk is niet ritmisch van aard, maar puur op klank gericht. De roffels van Van Duynhoven klinken alsof hij handenvol hagel over het podium smijt. Het volgende nummer 'Lakschoen’ borduurt voort op die roffeltjes, maar nu klinken ze vederlicht en geheimzinnig als het geknisper van papier.
Ook zo beknopt in zijn uitgangspunt is 'Sprok’ zelf: een even levenslustig als geraffineerd spel rond een simpel lokroepje. Na een uitstekende solo door bassist Wilbert de Joode, spreidt zich een waaier uit van variaties op die paar nootjes.
De compositie 'Blount’ staat in duidelijk contrast tot die extreme gereduceerdheid. Niet alleen is 'Blount’ het langste nummer op de cd - bijna zeven minuten -, ook strekt het bereik zich hier uit van een hoog amechtig gepiep tot het lage, zware geloei van een scheepstoeter. Als een acteur die verschillende rollen voor zijn rekening neemt, schakelt de saxofoon razendsnel om van de ene verhaallijn naar de andere. Terwijl de contrabas zich door die verschillende lijnen heen vlecht, legt de percussie losjes een ritmisch fundament.
Het meest illustratief voor dat 'typisch Nederlandse’ in de geimproviseerde muziek is wellicht 'Kuin’. 'Kuin’ bestaat voornamelijk uit een houterig, kinderlijk motiefje dat hardnekkig in herhaling vervalt. Niet behagen maar juist prikkelen en irriteren is de opzet van veel van deze componisten. Ab Baars heeft beide kanten in zich: in 'Spui’ en 'Schets’ heeft hij geen enkele scrupule de pracht van melodieen en klank te benadrukken. Sereen en een beetje treurig.
Dat Ab Baars goede nummers kan schrijven is met Sprok nog eens bewezen. Maar de kwaliteiten van deze cd reiken verder: niet alleen worden de stukken uitgevoerd door drie voortreffelijke instrumentalisten, ook het samenspel is adembenemend goed. Het is een verdienste van Baars dat hij Van Duynhoven en De Joode zo kan meeslepen in zijn muzikale ideeen; zonder dat je het gevoel krijgt dat de individuele muzikant water bij de wijn doet, zitten ze alledrie op een lijn. Een zelfde evenwicht bestaat er tussen de kracht en structuur van de composities enerzijds en de ruimte om ongeremd te kunnen spelen anderzijds.
Tenslotte is Sprok opvallend mooi van opbouw. De opeenvolgende nummers contrasteren in tempo en temperament of verwijzen juist op een subtiele manier naar elkaar. Zo vormt Sprok een doordacht geheel, waar veel toewijding en vakmanschap uit spreekt.