19 mei 1941 – 26 juni 2012

Nora Ephron

Voor schrijfster Nora Ephron was alles kopij: de hele wereld, het hele leven. De mensen gaan dan wel in onbegrip, misverstand en wederzijdse afhankelijkheid ten onder, maar gelukkig levert dat vaak wat te lachen op.

De grappigste scène in Sleepless in ­Seattle (1993), een van de films die Nora Ephron schreef en regisseerde, is die waarin Annie Reed (gespeeld door Meg Ryan) met haar collega’s tijdens de lunch een populaire tv-show bespreekt. Terwijl Annie en haar vrouwelijke collega steeds hysterischer worden, tot huilens aan toe, bij de gedachte aan de prijzen die bij die show worden uitgereikt, hoe dat wordt gedaan, en welk effect dat heeft op de winnaars, luisteren hun beide mannelijke collega’s in afgrijzen toe. De vrouwen hebben nog maar een half woord nodig om gierend elkaars zinnen af te maken, terwijl je de mannen yeah right en erger ziet denken.

De scène is tekenend voor de antropologische blik waarmee Ephron de wereld bezag: de menselijke soort bestaat uit minstens twee types. Ze gaan in onbegrip, misverstand en wederzijdse afhankelijkheid ten onder, maar gelukkig levert dat vaak wat te lachen op. Al was dat natuurlijk haar kunst, en haar blik: dat zij er wat van maakte waarom je kon lachen. Een van de mantra’s van haar moeder, evenals Ephrons vader scenarioschrijver voor Hollywoodfilms, was: alles is kopij. Zelf schreef ze, in haar voorlaatste bundeling essays en columns I Feel Bad about My Neck. And Other Thoughts about Being a Woman (2006) een stukje onder het kopje ‘Alles is kopij’ in het grotere essay Mijn leven in maximaal 3500 woorden. Ik citeer het hier integraal:

‘Ik ben zeven maanden zwanger van mijn tweede kind, en ik ben zojuist tot de ontdekking gekomen dat mijn man verliefd is op een ander. Ook zij is getrouwd. Haar man belt me. Hij is de ambassadeur van Engeland in de Verenigde Staten. Dit is geen grap. Hij blijkt zo iemand te zijn die vrijwel alles beziet vanuit mondiaal perspectief. Hij stelt voor om te gaan lunchen. We ontmoeten elkaar voor de deur van een Chinees restaurant aan Connecticut Avenue en vallen elkaar huilend in de armen. “Ach Peter”, zeg ik tegen hem, “wat ontzettend afschuwelijk, hè?”

“Afschuwelijk is het”, zegt hij. “Waar moet het heen met dit land?” Ik ben hysterisch aan het huilen, maar intussen denk ik, ooit wordt dit een grappig verhaal.’

Van haar grootste ongeluk, of liever gezegd een van een aantal grootste ongelukken in haar leven, maakte ze een grappige roman. Heartburn verscheen in 1983, was gebaseerd op de echtelijke ontrouw van echtgenoot Carl Bernstein, de helft van het Watergate-journalistenduo ja, en had als openingszin: ‘The first day I did not think it was funny.’ Bernstein zelf zag nooit de humor in van het boek, waarin hij werd afgeschilderd als een pathetische seksmaniak, en probeerde tevergeefs de publicatie te verbieden. De roman werd succesvol verfilmd in 1986 op basis van haar scenario met Meryl Streep en Jack Nicholson in de hoofdrollen.

Uiteindelijk zou Ephron drie echtgenoten verslijten en vier carrières doorlopen, zoals ze de afgestudeerden van het Wellesley College in Massachusetts in haar beroemde toespraak in 1996 voorhield. Het was het meisjescollege waaraan ze zelf had gestudeerd tussen 1958 en 1962, en waar ze bij het vak ‘Fundamentals’ had geleerd hoe je in en uit een auto kon stappen vanaf de achterbank. Dat van die echtgenoten en loopbanen zei ze niet uit koketterie, maar om de graduates ervan te doordringen dat weinig zo belangrijk in het leven is als geregelde herbezinning op wie je bent, wat je kunt en wat je wilt.

‘You are not going to be you, fixed and immutable you, forever.’

Het is ontroerend om te zien hoe begeesterend ze de meisjes toespreekt, en met welk uitbundig gelach en instemmend gejoel haar woorden worden onthaald. Haar opdracht is simpel: laat dat ‘lady’ zijn maar zitten. Alsjeblieft, ‘make a little trouble out there’.

Zelf was ze het voorbeeld van iemand die zichzelf een aantal keren in haar leven opnieuw uitvond, en het nodige rumoer maakte bovendien. Begin jaren zestig studeerde ze af in de journalistiek en kwam als stagiaire in het Witte Huis terecht. In John F. Kennedy en ik: eindelijk mag de wereld het weten beschrijft ze vol zelfspot dat het waarschijnlijk aan haar afschuwelijke permanentje te danken is, én aan het feit dat ze hem op een cruciaal moment niet goed verstond, dat ze de enige jonge vrouw in het Witte Huis was met wie de president geen flirt had. Na een aantal jaar als journalist bij de New York Post te hebben gewerkt, ging ze columns schrijven voor Esquire en New York Magazine. In 1970 werden die gebundeld onder de titel Wallflower at the Orgy. Het succes van dat boek stimuleerde Ephron tot het schrijven van verhalen, en later ook scenario’s, zoals voor Silkwood (1983), met Meryl Streep en Cher in de hoofdrollen, en de inmiddels moderne klassieker When Harry Met Sally (1989), met Meg Ryan en Billy Christal. Ephron was de vijftig al gepasseerd toen ze nog aan een geheel nieuwe carrière begon, die van regisseur. Behalve het al genoemde Sleepless in Seattle maakte ze onder meer ook You’ve Got Mail (1998) en laatstelijk Julie and Julia (2009).

De constante in haar leven, tevens grote zo niet grootste liefde, was de stad New York. Ze werd er geboren en ging er dood. ‘Ik zou nooit ergens anders kunnen wonen’, schrijft ze in Waar ik woon. Als ze als kind met haar ouders verhuist naar Beverly Hills omdat die vanwege hun werk dichter bij de filmstudio’s willen zitten, spookt er maar één ding door haar vijfjarige hoofd: Wat Doe Ik Hier?

Haar laatste bundeling, I Remember Nothing and Other Reflections (2010), eindigt met twee lijstjes. Op lijstjes maken was Ephron sowieso erg dol. Deze twee laten zich in het licht van haar einde nét even anders lezen. ‘Wat ik niet zal missen’ en ‘Wat ik wel zal missen’ heten ze. Wat ze niet zal missen: vervelende etentjes, zoals dat van gisteren. Wat ze wel zal missen: haar kinderen, een wandeling in het park, over de brug naar Manhattan rijden, taart.

Wat haar lezers en kijkers zullen missen: een zeldzaam geluid waarin zwaar en licht zo wonderwel elegant, intelligent en geestig samengaan.