Nordholt, word toch vrije jongen!

Uiteindelijk sprak burgemeester Patijn het verlossende woord: Nordholt krijgt geen spreekverbod, maar moet zich wel aan de gemaakte afspraken houden. Op het eerste gezicht zijn we daarmee net zo ver als een week geleden, voordat het woord ‘spreekverbod’ zijn polariserende werk deed. Maar ondertussen vond wel de zoveelste competentiestrijd tussen politie en justitie plaats. En die strijd is ook met het vakkundige werk van Patijn voorlopig nog niet gestreden.

Officieel ging het om de botsing van twee mooie principes. De vrije meningsuiting enerzijds, het primaat van de politiek anderzijds. Zodra een hoge ambtenaar zijn mond opendoet, botsen die twee. Het primaat van de politiek staat al voldoende onder druk, ook zonder dat boze ambtenaren paginagrote interviews geven. Daarom was het niet meer dan logisch dat de politiek in al haar geledingen - ministers, kamerfracties, burgermeester - Nordholt anderhalve week geleden op de vingers tikte. Het gaat nu eenmaal niet aan dat een hoofdcommissaris zegt dat hij eigenlijk liever een andere minister had gehad (en wel de man die hem als burgemeester van Amsterdam zulke mooie arbeidsvoorwaarden bezorgde), zomin als een hoofdcommissaris de krant mag gebruiken om de IRT-affaire in zijn voordeel uit te leggen. Zelfs al heeft hij inhoudelijk het grootste gelijk van de wereld. Zelfs al is hij een goeie boevenvanger. En zelfs al was er een paar jaar terug, toen hij zich uitsprak over de tienduizenden illegale Ghanezen in de Bijlmer, meer reden hem op de vingers te tikken dan nu. Soms worden verhoudingen met terugwerkende kracht rechtgezet.
Maar behalve op politiek, begaf Nordholt zich in de interviews ook op justitieel terrein. En dat liet procureur-generaal Van Randwijck, toch al niet Nordholts grootste vriend, niet op zich zitten. Eigenlijk heeft Van Randwijck gelijk. Er zijn niet voor niets afspraken gemaakt tussen alle Nederlandse burgemeesters, officieren van justitie en politiecommissarissen over wie wat mag zeggen. En die afspraken overtrad Nordholt.
Maar Van Randwijck, procureur-generaal en geen officier van justitie, heeft daar niets over te zeggen. En dus is zijn brief vooral een zoveelste zet in het conflict tussen hem en Nordholt. De verwarring die vervolgens ontstond (Patijn was eerst voor een spreekverbod, minister Sorgdrager ook, minister Dijkstal weer niet) maakt echter duidelijk dat de verantwoordelijkheidsverdeling tussen justitie en politie in Nederland een chaos is. Zolang er geen duidelijkheid komt in die chaos, zullen conflicten als deze zich eindeloos blijven herhalen. Dat kan nog spannende taferelen opleveren als er straks een brede maatschappelijke discussie komt over de toelaatbaarheid van opsporingsmethoden.
Deze zet heeft Nordholt gewonnen. Niet omdat hij in zijn recht stond, maar omdat zijn opponent het met een verzoek om een spreekverbod nog net iets bonter maakte. Maar uiteindelijk kan Nordholt alleen zichzelf redden. Door ontslag te nemen. Nee, niet om zelf politicus te worden. Politici maken deel uit van partijen, en partijen vragen overleg en afspraken om al te grote geldingsdrang in toom houden. Nordholt moet zich scharen onder de vrije jongens. De Fortuyns, de In ’t Velds, de Van der Zwans. Zijn vertrekpremie, 240 duizend ’s jaars, kan hij dan schenken aan de Amsterdamse politie.