Normaal zijn is krankzinnig

Literatoren gruwen onverminderd van de populaire films gebaseerd op het werk van Edgar Allan Poe die de Amerikaanse low-budgetkoning Roger Corman in de jaren zestig maakte, vaak met Vincent Price in de hoofdrol. Dit scepticisme is niet altijd gerechtvaardigd.

Medium film

Vooral Cormans House of Usher en The Masque of the Red Death bevatten de essentie van Poe: die constante ondertoon van melancholie, het gevoel van beklemming ingegeven door het besef dat dood niet altijd dood betekent. Maar meer nog zijn de Poe-films tijdloos gebleven dankzij de economie van de vertelling, eveneens de grote kracht van Poe, binnen de kaders van duistere, gothic sets met diepe, rode kleuren als visueel motief.

Dat het verfilmen van Poe desondanks een hachelijke bezigheid blijft, blijk eens te meer uit Stonehearst Asylum, de nieuwe film van Brad Anderson. Deze film is gebaseerd op het korte verhaal Doctor Tarr and Professor Fether, waarin een jonge arts ergens in de negentiende eeuw in het zuiden van Frankrijk een gesticht bezoekt waarin de wereld op z’n kop staat: krankzinnigen zwaaien de scepter, artsen zitten opgesloten, omdat zíj ‘gek’ zijn. De film, twee uur lang, is gebaseerd op een enkele zin uit het verhaal van Poe. Dat hoeft geen bezwaar te zijn, maar Andersons film is vooral braaf. Het werk druipt van een soort culturele smetvrees. Anders dan Corman die in de jaren zestig geen moeite had de sensationele kenmerken van Poe te exploiteren om films vol spanning en sensatie te maken, blijft Anderson zoeken naar structuur of verhaal of iets verantwoords. Wat ironisch is, gezien het feit dat anarchie en apocalyptische chaos in dit ‘verhaal’ overheersen.

Stonehearst Asylum heeft twee briljante acteurs in belangrijke rollen: Ben Kingsley als Silas Lamb, een massamoordenaar die de leiding van het gesticht heeft overgenomen, en Michael Caine als dr Salt, de echte directeur die na de machtsovername door de gekken in de kelder wordt opgesloten. Als Caine tien minuten lang in beeld komt, dan is dat veel – een onverklaarbare verspilling van acteertalent. Daar staat tegenover dat Kingsley de hoofdrol heeft. Maar zijn Silas Lamb blijft een flets personage zonder echte tragiek.

Nog erger is dat zijn tegenspelers, Jim Sturgess als Edward Newgate, een jonge arts die Stonehearst bezoekt, en Kate Beckinsale als Eliza Graves, een beeldschone ingezetene die aan ‘hysterie’ lijdt, óók vlakke figuren blijven. Sturgess is vooral irritant, en Beckinsale, toch al een beperkte actrice, slaagt er niet in haar Eliza meer dan een object, een mooi gezicht voor de mannelijke personages, te laten zijn.

Het kernidee over de vage grenzen tussen normaliteit en waanzin blijft overeind in Stoneheart Asylum, maar ‘Poe’ wordt deze film nooit. Poe is subversief, wat Corman zo prachtig verbeeldde. Bij Poe heeft besmetting, lichamelijk, maar vooral geestelijk, een verschrikkelijke schoonheid. Wie erin opgaat verliest zichzelf. Gevolg: dubbele betekenissen, psychologische ambiguïteit, waanzin-als-verlossing.

In Doctor Tarr and Professor Fether breken de lunatics, de échte gekken, uit de kelder. Ze vallen een vertrek binnen waar de iets minder gestoorde patiënten aan het feesten zijn (prachtig: ze voeren ‘rationele’ gesprekken met elkaar). De bezoekende arts, verteller, kijkt toe, vervuld van ‘emotions of wonder and horror’.

Niets hiervan in Stonehearst. De makers van deze film zijn doodnormaal, te bang hun eigen gekte de vrije teugel te laten. Daarom geldt voor hen de ‘wijsheid’ van Poe’s nieuwe directeur: ‘When a madmen appears thoroughly sane, it is high time to put him in a straight jacket.’


Beeld: Stonehearst Asylum (Entertainment One).