Normaliteit

In mijn kindertijd waren moord en brand de normen en haat en wrok de waarden. Of misschien was het juist andersom. In de stad waar ik werd geboren, slenterden jonge adolescenten in witte overhemden met opgestroopte mouwen. Met hun modieuze kapsels en gebruinde gezichten, met hun naar zee en eau de cologne geurende huid en hun beige of witte broeken met plooi oogden ze keurig en gewoon. Ze waren ook heel normaal.

Dat bij hun kruis een merkwaardige bobbel voor iedere passant waarneembaar was, werd ook niet ongewoon gevonden. Als je in een Noord-Afrikaans land zo licht gekleed moet gaan, waar anders dan in je onderbroek kun je een pistool verbergen? Zo'n wapen was voor een blanke adolescent in het Oran van begin jaren zestig de norm en de waarde tegelijk. Regelmatig werd het pistool uit zijn warme schuilplek gehaald. Onachtzaam, met het wapen soms al in de vuist, liep dan één van die adolescenten kris-kras door de zwijgende menigte achter een man met een tulband of recht op een andere man met een zoeavenmuts af die bij een bushalte stond te wachten. Het kon ook zijn dat die jonge man ineens zijn passen vergrootte om een fatma, een gesluierde Algerijnse vrouw, in te halen. Maar passeren was niet nodig. Als de jonge man vlak achter het doelwit was gekomen, vuurde hij meestal één of twee kogels door het hoofd van zijn prooi. Vanzelfsprekend deden de omstanders niets. Ze liepen door, keken naar de andere kant of heel soms legden ze een krant op het gezicht van een slachtoffer.
Dat in het Algerije van vlak voor de onafhankelijkheid een jonge Europeaan door niemand gehinderd en op klaarlichte dag een oudere vrouw met sluier koeltjes kon doden, was in de orde der dingen een aanvaard verschijnsel. Er waren er wel enkelen binnen de blanke gemeenschap die zich aan dit ‘zinloze geweld’ stoorden en het ook lieten weten, soms met risico voor eigen leven. Maar wat is het gewicht van een kleine minderheid die zich buiten de normaliteit van een overweldigende meerderheid plaatst? Het was weliswaar een andere tijd en ik weet dat je niet voor de rest van je leven een private filosofie kunt ontlenen aan een periode waarin waanzin en extreem geweld tot standaard waren verheven. Noem dit misschien een afwijking, maar ik heb uit die jaren een diep wantrouwen en een permanente walging overgehouden voor alle geboden, regels en aanbevelingen die zich op de gangbare normen en waarden beroepen. De normaliteit is niet per definitie de heilige weg die men dient te volgen om niet in kwalijke excessen te duikelen. Het kan ook heel extreem zijn, zoals in het land van mijn prille jeugd.
De norm is vooral een brede snelweg waarop de meerderheid zich onbekommerd verplaatst. In beginsel kan niemand mij, als individu, verplichten om me aan de normen van de meerderheid te conformeren. Ik weet dit des te beter sinds ik heb besloten om me te ontworstelen aan de racistische normaliteit van mijn natuurlijke omgeving. En wat de waarden betreft, die verschillen meestal per persoon. In Nederland wordt het concept (normen en waarden) werkelijk tot vervelens toe toegepast. Je wordt ermee om je oren geslagen zodra iemand een leeg blikje op de grond van een metrostation kwakt of zich tegen een muur aan de geneugten van het wildplassen overgeeft.
In geval van zinloos geweld zoals wij de laatste tijd in Leeuwarden, Tilburg en Amsterdam hebben kunnen zien, wordt vooral door gezagsdragers en ordehandhavers met deze morele codering gesmeten. Achteraf en in het licht van de zinloze dood van een zwerver voor de deur van een Amsterdams politiebureau kan men een vracht vraagtekens plaatsen achter de normen en waarden die sommige politieagenten zelf hanteren.
Bovendien, de morele regeltjes die voor Nederlanders officieel gelden, worden niet zelden door dezelfde Nederlanders met voeten getreden zodra ze op vreemde bodem opereren. Zie bijvoorbeeld het onderzoek dat de Duitse econoom Lambsdorff heeft uitgevoerd naar corruptie en smeergeld bij het door het bedrijfsleven binnenhalen van orders in het buitenland. Hieruit blijkt dat Nederland zich in een surrealistische top 5 bevindt, in het warme gezelschap van Italië, Frankrijk en België.
Maar het ergste vind ik wel dat in het land waar ik ooit het daglicht voor het eerst zag, dood en verderf opnieuw tot standaard zijn verheven. Kelen worden doorgesneden, kinderen en bejaarden worden onthoofd, foetussen uit de buik van hun moeders gerukt. En deze nieuwe normaliteit wordt in het fatalistische en ongeïnteresseerde Westen in alle stilte aanvaard. Geen zucht van protest, geen kaars en geen verontwaardiging voor die rare moslims. Ook niet uit het land van de normen, de waarden en de waxinelichtjes.