Ga ervan uit dat een fatsoenlijke samenleving ernaar streeft iedereen gelijke kansen te geven. Benoem mensen niet tot onderkant van de samenleving en gebruik geen woorden als ‘onbemiddelbaar’. Ga ervan uit dat mensen met een andere huidskleur, een andere godsdienst of een andere herkomst hetzelfde hart hebben als jij. Bij ieder mens zit de neus ongeveer in het midden van het gezicht, tussen ogen en mond.
Spreek niet over andere mensen alsof ze minder zijn dan jezelf. Behandel mensen niet als vuil omdat ze een uitkering hebben. Denk na voordat je een betiteling hanteert en controleer of die niet buitengewoon denigrerend is.
Besef dat je een paar honderd kilometer verderop zelf vreemdeling bent en dat in een tijd waarin je zelf opgejaagd zult worden, elk terugsturen, uitzetten, vernietigen of in de gevangenis gooien je in een hopeloze situatie zou brengen. Het kan iedereen elk moment gebeuren.
Zorg dat kinderen een goede kans krijgen en gelijk behandeld worden. Ga nooit af op alleen maar sensatiekrantenberichten. Hanteer woorden als lui, crimineel, profiteur en illegaal met de grootste omzichtigheid.
Gebruik nooit een zin waarin, als je het onderwerp zou vervangen door ‘jood’ ernstige discriminatie voorkomt. Zeg nooit ‘Nederland is vol’ en denk aan andere tijden.