31 januari 1949 - 21 november 2010

Norris Church Mailer

De laatste vrouw van Norman Mailer was een typische kunstenaarsvrouw, die dienstbaarheid aan de grote man naast haar combineerde met precies dat vleugje eigen artisticiteit dat haar zelf ook karakter gaf.

STEL JE DE VOLGENDE SCÈNE voor: het is 1975, je bent een beeldschone alleenstaande moeder van 26, lerares aan een high school, en je woont in Russellville, Arkansas. Je hoort dat die avond een wereldberoemde schrijver optreedt, een man die niet alleen een stapel bonkige boeken op zijn naam heeft staan, maar ook een gooi deed naar het burgemeesterschap van New York, een rolletje speelde in een film van Milos Forman, een tijdje had opgetrokken met een veroordeelde moordenaar, Gore Vidal een kopstoot had verkocht, een van zijn vele echtgenotes met een mes had gestoken, de meest geliefde vijand van menige feministe - je zorgt ervoor dat je een uitnodiging krijgt voor het feestje dat ter ere van hem wordt georganiseerd. Je wil dat hij jouw exemplaar van zijn boek over Marilyn Monroe signeert. En dan valt die man, wiens reputatie net als z'n dikke buik voor hem uit ging, als een blok voor je en eindig je met hem in bed. Je stuurt hem de dag erna een liefdesgedicht. Hij stuurt het je terug, volgekrabbeld met correcties in venijnig rood.
Wat doe je? De New York Times formuleerde, in een liefdevol portret van de vrouw, twee mogelijke antwoorden: a) je springt in een vliegtuig naar New York en wurgt hem met je blote handen, of b) je zegt je baan op, verhuist naar New York met je zoontje en wordt de zesde vrouw van die vent.
De jonge vrouw koos natuurlijk optie b), en trouwde met de ‘king-size corkscrew of a man’. Had ze dat niet gedaan, dan was ze zelf nooit beroemd geworden (tenzij ze hem daadwerkelijk had gewurgd), dan had de meest respectabele krant van Amerika nooit een profiel aan haar gewijd onder de omineuze kop 'The Last Wife’. Die kop verwees naar het antwoord dat Norris Church Mailer gaf als haar gevraagd werd de hoeveelste vrouw van Norman Mailer zij was. 'His last wife’, zei ze dan altijd snedig. En dat was waar. Toen zij Mailer ontmoette was hij getrouwd met zijn vijfde echtgenote, leefde hij met een andere vrouw, had hij een jarenlange serieuze affaire met een derde, en een sleep aan affairettes met nog weer andere vrouwen, maar hij koos voor haar, en ook al bedroog hij haar uiteindelijk ook met 'een klein leger van vrouwen’, hij bleef bij haar tot zijn dood in 2007.
Norris Church Mailer was een typische kunstenaarsvrouw, typisch in de zin dat ze een vanzelfsprekende dienstbaarheid aan de grote man naast haar combineerde met precies dat vleugje eigen artisticiteit dat haar zelf ook karakter gaf. Dat althans zorgde ervoor dat ze niet enkel een sloof was. Ze werkte in New York eerst als model, legde zich daarna toe op schilderen, acteren en schrijven. Ze stelde haar schilderijen tentoon en maakte portretten in opdracht. Schrijven deed ze eerst in het geheim; toen ze de eerste honderd pagina’s van een roman aan Mailer liet lezen, zei hij: 'It’s not as bad as I thought it would be’ - waarna ze het manuscript weer twintig jaar in een la liet liggen. Uiteindelijk publiceerde ze twee romans en de memoir A Ticket to the Circus, die begin dit jaar verscheen.
Een kaartje naar het circus, dat was haar metafoor voor haar keuze om Mailer achterna te reizen naar New York. Toen ze de machoschrijver ontmoette, wist ze meteen dat hij de interessantste man was die ze ooit had ontmoet. In ieder geval hield hij de belofte van een interessant leven. Een leven vol partijtjes met Bob Dylan, Woody Allen, Joni Mitchell en Jackie Onassis; met reisjes naar Manilla, waar Mailer met Imelda Marcos flirtte, met bezoekjes aan Fidel Castro. In dat circus was hij, schrijft zij, refererend aan My Fair Lady, de Henry Higgins en zij de Eliza Doolittle.
In A Ticket to the Circus vraagt Norris Church Mailer zich met regelmaat af waarom hij niet bij haar is weggegaan. Dat antwoord is niet zo moeilijk te geven: als toegewijde kunstenaarsvrouw schikte ze zich naar zijn nukken en grillen, accepteerde ze dat hij onaanspreekbaar was als hij schreef ('When I’m writing, pretend I have gone to South America’), en, bovenal, zorgde ze voor hem, hun zoon Buffalo John en de zeven kinderen uit zijn eerdere huwelijken. Zoals ze in haar memoir noteert: 'I shopped and cooked and saw that he always had clean clothes in his closet and a car full of gas.’
De vraag is eerder waarom zij bij hém bleef. 'Why had I been so consumed by this old, fat, bombastic, lying little dynamo?’ schrijft ze in haar memoir. Dat is meteen ook de grootste kritiek die ze op hem geeft. In het portret in The New York Times geeft ze eerlijk toe dat ze niet met hem geweest was als hij niet Norman Mailer was. Om daar met zelfspot aan toe te voegen dat hij ook niet met haar zou zijn geweest als ze honderdvijftig kilo had gewogen.
Het is een heldere uitruil: onderdanigheid voor roem, inschikkelijkheid voor het leven in de schaduw van een zelfbenoemd monument. Maar iets spijtigs heeft het ook, want als je de memoir van Norris Chuch Mailer leest, die ze schreef ná de dood van haar man, zie je dat ze meer had dan een vleugje karakter, ze had gevoel voor humor en een geestige pen. Bijvoorbeeld als ze schrijft over haar korte affaire met de toen nog ongetrouwde Bill Clinton in Arkansas. Ze voert een vriend op die in de politiek zit en haar zegt als Clinton president wordt: 'I guess he slept with every woman in Arkansas except you.’
'Sorry’, antwoordt ze: 'I’m afraid he got us all.’