EXPOSITIE: Johan van der Keuken

Norse neger

Eye staat nu precies een jaar klaar om weg te vliegen aan de overkant van het IJ. Met zoveel succes dat de ponten frequenter zijn gaan varen om de chaotische drukte van de nieuwe toeloop aan te kunnen, want Amsterdammers hebben eindelijk de overkant van hun water gevonden, waar ze vroeger alleen naartoe gingen om de aan galgen bungelende lijken van misdadigers te bewonderen.

Vandaag kan er iets anders bewonderd worden, namelijk de nieuwe tentoonstelling over de te jong gestorven Nederlandse filmer en fotograaf Johan van der Keuken (1939-2001). Van der Keuken kon beelden en teksten op een verrassende manier combineren, waardoor hij maatschappelijk geïnspireerd, soms politiek zeer verontwaardigd werk kon blijven maken, zonder ooit zijn ziel te verkopen. Op zijn eigen vriendelijke, aarzelende, hartelijke manier is hij zijn eigen weg blijven gaan tot en met zijn laatste in 2000 voltooide film Vakantie van de filmer (te zien op 5 juni), waarin hij laat zien hoe hij overal in de wereld, tevergeefs zoals later zou blijken, genezing hoopt te vinden.

Op de tentoonstelling in Eye zijn veel korte, ook heel vroege, niet zo bekende films van hem te zien. Het begint met De poes uit 1968, dat eigenlijk een aflevering van een gangsterserie moest zijn, maar het radicale manifest werd van een filmer die met zijn werk de wereld wil veranderen. Door de hele tentoonstelling zijn series foto’s te zien waarin voorwerpen, plekken en mensen van verschillende kanten worden bekeken, zoals een die ironisch heet: De nadagen van het kubisme, Seillans, Var.

Grote indruk maken de schermen waarop je tegelijkertijd verschillende beelden uit zijn films ziet, die als het ware uit elkaar zijn getrokken en opnieuw gemonteerd. Met meer en met minder succes. Als je beelden uit het nu nog steeds actuele en kritische I Love $ uit 1986 op verschillende schermen ziet, komt zijn kritiek niet duidelijker over, want je ziet alleen de buitenkant: zakenlieden, arbeiders, beursgedrag en armoede. Bij andere installaties kijk je weer fris naar bijvoorbeeld scènes uit Big Ben: Ben Webster in Europe (1967) en De nieuwe ijstijd (1974).

Zeer intens vond ik de hermontage van Een film voor Lucebert uit 1974. We horen de stem van de dichter-schilder die monotoon zijn opzienbarende gedicht voordraagt: ‘Er is een grote norse neger in mij neergedaald/ die van binnen dingen doet die niemand ziet…/ maar ik weet zeker hij bestudeert er/ aard en structuur van heel mijn blanke almacht…/ nu leest hij oude formulieren dit is het lastigst/ teveel slaven trok ik af van de belasting’. Intussen zien we allerlei beelden: vriendelijke, zwarte mensen op straat, het slachten van een schaap, Lucebert aan het werk, die grote schilderijen maakt en door hem geschilderde starende, dreigende, wanhopige en opstandige mensen. Ik heb er tien keer naar gekeken en het leek of de samenhang tussen die verschillende beelden steeds een ander karakter kreeg.

Johan van der Keuken had samen met vormgever Jeroen de Vries ook al met dit soort ruimtelijke opstellingen geëxperimenteerd. In die zin is deze tentoonstelling een boeiende voortzetting en synthese van zijn werk. Je bent er enkele uren opgenomen in het fascinerende en inspirerende universum van Johan van der Keuken.


Johan van der Keuken – Tegen het licht: Filmer en fotograaf, Eye, het filmmuseum Amsterdam, t/m 9 juni, dagelijks 11.00-18.00 uur, vrijdag tot 21.00 uur; www.eyefilm.nl