Menno Hurenkamp

Nostalgie

De cartoonist Gregorius Nekschot werd gearresteerd op verdenking van discriminatie en aanzetten tot haat of geweld. Dat verdiende geen schoonheidsprijs. Maar wat opvalt is hoe gemakkelijk over de kwaliteit van Nekschots werk wordt heen gestapt. Elke keer hetzelfde liedje. Wilders presenteerde een domme film, Hirsi Ali een draak van een film. Maar geen mens die het in zijn hoofd haalde daar bij stil te staan: vrijheid van meningsuiting boven alles. Want zoals Nausicaa Marbe instemmend over Nekschot schreef in de Volkskrant: ‘Uit het gros van zijn prenten blijkt dat hij genadeloos is voor het radicale, totalitaire in de mens.’ Nekschot zou willen dat het klopte, maar de boodschap is evengoed duidelijk: dood aan iedereen die niet verdraagzaam is!

Minstens twee zaken onderscheiden de huidige lichting religiebeledigers van hun voorgangers, laten we zeggen van Gerard Reve en Willem Frederik Hermans. Lees voor de aardigheid Hermans na in Ik heb altijd gelijk: hij heeft zitten schaven aan zijn woorden totdat Lodewijks Stegmans’ ergernis over de katholieken strak op papier stond. (‘De katholieken! Die blijven wel zitten in Brabant en Limburg met puisten op hun wangen en rotte kiezen van het ouwels vreten.’) Het was literatuur, de belediging kreeg je er gratis bij. Nu tekent iemand een man met baard die seks heeft met een kind en rent dan trappelend van opwinding de straat op: dit mág toch niet, dit is toch een taboe?! Wat beklijft, is de boodschap dat de artiest woedend op ‘de moslims’ is. Maar dat wisten we al. Een stukje kwaliteit naar de boze burger toe zou veel betekenen voor de verheffing van de goedbedoelende racist en de witte arbeider.

Verder kon Reve noch Hermans beticht worden van nostalgie. Agressie volop, omkijken naar de tijd van hun ouders – duh. Maar luister naar de mensen die nu te hoop lopen tegen gelovigen in het algemeen en moslims in het bijzonder: alles Heimweh. Ze kunnen zo jong niet zijn, de boze tekenaars en andere artistiekelingen, of ze hebben verlangen naar een of ander ideaal Nederland dat schijnbaar ooit bestond. Van de cabaretier Hans Teeuwen en de filmer Eddy Terstall tot de anonieme mopperaars op de nieuwrechtse websites, uit hun verhalen spreekt een groot verlangen naar de dagen dat Nederland nog bevrijd was van elke moraal en iedere frustratie, dat iedereen zonder God of gebod rondliep en zich zogenaamd nergens druk om maakte. Vroeger, jongen, vroeger – en dat uit de mond van gezonde kerels van dertig of veertig.

Die conflictvrije tijd bestond natuurlijk niet – denk aan de ‘geintjes’ van Theo van Gogh over het verbranden van suikerzieke joden in Auschwitz (‘het stinkt hier naar caramel’) die voor heel wat hoofdpijn en juridische procedures zorgden. Je moest inderdaad wel wat handiger opereren om de gemoederen in beweging te brengen – Van Gogh kon meer behalve rancune etaleren.

Een cartoonist als Gregorius Nekschot zou helemaal nooit in de belangstelling staan in het Nederland waar hij van droomt. In zo’n land zou men nog niet eens de schouders ophalen over de armzalige grapjes (besnijdenis en hakblokken, huhuhu) waarmee Nekschot aandacht zoekt. Hij zou hooguit bij de Glimmerveentjes thuis dia’s mogen vertonen. Het is juist de toenemende onverdraagzaamheid waardoor zijn zwart-wit platen floreren. Dat geeft alle verontwaardiging over het feit dat justitie van plan is harder op te treden tegen uitlatingen die eventueel als racistisch te bestempelen zijn iets schijnheiligs.

De verdenking van discriminatie geldt vermoedelijk als medaille voor dit soort nostalgische jongelui.