100 dagen Joe Biden: Terug naar Franklin D. Roosevelt

Nostalgie naar de New Deal

Het belang van een New Deal werd sinds Roosevelt niet zo sterk gevoeld. En dan natuurlijk graag een groene variant. Onverwacht heeft ‘Sleepy Joe’ Biden zich ontpopt als een doortastende president. Is er een ‘Nieuwe FDR’ in hem te ontwaren? Zelf maakt hij graag de vergelijking.

Luister naar dit artikel

Franklin D. Roosevelt met boeren in de staat Georgia tijdens zijn campagne in 1932 © Hulton Deutsch / Corbis / Getty

Deze plek, Warm Springs, herinnert ons eraan dat – hoe gebroken ook – ieder van ons geheeld kan worden. (…) Dat we als volk en als land een vernietigend virus kunnen overwinnen. Dat we een lijdende wereld kunnen genezen. En ja, dat we onze ziel en ons land kunnen redden.’ Een week vóór de verkiezingen van 3 november 2020 zei Joe Biden dit in een campagne-speech in Georgia. Hij was in Georgia omdat het een swing state is waar de verkiezingen deze keer ongelooflijk spannend waren, maar dat hij in Warm Springs was – een verder onbetekenend plaatsje – was evenmin toeval. Warm Springs roept onmiddellijk de associatie op met Franklin Delano Roosevelt die dit kuuroord vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw regelmatig bezocht voor de behandeling van zijn verlamde benen. Het is ook de plek waar fdr in april 1945 stierf aan een hersenbloeding. Bidens woorden refereren aan die specifieke geneeskracht van Warm Springs, en impliciet van zijn presidentschap.

Er zijn weinig aanwijzingen dat de behandeling in Warm Springs Franklin Roosevelt (of wie dan ook) daadwerkelijk ‘genas’, maar de metafoor is, als het om fdr gaat, alomtegenwoordig. Roosevelt is door biografen en latere presidenten vaak voorgesteld als de perfecte kandidaat om Amerika door de crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog heen te slepen, ondanks, maar ook juist dankzij zijn handicap en zijn ‘overwinnen’ daarvan.

Waarom maakt Biden die vergelijking met Franklin Roosevelt zo graag? Allereerst, omdat Roosevelt een transformatieve president was: hij veranderde het land en de rol van de VS in de wereld fundamenteel. Dat het de laatste jaren niet goed gaat met de VS, dat het land aan een neergang bezig lijkt te zijn en dat er nu weer iets moet veranderen, daar is vrijwel iedereen van links tot rechts het over eens. Het land is vastgelopen. En dat op tal van terreinen: op het gebied van duurzaamheid en ecologie, op sociaal, financieel, economisch vlak én politiek. Er is dus een president nodig die het land weer bestuurbaar kan maken en de systemische problemen kan oplossen. Aan Republikeinse zijde had Trump die pretentie. Aan Democratische zijde vertaalt dat zich in een nostalgie naar fdr, een aansprekend icoon, iemand die het charisma en de autoriteit had om ingrijpende wijzigingen door te voeren.

Politiek links is in de VS – en niet alleen daar – al lang op zoek naar een inspirerend verhaal dat veel mensen aan zich kan binden. Barack Obama slaagde daar in 2008 in met de boodschap van eendracht die raciale scheidslijnen zou ontstijgen. Als eerste zwarte president van de VS positioneerde Obama zichzelf in de lange historische lijn van de ‘Great Emancipator’ Abraham Lincoln, die de slavernij afschafte, en Martin Luther King. Hij belichaamde als het ware Kings droom. Maar die mythe van een Amerika waarin racisme geen rol meer speelt is de afgelopen jaren hard onderuitgehaald.

De mythe van Franklin Roosevelt heeft een heel ander uitgangspunt: een zorgzame overheid. Die mythe laat zich gemakkelijk voegen naar de behoeften en verlangens van vandaag. Bovendien kan ze tegelijkertijd ruimte geven aan uiteenlopende minderheden en onderdrukte groepen, én aan nostalgie naar een tijd waarin identiteit nog geen politiek issue was. Roosevelt was wel tegen de lynchpraktijken in het Zuiden van de VS, maar maakte geen wet om deze te verbieden; de meeste van zijn economische programma’s sloten etnische minderheden uit van hulp. Zijn vrouw, Eleanor Roosevelt, had veel politieke invloed, maar zou het presidentschap nooit zelf nastreven. fdr was buitengewoon progressief, maar ook voor racisten en mensen die ‘niets met identiteits-politiek hebben’ viel en valt er bij hem veel te halen.

Tijdens de voorverkiezingen in de zomer van 2020 was de behoefte aan een ‘Nieuwe fdr’ al goed voelbaar: met name Bernie Sanders en Elizabeth Warren, de twee meest uitgesproken progressieve kandidaten, profileerden zich als zodanig, zij het niet met voldoende succes om de nominatie in de wacht te slepen. Warrens aantrekkingskracht bleef vooral beperkt tot de groep kiezers die relatief sterk op haar leken. Sanders is zijn imago van ‘radicaal’ onvoldoende kwijtgeraakt om het brede spectrum van politieke ideologieën en overtuigingen binnen de Democratische Partij te kunnen bedienen.

Politiek-inhoudelijk lijken Sanders’ wensen sterk op die van fdr. Beiden vonden dat de overheid ervoor verantwoordelijk is dat iedereen die wil en kan werken een living wage kan verdienen, dat de overheid een grote rol moet spelen in de zorg voor degenen die dat niet kunnen, en dat de overheid moet garanderen dat iedereen die dat wil zichzelf kan ontplooien. Eigenlijk kan Sanders nauwelijks radicaler genoemd worden dan Roosevelt, maar waar fdr op vragen over zijn politieke identiteit steevast antwoordde: ‘Ik ben een christen en een Democraat’ (waarbij niet eens duidelijk was of hij dat laatste met of zonder hoofdletter bedoelde), is Sanders nooit afgekomen van het stempel ‘socialist’. Anders dan Sanders was Roosevelt door zijn ‘milde’ presentatie en uitgesproken deftige voorkomen een midden-kandidaat, ook al waren zijn politieke overtuigingen zeer vooruitstrevend.

Roosevelt was bepaald geen extreem christelijke christen, noch een bijzonder democratische democraat. In de praktijk had hij weinig moeite met totalitaire interventies, zoals het interneren van de gehele Japans-Amerikaanse bevolking op de westkust na de Japanse aanval op Pearl Harbor. Hij kwam uit een patriciërsgeslacht in het chique upstate New York, waar achternamen met een Nederlandse oorsprong nog altijd als statussymbool gelden. Theodore Roosevelt, een verre achterneef van Franklin, was in het eerste decennium van de twintigste eeuw al president geweest en de naam Roosevelt was dus ook elders al bekend. Theodore was tevens de oom van Eleanor Roosevelt – trouwen met (verre) familieleden kwam onder de rijke elite aan de oostkust veel voor. Franklin én Eleanor hadden in hun jeugd kostscholen in binnen- en buitenland bezocht, waar ze – noblesse oblige – gevormd werden tot mensen met een sterk gevoel van sociale verantwoordelijkheid, juist vanuit hun geprivilegieerde positie.

Toch blijft het opmerkelijk dat Franklin Roosevelt zo’n aansprekende politicus was, voor wat hij ‘the forgotten man at the bottom of the economic pyramid’ noemde. Heel anders dan Joe Biden, die zich altijd nadrukkelijk laat voorstaan op zijn bescheiden working class afkomst, waren de Roosevelts al generaties lang stinkend rijk. Bij Franklin was dat duidelijk te zien en te horen aan zijn manier van spreken en kleden, zijn extreme zelfverzekerdheid en aan het feit dat hij, ondanks zijn handicap, overal kon komen en er nooit last van leek te ondervinden. Roosevelt had als volwassene polio gehad en kon daardoor zijn benen niet gebruiken. De meeste slachtoffers van deze ziekte hadden in die tijd, als ze het al overleefden, eigenlijk geen toekomst, onder meer omdat veel mensen geloofden dat polio ook de geestelijke vermogens onherstelbaar aantastte. Maar Roosevelt kon steunen op een uitgebreid netwerk en had genoeg geld om volgens de normen van zijn tijd ‘valide’ over te komen, vooral door zijn functiebeperking te verhullen. >

Hoewel iedere Democratische president wel met fdr vergeleken wordt, lijkt dit met Biden, nu hij een paar maanden bezig is, veel meer te gebeuren dan tijdens zijn campagne. Waarom? De verwachtingen van Joe Biden waren in november 2020 nog historisch laag – hij was géén Trump, en dat was voor veel Democratische kiezers de voornaamste reden om op hem te stemmen. Al vroeg werd duidelijk dat hij ongekend veel mensen uit allerlei minderheidsgroepen aanstelde op cruciale posities. Sinds zijn aantreden is ruim veertig procent van de Amerikaanse bevolking gevaccineerd tegen covid, en kwam hij met het ene grote plan na het andere. Plannen die hij ook door het Congres weet te krijgen – gezien de polarisatie en de kleine marges een opmerkelijke prestatie. Onverwacht heeft ‘Sleepy Joe’ Biden zich als een activistische en doortastende president ontpopt, die omvangrijke programma’s voorstelt. Opeens is er ruimte om, met een beetje fantasie, alsnog een ‘Nieuwe fdr’ in hem te ontwaren.

Franklin Roosevelt werd beëdigd als president op het dieptepunt van de crisis, toen de ene bank na de andere omviel. In zijn eerste dagen als president vroeg en kreeg hij van het Congres een enorme politieke slagkracht om in te grijpen. De Democratische Partij had in het Huis van Afgevaardigden een meerderheid van bijna tweehonderd zetels, in de Senaat van ongeveer vijftien. Die slagkracht oefende hij deels uit via wetten en deels via presidentiële decreten. In zijn inaugurele rede zei Roosevelt: ‘Het kan gebeuren dat er een niet eerder vertoonde eis en urgentie ontstaan om onmiddellijk actie te ondernemen, die het wellicht noodzakelijk maken tijdelijk af te wijken van het normale evenwicht in de openbare procedure.’ Oftewel: als ik van het Congres niet de ruimte krijg voor de maatregelen die nodig zijn, dan zal ik van de normale procedure afwijken.

Sinds fdr is het gebruik van presidentiële decreten normaal geworden. Maar het Huis van Afgevaardigden heeft nog altijd the power of the purse, zeggenschap over de begroting, dus als het om dure maatregelen gaat, zoals het American Rescue Plan (Bidens omvangrijke plan om de economie te stimuleren) en de American Jobs Act (de nieuwe infrastructuurwet), dan is het nog steeds een cruciale partij. Door een vergelijkbaar gevoel van crisis op te roepen als er tijdens Roosevelts eerste periode in het Witte Huis heerste, probeert Biden het initiatief naar zich toe te trekken.

Roosevelt heeft indertijd veel voor elkaar gekregen, door tientallen diensten op te zetten die op alle mogelijke terreinen – landbouw, industrie, infrastructuur, cultuur, natuur, de financiële sector – programma’s organiseerden om de economie vlot te trekken. Zijn tegenstanders noemden al die afgekorte namen van deze diensten en programma’s alphabet soup. Als geheel was de New Deal zo omvangrijk dat ‘sociaal-economisch’, zoals het programma vaak omschreven wordt, de lading niet dekt. De meest uiteenlopende hervormingen vielen eronder: het afschaffen van de ‘Drooglegging’, het verbod op de productie en verkoop van alcoholhoudende dranken dat de VS sinds 1920 kenden; het loslaten van de gouden standaard, de koppeling van de waarde van de dollar aan de prijs van goud; gigantische werkverschaffingsprojecten waarmee miljoenen werklozen aan werk geholpen werden, vaak in het ontwikkelen van de infrastructuur.

Roosevelt had in zijn eerste honderd dagen een groot deel van de New Deal-programma’s uitgerold, of minimaal in de grondverf gezet

Overal in de VS werd elektriciteit aangelegd, elk stadje kreeg een postkantoor, het financiële stelsel werd ingrijpend herzien zodat banken meer verantwoording moesten afleggen en minder gemakkelijk zouden kunnen omvallen. Er werden pensioenen en noodvoorzieningen voor arbeidsongeschikten opgezet. De creatieve sector werd aan het werk gezet om in elke staat toneelstukken op de planken te brengen, concerten te geven, en muurschilderingen te maken in alle nieuwe postkantoren. Historici werden ingezet om van elke staat een reisgids te maken en alle nog levende mensen op te sporen en te interviewen die ooit in slavernij geboren waren. Kortom: in een paar jaar tijd stampte Roosevelt een verzorgingsstaat en een sociaal vangnet uit de grond en moderniseerde hij de fysieke en financiële infrastructuur van het land.

De New Deal was echter minder nieuw dan Roosevelt deed voorkomen. Veel van de plannen kwamen voort uit de Progressieve Partij. Theodore Roosevelt was een van de oprichters van deze derde partij nadat hij voor de Republikeinse Partij president was geweest. Het verpakken van die oudere ideeën als nieuw was een meesterzet, die na het falen van het meer terughoudende beleid van Roosevelts voorganger Herbert Hoover in goede aarde viel. Hoover was aan het einde van zijn termijn al begonnen met het doorvoeren van sommige van de maatregelen die de New Deal kort daarna als nooit-eerder-overwogen verkocht, maar dat deed niet meer ter zake.

Aan de andere kant was de New Deal een van de eerste experimenten (en het meest grootschalig uitgevoerde) met de theorie van John Maynard Keynes, die er kort samengevat op neerkomt dat bij economische malaise de overheid juist grootschalig geld moet uitgeven om de economie weer op gang te krijgen. Roosevelt en Keynes hebben elkaar één keer ontmoet, in het Witte Huis in 1934. Na Keynes’ vertrek schijnt Roosevelt tegen Frances Perkins, de minister van Arbeid, gezegd te hebben: ‘Dat was geen econoom, maar een wiskundige.’ Keynes zei tegen haar: ‘Had je me niet kunnen vertellen dat de president zo weinig van economie begrijpt?’ Op persoonlijk vlak hadden ze misschien geen klik, maar Roosevelt deed in de praktijk wat Keynes op basis van de theorie adviseerde en wat daarna tot Reagans presidentschap standaardpraktijk was. En nu, in de economische nasleep van de covid-pandemie leeft, ook in het gepolariseerde Amerika, weer een brede overtuiging dat de overheid juist nu moet investeren.

Graham Jackson speelt ‘Goin’ Home’ bij de rouwstoet voor president Franklin D. Roosevelt. Warm Springs, 13 april 1945 © Ed Clark / Life picture collection / Getty Images

Er is veel debat over de effectiviteit van de New Deal voor het oplossen van de crisis. De echte heropleving van de Amerikaanse economie kwam pas toen de oorlogseconomie ging draaien, vanaf ongeveer 1940. Maar het valt niet te betwisten dat de New Deal de Amerikaanse economie en samenleving ingrijpend en fundamenteel hervormd heeft. Hoewel vrijwel niemand meer directe herinneringen heeft aan de 76 jaar geleden overleden Roosevelt is de New Deal nog overal in het Amerikaanse landschap aanwezig. Ten eerste fysiek: de Tennessee Valley Authority wekt nog steeds met behulp van 29 waterkrachtcentrales energie op en voorkomt overstromingen van de Tennessee-rivier en duizenden wegen, snelwegen, vliegvelden, bruggen en parken zijn aangelegd als onderdeel van de New Deal. Naast dus al die markante postkantoren en hun karakteristieke, sociaal-realistische muurschilderingen.

Daarnaast is de New Deal nog zeer aanwezig in de infrastructuur van de overheid: het social security number dat je in de VS bij werkelijk elke transactie met de overheid en vele andere partijen nodig hebt, is als onderdeel van de New Deal in gebruik genomen. De Social Security Act (1935) regelde op federaal niveau sociale voorzieningen, zoals een uitkering bij ouderdom, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid, en doet dat nog steeds. Alle programma’s voor sociale zekerheid en collectieve gezondheidszorg in de VS bouwen voort op deze Social Security Act, van Lyndon Johnsons zorgverzekeringsprogramma’s Medicare en Medicaid tot Obamacare.

In breder perspectief: Roosevelt introduceerde met de New Deal een heel nieuwe taakopvatting van de federale overheid. Niet alleen nam de overheid verantwoordelijkheid voor het garanderen van een zeker bestaansminimum voor burgers, maar verschillende programma’s namen ook de rol van beheerder en manager van allerlei natuurlijk en cultureel erfgoed op zich. De hele infrastructuur van nationale parken en nationale heritage sites, beheerd en toegankelijk gemaakt door de National Park Service, dateert uit dezelfde tijd.

Roosevelt had het daarbij over ‘Four Freedoms’ die hij iedere Amerikaan – en op termijn iedere wereldburger – wilde garanderen: de ‘positieve’ vrijheid van religie en van meningsuiting, en de ‘negatieve’ vrijheid (gevrijwaard zijn) van gebrek en angst. Zijn daaruit voortvloeiende plannen voor een economische bill of rights heeft hij, door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en door zijn vroegtijdige overlijden, nooit kunnen verwezenlijken. Die had een pendant moeten zijn van de Bill of Rights aangaande burgerrechten, die in 1789 opgenomen is in de eerste tien Amendementen op de Constitutie.

De namen van latere programma’s die de verzorgingsstaat verder ontwikkelden – Harry Trumans Fair Deal, Johnsons Great Society – verwezen als vanzelfsprekend naar de New Deal. Na een tijdje weg te zijn geweest zijn New Deals – vooral de groene variant – sterker terug dan ooit tevoren. De terminologie sluit aan bij de behoefte aan een groot, nieuw verhaal, een beweging met elan, die nu eens echt zoden aan de dijk zal zetten. De term New Deal is symbool en nostalgie geworden.

Het moge duidelijk zijn dat Franklin Roosevelts New Deal veelomvattender en véél ingrijpender was dan Joe Bidens pakket maatregelen om de economie te stimuleren na covid, of zijn plannen voor de infrastructuur en een ‘Green New Deal’. Daar kan Biden weinig aan doen. Toen Roosevelt het Witte Huis betrad in maart 1933 was er op federaal niveau simpelweg nog ontzettend weinig geregeld. fdr maakte een inhaalslag op de weg van het land van een groepje achttiende-eeuwse staten met een tamelijk los collectief verband en een traditioneel zwakke overheid, naar een moderne, meer centraal geleide verzorgingsstaat. De stap die nú noodzakelijk is – de aanpak van de klimaatcrisis, de energietransitie en de transitie naar een duurzaam ecologisch systeem – wil Biden wel nemen, maar het is de vraag of hem dat kan lukken. Veel Republikeinen zullen, hoeveel bewijs er ook ligt, blijven ontkennen dat de aarde opwarmt door toedoen van de mens. En voor veel Amerikanen, die vaak erg afhankelijk zijn van hun auto en van lage benzineprijzen, zal dat voorlopig een aantrekkelijk geloofsartikel blijven.

Behalve door de maatregelen die tot de New Deal gerekend worden, is Roosevelt nog op een andere manier baanbrekend geweest, vooral in hoe hij zichzelf als president presenteerde. Hij was de eerste die geregeld persconferenties gaf, zonder vooraf voorbereide vragen, waarbij hij improviserend en vaak off the record met de pers sprak. Hij was bij zulke bijeenkomsten joviaal en ontspannen, kon moeiteloos de aandacht vasthouden, maar gaf zelden meer informatie weg dan hij kwijt wilde. Hij was ook de eerste die vaak glimlachte op foto’s en die regelmatig radiotoespraken hield, waarbij hij een specifieke, door luisteraars steevast als ‘intiem’ omschreven, radiostijl ontwikkelde.

Een andere typisch rooseveltiaanse traditie is die van de First Hundred Days – de eerste honderd dagen van een nieuw presidentschap. Zelf had Roosevelt in zijn eerste honderd dagen een groot deel van de New Deal-programma’s uitgerold, of minimaal in de grondverf gezet. Hij had een hele batterij wetten door het Congres geloodst, voor het overgrote deel zonder enige moeite, dankzij de ruime meerderheid in Huis en Senaat. Roosevelt heeft een nieuwe standaard gezet voor het presidentschap. Alle presidenten na hem werden afgemeten aan zijn prestaties. Dat geldt ook voor zijn succes in de eerste honderd dagen. Het is de maat van doortastendheid en effectiviteit van een nieuwe administratie geworden.

Voor zittende presidenten is het nadeel van vergelijken met illustere voorgangers dat die vergelijking vaak nogal onvoordelig uitvalt. William Leuchtenburg schreef hierover in zijn boek In the Shadow of FDR, waarin hij laat zien hoe iedere president sinds Franklin Roosevelt tot bloedens toe met hem vergeleken werd. Dat pakte natuurlijk nooit erg positief uit voor Roosevelts opvolgers, want niemand van hen kreeg zo veel gedaan in zijn eerste jaar, of zat zo lang in het Witte Huis. Logisch, want na fdr, die tot drie keer toe werd herkozen, werd vastgelegd dat een president maximaal één keer herkozen mocht worden.

Toch grijpt Joe Biden gretig terug op fdr’s erfenis. En dat geldt ook voor het leger van politieke duiders in de media. Niet alleen Biden, maar ook veel andere maatschappelijke spelers verlangen blijkbaar naar een nostalgisch narratief waarin Amerika misschien niet ‘great’ was, maar wel zorgzamer werd voor zijn eigen arme bevolking, en daarna gold als ‘arsenaal van democratie’ elders in de wereld. Biden probeert het moment aan te grijpen, in de media en in zijn retoriek om de urgentie stevig aan te zetten. De nood wordt misschien niet zo direct gevoeld als in de jaren dertig, maar ook vandaag valt er genoeg te ‘helen’ en te genezen in de VS. Het is dan ook geen verrassing dat Biden, en velen met hem, voor inspiratie terugkeert naar fdr en de bron van zijn genezende kracht.


Sara Polak is universitair docent amerikanistiek aan de Universiteit Leiden. In het najaar verschijnt haar boek FDR in American Memory: Roosevelt and the Making of an Icon bij Johns Hopkins University Press