Noten voor helikopterwieken

‘I wish you a very good flight’, glimlacht Stockhausen de leden van het Arditti String Quartet allerbeminnelijkst toe. Het heeft de allure van Live on CNN!: terwijl de vier strijkers de zaal uitlopen richting de vliegbasis waar de vier Alouettes staan te wachten voor de realisatie van het Helikopter-Streichquartett, voorziet Stockhausen de beelden van commentaar.

En zo was het publiek in de Westergasfabriek getuige van het eerste strijkkwartet dat ooit op vierhonderd meter boven de grond werd uitgevoerd en dat met de allermodernste technologische middelen in de zaal weer tot een geheel werd gesmeed. Vier videotorens representeerden de vier kwartetleden.
Hoe sensationeel ook het idee, de noten die Stockhausen uiteindelijk voor strijkkwartet en helikopterwieken had geschreven, waren ver beneden peil. Op een ondergrond van ritmisch geronk speelden de Arditti’s een voortemmerende litanie van glissandi. Buitengewoon fantasieloos.
Voor het publiek mocht dat de pret niet drukken. Na afloop werden de strijkers met hun piloten als helden binnengehaald, waarop een uitgebreide evaluatie van de vlucht volgde. En toegegeven, de oren van Stockhausen zijn even legendarisch als altijd wordt beweerd: aan het geluid van de wieken had hij gehoord dat de Grasshoppers een paar onafgesproken rondjes hadden gemaakt.
Stockhausens voorliefde voor luchtverkeer was al eerder aan het licht getreden in het Klavierstuck XIII, dat werd uitgevoerd door dochter Majella. Niet alleen betrad zij het podium in een blinkend ruimtevaartpak, halverwege het pianowerk lanceerde ze al spelend een tiental speelgoedraketjes. Een voorbeeld - en lang niet het tenenkrommendste - van het onnavolgbare gevoel voor humor van Stockhausen, die zich erover beklaagt dat mensen zijn grappen niet op waarde weten te schatten.
Stockhausen heeft veel gezichten: de megalomaan die in zijn Licht-cyclus als een master of the universe de schepping in zeven dagen nog eens overdoet; de hippie die in Tierkreis een zoetige, wonderschone flower-powermuziek ontwerpt; de klankmagier die in een elektronisch werk als Synthi- Fou klanksamenstellingen en{ -combinaties weet te creeren zoals een topkok met een feilloos gevoel voor de juiste hoeveelheden specerijen mengt. Sommige aspecten zijn fascinerend, andere zijn stuitend.
De vroege, kale pianowerken lijken nauwelijks verenigbaar met zijn huidige klankwereld, die soms tegen de ambient music aanleunt. De verbindende factor in zijn totale oeuvre is echter zijn drang tot controle. De organisatiegraad van zijn muziek is duizelingwekkend. Dat geldt niet alleen voor de uitgeschreven composities waarin elke noot zijn eigen bestaansreden heeft, maar zelfs voor de stukken of passages waarin de musicus een zekere vrijheid in volgorde of interpretatie heeft. Niets wordt aan het toeval overgelaten.
Zo is ook de uitvoering van zijn werk aan strenge voorwaarden gebonden. Voor orkestwerken heeft Stockhausen bindende repetitieschema’s opgesteld, zijn kamermuziekwerken en elektronisch werk laat hij bij voorkeur uitvoeren door een kleine groep getrouwen, onder wie dochter Majella, zijn zonen Marcus en Simon en zijn vrouw Suzanne Stephens, terwijl hij zelf onveranderlijk achter de mengtafel te vinden is. Dat doet nogal dwangmatig aan, maar na beluistering van het Stockhausen-retrospectief kun je eigenlijk niet anders concluderen dan dat de man groot gelijk heeft. Zijn muziek werd met een zeldzame precisie en logica gespeeld.
Alles hangt met alles samen in de kosmische beleving van deze Duitse componist en dat vindt zijn weerslag in een strikt mathematische benadering. Zo is het kleinste detail onderdeel van een groter geheel. Dat lijkt nogal plat en voorspelbaar. De paradox is echter dat deze muziek op zijn beste momenten juist heel geheimzinnig is. Daarom moet het helikopterkwartet als een mislukking beschouwd worden, terwijl het pianowerk Mantra (waarover volgende week meer) een meesterwerk is.