Notendopdrama

Buren is niet meer. Wie viel voor Bromets onorthodox dwalende cameraoog en lijzige bloedzuigvragen is aangewezen op nieuw werk van de meester, maar loopt de kans dat diens nieuwe thema’s zich minder voor deze technieken lenen. Wie vooral gefascineerd was door tekort en onvermogen, door de ‘gewone-mensen-guerrilla’ kan nog altijd op de televisie terecht.

Zelfs bij een variant die door de beschaafde aanpak het geweten inzake voyeurisme sust: NCRV’s De rijdende rechter. Hier leggen partijen hun geschillen op locatie voor en dan komt een heuse rechter poolshoogte nemen. Daarop belanden contestanten in een studio/rechtszaal waar Mieke van der Wey de kwestie nog eens met hen doorneemt. Waarna de rechter (bindende) uitspraak doet. Waarop Mieke vraagt wat er door winnaar en verliezer heen ging. Bij Buren werd het ‘gelijk’ bewust opengehouden. Maar hier kun je je eigen oordeel meten aan dat van een professional. Soms betreft het consumentenzaken - nuttig wellicht maar niet om warm of koud van te worden. Maar valt het daarbuiten, dan zijn meeslepende notendopdrama’s niet uitgesloten.
Zoals in de seizoensopening. Echtpaar daagt buren vanwege parkeren in hun blikveld terwijl het ook elders zou kunnen. Simplificerende samenvatting, maar het duurt een tijdje voor je beseft dat dat de essentie is. Je wilt daar niet aan want wie begint ten overstaan van honderdduizenden een zo kansloze zaak? Kijkervaring leert dat in dergelijke gevallen de eisende partij excentriek of in de war is; of laag opgeleid; en vaak allebei.
Maar hier ligt het anders. De eiseres is, gezien woning, kleding, taalgebruik van 'gutbürgerliche’ komaf, niet onbemiddeld, buitengewoon taalvaardig en voor de duvel en zijn ouwe moer niet bang - niks kansarms aan. Terwijl de 'foutparkeerders’ beduidend volkser zijn. Arbeiderisme is me niet vreemd maar, pakweg, de teringherrie waarmee in arbeiderswijken de een de ander het leven onmogelijk kan maken, doen me in een conflict als onderhavige niet op voorhand partij kiezen voor de relatief minder bedeelde.
Heel even heb ik bewondering voor het lef waarmee deze dame op locatie het in haar eentje opneemt tegen het burencollectief dat elke bewering en elk argument weghoont. Maar dan zie je die brede, lege straat waarin vier (!) buren soms hun auto neerzetten - omdat dat dichter bij de achteringang van hun huis is (ten plattelande vaak hoofdingang) en omdat het inderdaad lastiger parkeren is voor de deur. En je begint het burenverweer ('we worden al jaren gek van die vrouw’) steeds plausibeler te vinden.
Het gaat niet alleen om overlast, het gaat ook om klassenstrijd. Als blijkt dat de eiseres al jaren een auto permanent bij de buren heeft geparkeerd ('daar hoef ik hier geen verantwoording voor af te leggen’); als haar echtgenoot gemeente en wijkagent door de plee trekt en minachtend grijnzend zegt dat verstoorde betrekkingen hem niets doen omdat hij met 'dat soort mensen’ niets te maken wil hebben, dan sta je virtueel te jouwen in een volksgericht.
Het vonnis is zo onvermijdelijk dat zelfs de nuchtere rechter gegeneerd lijkt. Dan zie je begrijpelijk maar net te groot triomfalisme van de buren en hoor je de bijna verpletterde vrouw zeggen dat zij haar conclusies al heeft getrokken en dat die ons niets aangaan - en de hoon vergaat je. Vrouw die anderen het leven onmogelijk maakt en daarmee zichzelf. Kleine tragedie.
Mieke van der Wey en rechter Frank Visser zijn trouwens klasse.