Notities

Nog twee maanden te gaan, dan moet er gekozen worden. Een papieren agenda en een simpele telefoon, of opgaan in de cloud.

Medium technologica icloud

Toen de vorige iPhone viel en niet meer gereanimeerd kon worden, stelde H. de zijne ter beschikking. Ik ging op dat moment gebukt onder een mate van twijfel die ik sinds 1991 (‘Wat denk je van een kind’) niet meer had gekend.

Ik was een van de eersten met zo’n telefoon. Mee laten brengen uit Engeland door een vriend, zelf ge-unlocked en gejailbraked en trots als ‘een vos die stront vreet uit een staalborstel’, zoals Robert Nye dat zegt in Merlyn.

Daarna kwam de opvolger, die inderdaad ‘nu nog beter’ was en vervolgens voltrok zich iets wat ik op dat moment niet goed kon benoemen. Telefoneren deed ik steeds minder, sms’en sporadisch en die telefoon zat vooral ‘voor het geval dat’ in mijn zak. Maar dat geval deed zich bijna nooit voor.

De smartphone was wel een heel handige agenda. Ik heb het geheugen van een goudvis die te vaak tegen het glas is gezwommen, dus elke vorm van ondersteuning is welkom. Dat was ook waarom ik al lang voor de smartphone, weer via grijze import, een Palm Pilot kocht, een van de eerste pda’s, zoals die toen nog heetten. Die deed het op de kop af een jaar. Een dag na het verstrijken van de garantie, die er vanwege de grijze import niet op zat, stopte hij ermee.

Als agenda was de iPhone een uitkomst. Maar een nieuwe, die meer kan dan mijn eerste computer, is als een vuistdik Zwitsers zakmes voor iemand die een keer per jaar een appeltje schilt.

Een week geleden had ik een bespreking en toen er een nieuwe afspraak moest worden gemaakt trok de enige vrouw in het gezelschap een agenda uit haar tas. Een Heuse Agenda! Wij mannen, drie stuks, waren nog bezig met te dikke vingers in het donker te tasten van iPads en iPhones, toen zij al klaar zat om iets te noteren.

Mannen zien wel vaker het licht als vrouwen dat al lang hebben geaccepteerd als een volkomen normaal natuurverschijnsel. Om mij halsoverkop te storten in een nieuw agenda-avontuur besprak ik de kwestie met een vriend in een heel hippe koffietent waar heel hippe jonge vrouwen met MacBooks zaten te werken. Hij was al jaren ‘papierloos’ en reageerde nogal laconiek op mijn getob.

‘iPhone, iPad en de cloud’, zei hij. ‘Meer heb je niet nodig.’

‘Ja, maar als je eens een notitie wilt maken, dan?’ piepte ik benauwd.

‘Op de telefoon!’

‘Maar een papieren agenda…’

‘Luister eens, herinner jij je nog dat die dingen altijd vol stonden met doorgehaalde adressen en namen, die je trouwens ook elk jaar weer opnieuw moest overschrijven? Koop nou maar een nieuwe iPhone en stop alles lekker in de cloud.’

De digitale giganten weten al lang dat het daarheen gaat. Daarom zijn ze allemaal ook zo ontzettend bezig met die cloud. Er komt een moment waarop we geen computers meer hebben. De telefoon neemt die functie over. Als we in de nabije toekomst ergens aankomen om te werken, maakt de telefoon contact met toetsenbord en beeldscherm en na afloop gaan we weer fijn met onze persoonlijkste computer naar huis. Alle gegevens, namen, adressen, muziek, correspondentie en de roman in wording liggen te rusten in de enorme serverparken die Apple en Google en hun kleinere concurrenten in dun­bevolkte gebieden in de VS hebben gebouwd.

Het is een lonkend perspectief. Nu werk ik thuis nog met een computer ter grootte van een nachtkastje, waaruit een bundel kabels komt die dagelijks appelleert aan de vluchtreflexen van mijn neurotische, op opruimen gefixeerde brein. Het enige wat ik mij nog van de kleuterschool herinner is het liedje Opgeruimd staat netjes, dat is ons ideaal! en dat zou ik lang hebben vergeten als die computer niet naast mijn tafel stond.

De keuze is: een papieren agenda en een simpele telefoon, of mee blijven gaan in de vaart der volkeren en opgaan in de cloud. Dat eerste is nog niet zo makkelijk en het laatste doet me onweerstaanbaar denken aan de Borg uit Star Trek, die al bij nadering roepen dat je beter mee kunt werken want geassimileerd word je sowieso.

Simpele telefoons zijn voor bejaarden. Ik heb er een tijdje naar gezocht, maar er is niets aan te doen. Ze bevinden zich in een hoekje van de evolutie waartoe de oudere medemens zelf ook wordt gerekend. De toon is er meewarig en bevoogdend en grenst aan hetzelfde ongeduld als waarmee we tegenwoordig graag naar derdewereldlanden kijken die zich ondanks alle hulp maar niet ontwikkelen. Wij hebben u opgegeven, wij hebben geen tijd meer voor u, de wereld draait door. Ik heb wel eens bij wijze van experiment een bejaard echtpaar gevolgd in de Mediamarkt en sindsdien is er niets wat ik meer vrees dan de gedachte dat ik op mijn zeventigste nog eens een nieuwe televisie moet aanschaffen.

Ik heb nog twee maanden voor mijn abonnement afloopt en de beslissing genomen moet worden waar het heen gaat: mee in de survival of the digital fittest of accepteren dat ik liever de weg ga van de dodo.


Beeld: Han Hoogerbrugge