Kerry in twijfelend Minneapolis

Notities van het slagveld

In de swing states van Amerika is de verkiezingscampagne heftiger dan ooit. In Minneapolis volgt onze correspondent enkele vrijwilligers van de Kerry-campagne op de voet.

MINNEAPOLIS – Het hoofd kantoor van de Minnesota for Kerry/Edwards-campaign is een voormalige fabrieksloods. Uren lang bellen tientallen vrijwilligers naar Democratisch gezinde burgers om ze op te roepen bijeenkomsten te bezoeken waar Rally Wade Sanders spreekt.

Sanders, jurist te San Diego, trekt al dagen langs het front, door staten waar de peilingen een statistische patstelling vertonen. Voor kleine groepjes, in parken en buurthuizen, vertelt hij over zijn kameraad John Kerry. 35 Jaar geleden voeren ze beiden de Mekong op en af, speurend naar Vietcong-strijders. Sanders nam een lening bij de bank om vrij te kunnen nemen en als onbetaald vrijwilliger campagne te voeren. Net als tienduizenden anderen. «Ik krijg een geweldige respons», zegt hij. «In iedere swing state zie ik meer borden in de tuinen voor Kerry-Edwards dan voor Bush-Cheney, met uitzondering van Arizona misschien.»

In Minnesota was dat lang anders. De Kerry-campagne liet aanvankelijk te weinig borden maken. Het hoofdkantoor meende dat het geld beter kon worden besteed aan televisiezendtijd. De schaarste zette een onherroepelijk mechanisme in werking in de koopmansnatie: de borden, die een paar dollar kostten, werden doorverkocht voor meer dan het tienvoudige. Inmiddels hebben verontruste Democraten de campagneleiding overtuigd van het belang van de borden: «Ze vormen de belangrijkste munitie in de oorlog met de Republikeinen, vooral in de plattelandsgemeenschappen.»

Deze yard signs worden gestolen, soms zelfs verbrand. De lokale kranten staan er vol van. Een huisvrouw uit Eden Prairie had er zo genoeg van dat ze na de aanschaf van haar vierde bord een videocamera liet ophangen, in de hoop een paar «Bushies» te kunnen aangeven bij de politie. Teleurgesteld zag ze dat de dieven van haar nieuwste bord verveelde tieners waren.

In noordelijk Duluth, Minnesota, staan enkele meters hoge Bush-borden die beklad zijn met de woorden «nazi» en «lyar». In Minnea polis hebben bewoners het bord niet in de tuin gezet maar tegen het raam geplakt. Voor het huis staat een zelfgemaakt bord met de tekst: «Ze stolen de vorige verkiezing, en nu hebben ze mijn Kerry-Edwards-bord gestolen! Stem op 2 Nov.» In Richfield werd een Bush-bord in de fik gestoken, waarna de brand oversloeg naar een deel van de veranda. De Republikeinse Partij biedt duizend dollar voor de tip die leidt tot de arrestatie van de dader. Bij de campagneleiding van de Democraten zijn inmiddels zeshonderd incidenten gemeld met bekladde of gestolen tuinborden.

Anderen maken hun stemadvies juist dit jaar niet publiekelijk bekend. Een gehandicapte man, die in een noodgeval afhankelijk is van zijn buren, vertelt dat hij bang is met een bord een «burenoorlog» te beginnen. Een Republikeinse man beweert dat hij voor het eerst sinds de jaren zeventig geen sticker op zijn auto durfde te plakken. De Bush-campagne verkoopt zelfs T-shirts met een grote W en de tekst: «Een persoon van tolerantie en diversiteit ‹keyed› mijn auto». Het werkwoord betekent: met een sleutel een lange kras maken.

«Het is net een culturele burgeroorlog», zegt Ted Rossing (33) uit de buitenwijk Brooklyn Park: «Als je ook maar iets over politiek zegt, plaatsen mensen je aan één kant van het front. Dit zijn vreselijke dagen, ik hoop dat het allemaal snel voorbij is.» Anders dan veel zwevende kiezers weet Ted wél zeker dat hij op 2 november gaat stemmen. Vanwege het referendum in zijn kiesdistrict: «Op het stembiljet wordt gevraagd of je voor het plan van de buurtraad bent om een huizenblok te slopen. Daar zullen dan nieuwe, duurdere appartementen worden gezet. Het is er nu een armoedige toestand. Ik heb graag een paar belastingcenten voor het plan over, want het zal de buurt goed doen. En daarmee ook de huizenprijs. Dus ik ga zeker stemmen.» En passant dan ook maar voor een president.

Beide partijen roepen hun leden op 2 november vrij te nemen om die dag burgers naar de stembussen te brengen, desnoods met eigen vervoer. Er worden zelfs cursussen gegeven: «verkiezingsdagtrainingen». Vrijwilligers leren wat ze moeten doen als «wijkhoofd» op 2 november. Ze ondertekenen een verklaring waarin ze beloven de verantwoordelijkheid op zich te nemen om de stemgerechtigden van hun wijk nog eens te bellen in de 72 uur voor de verkiezingsdag. Presentjes zijn verboden, maar beide partijen maken hun leden duidelijk dat er veel is toegestaan bij het individueel overtuigen van buren, kennissen en vrienden. Volgens strategen is winst in deze verkiezingen afhankelijk van de pogingen kiezers die voorheen niet stemden (zo’n vijftig procent van de stemgerechtigden) naar de stembus te lokken.

In Minnesota was de stijging van het aantal registratieverzoeken te groot voor de productiecapaciteit van de verkiezingsbureaus. Extra mankracht moest worden ingezet om de papierstroom te verwerken. In Ohio verwachten de autoriteiten (onder Republikeinse controle) grote problemen met de honderdduizenden nieuwe verzoeken tot registratie.

Veel vrijwilligers nemen verbaasd kennis van Minnesota’s nieuwe status als swing state. Minnesota werd in de rest van het land ooit «The United Soviets of Minnesota» genoemd, of «Little Sweden». Nu zijn de Republikeinen er in opmars. In de binnenstad van Minneapolis zijn nog resten van dit verleden te vinden. Als eerbewijs zie je in veel tuinen de naam van de, ook voor Nederlandse begrippen, linkse senator Paul Wellstone, die twee jaar geleden omkwam bij een vliegtuigongeluk. De laatste presidentskandidaat die onbeschroomd aankondigde de belastingen te verhogen, Frits Mondale («It won’t hurt a bit»), kwam ook uit Minnesota. Maar dit linkse sentiment sterft uit, samen met de laatste vertegenwoordigers van de New Deal-generatie.

Op het hoofdkantoor wordt daarom duchtig rondgebeld naar vrijwilligers: «Go door-knocking to knock out George Bush!» Beatrice Ludens, een gezette, goedgemutste Democrate met Nederlandse voorouders, gaat van deur tot deur in voornamelijk Republikeinse buitenwijken: «Ze vinden Bush gewoon aardig, dat is het lastige.» Ze houdt het kort bij ieder bezoekje, waardoor ze vijftig woningen per dag haalt. Ze geeft folders en helpt mensen met registreren, vooral als er een kans is dat ze Kerry zullen stemmen. Als mensen in discussie willen, geeft Beatrice snel het nummer van de lokale afgevaardigde, een timmerman en hopman van de plaatselijke padvinderij: «Ik wil geen ruzie. Vroeger deed ik dat wel, maar dan houd je dit werk niet vol.» Beatrice kan niet goed onder woorden brengen waarom Kerry moet winnen. Bij pogingen daartoe verzandt ze al snel in: «De mensen weten niet wat er gaande is.»

Dat blijkt niet zo’n gekke gedachte. Het is onduidelijk wie er de schuld van is – de regering, de media of zijzelf – maar volgens een recent onderzoek van het Instituut voor Landbouw en Handelspolitiek gelooft de meerderheid (66 procent) van mensen die Bush gaan stemmen dat de huidige regering het Internationale Gerechtshof in Den Haag steunt, dat Bush het verdrag heeft ondertekend op het verbod van landmijnen (72 procent) en zelfs de «Comprehensive Test Ban Treaty» (69 procent). Een onderzoek van de universiteit van Maryland laat zien dat 72 procent denkt dat Irak over massavernietigingswapens beschikte, dat 75 procent meent dat «Irak substantiële hulp aan al-Qaeda» bood en dat 51 procent in de overtuiging verkeert dat Amerika het Kyoto-verdrag ondertekende.

Het suikerbietenland in het noorden van Minnesota en de binnensteden, met hun boekhandels, nachtclubs en exotische restaurants, zijn voor de Democraten. De snel groeiende, lommerrijke buitenwijken, met hun parken, vijvers, winkelcentra en nephouten plastic standaardhuizen, zijn voor de Republikeinen.

Meestal worden we vriendelijk ontvangen. Beatrice: «Ze voelen zich belangrijk omdat je langskomt.» Een enkele keer worden we woedend weggestuurd. «Kerry is een kindermoordenaar», zegt een man die voor zijn huis een terreinwagen heeft geparkeerd. Het ding is uitgevoerd in de stars and stripes, met de tekst «Patriot Edition» langs de zijkanten.

Op bezoek bij twee jonge moeders en hun kinderen ontstaat er een discussie waaruit nog eens de maatschappelijke percepties blijken die een belangrijke, zo niet doorslaggevende rol spelen in deze presidentsverkiezingen. De ene moeder is een overtuigde Republikeinse. De andere noemt zichzelf een «gefrustreerde Democrate». Ooit stemde ze voor Clinton, in 2000 koos ze voor Bush: «Het gaat mij om de oversekste cultuur, daar kan ik niet tegen. Op dat gebied doen Republikeinen volgens mij beter werk.»

De Republikeinse: «De vrijheid op school is ziekmakend. Jonge kinderen komen, nota bene op zomerkamp, in aanraking met posters van bijna blote dames. Als je kinderen fatsoenlijk wilt opvoeden, moet je zo goed opletten. Ook in deze film (haar zoontje van vier kijkt naar de Disneyfilm ‹Finding Nemo› – pvo) zitten dingen waarvan ik niet wil dat mijn zoontje ze ziet.» Ze is oprecht verbaasd over de Europese voorkeur voor Kerry: «Maar jullie zijn toch beschaafder dan wij?» De gefrustreerde Democrate: «Uiteindelijk realiseer ik me dat 2 november een keuze is tussen geloven in overheidshervormingen en geloven in de Heer.» Beatrice weet dan genoeg. Na een vriendelijk afscheid verlaten we het huis. «Kansloos.»

Niet iedereen is even voorzichtig en geroutineerd als Beatrice. Verderop in deze Republikeinse wijk blijkt een Democraat aan twijfelaars te vragen: «Maar u bent toch niet voor moorden?», voor hem het equivalent van de oorlog in Irak. Een moeder met een kind zegt lachend en gedecideerd: «Daarmee krijgen jullie mij natuurlijk niet in jullie kamp.»

Soms belanden we in huizen waar grappen worden gemaakt over het fanatisme in deze campagne. Martin Dietl, 33 jaar, kapt het gesprek over Irak ogenblikkelijk af: «Dat gezeik over de oorlog: dat moet je gewoon zien als onze manier om aardrijkskunde te leren.» Dietl komt met een alternatieve verklaring voor de felle verkiezingsstrijd: «Ze zijn familie. Wist je dat niet?» Uit een genealogisch onderzoekje op internet blijkt inderdaad dat beide kandidaten, hoewel katholiek en protestant, dezelfde Engelse voorouders hebben: Edmund Reade en Elisabeth Cooke, beide gestorven rond 1630 (zie msn.ancestry.com/landing/ strange/bush4/tree). Dietl: «Familievetes zijn altijd de heftigste. En wij, the people, zegt hij theatraal, «laten ons voor die vete gebruiken!»

Op het hoofdkantoor, waar tientallen vrijwilligers onafgebroken bellen, gonzen voortdurend dezelfde cijfers rond. De werkloosheid onder Bush is in Minnesota met 33 procent gestegen; vierhonderdduizend inwoners hebben geen zorgverzekering; alleen al in dit jaar is er 54 miljoen dollar te kort voor het publieke onderwijs. Tussen het bellen door jeremieert Dave Olsen luid: «We hadden de beste publieke scholen in het land! En nu gaat al het geld naar Irak. En naar Halliburton.» Olsen (56, snor, olijfgroene broek en fel gekleurde das) beweert al naar banen in Noorwegen te hebben geïnformeerd, «voor het geval Kerry verliest».

«Ssst!» sissen andere vrijwilligers in koor. Aan verlies mag niet worden gedacht. Olsen, fluisterend nu: «Ik ben enkele maanden geleden ontslagen bij een computerbedrijf. Ik maakte harde schijven. Een deel van mijn werk is overzee gegaan. Nu heb ik genoeg tijd om Kerry te helpen. Hopelijk met meer succes dan in het verleden, toen ik de campagnes hielp van Humphrey en McGovern.»

Olsen belt mensen die van plan zijn een zogenaamde «meetup» te organiseren. Het is de nieuwste techniek in de Kerry-campagne. Vrijwilligers nodigen buurtgenoten uit bij hen thuis te eten, alwaar de gastheer of gastvrouw de genodigden tevens trakteert op een politieke discussie. Olsen discussieert met de gastvrouwen over de vraag of de genodigden van tevoren moeten worden ingelicht dat het etentje tot doel heeft de gasten te transformeren in Kerry-stemmers.

Een kilometer verderop, aan de oever van de Mississippi, brengt Vanessa Kerry, dochter van, een groepje vrouwelijke kiezers in campagnestemming: «Sinds 1964 zijn er altijd meer vrouwen gaan stemmen dan mannen. Om die geweldige trend voort te zetten, moeten jullie er allemaal voor zorgen dat je tien vrouwen meeneemt naar de stembus.» Ze wordt bijgestaan door Deborah Watts, een knappe zwarte vrouw die hoopt te worden gekozen als afgevaardigde: «Veel mensen beweren dat de plaats van de vrouw in het huis is. Inderdaad! In het huis van afgevaardigden welteverstaan!»

Op het hoofdkantoor denken enkele strategen dat de stem van de single-vrouw in deze verkiezing doorslaggevend kan zijn. Vermoedelijk is ook de stem van de zwaarwegende Amerikaan dat, of die van de huisdierbezitter. Maar dat zijn geen groepen waar de campagne aparte folders voor maakt. Wel voor jongeren. Volgens de strategen zijn ze Kerry goedgezind. Omdat opiniepeilers alleen met vaste telefoonnummers werken, is jongeren – met hun mobieltjes – niets gevraagd. Bovendien behoren ze niet tot de likely voters, omdat ze nooit eerder hebben gestemd. Met de jongeren erbij zou Kerry vooroplopen in de peilingen, geloven ze op het hoofdkantoor. Het zijn redeneringen om de moed erin te houden.

Goed nieuws speelt daarin een cruciale rol. Het laatste goede nieuws is het officiële stemadvies van Iran: voor Bush. Van hem hebben ze immers minder last gehad dan van Clinton. Gejuich op het hoofdkantoor. En dan het goede nieuws dat ex-gouverneur Elmer Andersen, een levenslange Republikein, publiekelijk Kerry steunt. En dat het mediabedrijf Sinclair onder druk van enkele machtige aandeel houders is teruggekomen van het plan de anti-Kerry-film Stolen Honor uit te zenden.

Nog meer goed nieuws komt op donderdag 21 oktober. Jesse Ventura, de voormalige showworstelaar én gouverneur, heeft zich bedacht. Op een merkwaardige persconferentie blijkt dat «The Body» in deze verkiezingen Kerry steunt. De Wrestlemania-ster laat de oud- gouverneur van Maine, Angus King, voor hem praten. Zelf wil hij geen stom woord zeggen.

Slecht nieuws is dat de film Michael Moore Hates America in enkele bioscopen in de stad zal draaien. Mike Wilson, een cineast uit Minnesota, probeert in die documentaire Moore (uit Michigan) te spreken te krijgen. Net zoals Michael Moore in zijn eerste grote documentaire Roger and Me de baas van General Motors achternaloopt. In de documentaire blijkt dat Moore zich niet zomaar door een Republikeinse snotneus laat interviewen.

Wilson: «Ik ben het niet eens met zijn ideeën over Amerika, dat er een samenzwering van multinationals bestaat en dat we zelf niet verantwoordelijk zijn voor de loop van onze levens. Het enige wat ik wilde was een gesprek van zo’n 45 minuten over de vraag hoe twee gewone kerels, beiden uit arbeidersgezinnen uit het middenwesten en beiden enigszins gezet, tot zulke verschillende oordelen konden komen.»

Op dezelfde dag, donderdag 21 oktober, komt Kerry voor de achtste keer naar de staat. Tienduizenden supporters zijn naar het sportstadion gekomen. Natuurlijk geeft hij Bush opnieuw op zijn lazer. Maar belangrijker is dat hij zijn gehoor opjut: «We moeten ons kapot werken nu. Jullie moeten langs deuren gaan, tot het gezonde verstand spreken van gewone mensen.» Kerry geeft tips: «Vertel ze over het begrotingstekort en vertel ze dat deze verkiezingen over onze kinderen gaan.»

De volgende dag blijken er inderdaad meer vrijwilligers op het hoofdkantoor te zijn. Er hebben zich zelfs Democraten gemeld van ver achter het front, waar Bush met een grote meerderheid zal winnen. Eén komt helemaal uit Georgia, een ander uit Louisiana. Clarence Dumphrey: «Als het misgaat, kan ik later niet tegen mijn kleinkinderen zeggen: ik heb niets gedaan. Ik zal hebben gestreden, daarom ben ik hier.»

In een recente peiling zeggen twee van de drie likely voters dat dit de belangrijkste presidentsverkiezing is in hun leven. Carrie Ehlers (23) werkt achter de kassa van de koffiebar tegenover het pakhuis annex hoofdkantoor om haar opleiding voor schoonheidsspecialiste te betalen. Ze begrijpt er niets van. Tegelijk rijdt ze in een felgekleurde Ferrari, gekregen van haar ouders, die in een welvarende voorstad van Chicago wonen. «Zij stemmen Republikeins. Ik weet het nog niet. Ik zal moeten kiezen of ik moreel ga stemmen of politiek.»

Hoe merkwaardig die scheiding ook is, het lijkt de keuze voor veel stemmers in Minnesota. De koffiebar loopt dagelijks vol met Kerry-vrijwilligers. Ze hebben Carrie nog nooit gevraagd wat ze stemt. «God nee, gelukkig weten ze niet dat ik een zwevende kiezer ben. Anders zouden ze al die energie wel eens op mij kunnen richten. Daar moet je toch niet aan denken!»