‘nou ja, oorlog…’

Amsterdam-Oost en de Indische buurt zijn op het eerste gezicht geen aangename buurten. Op het tweede gezicht eigenlijk ook niet. De straten rond de Dappermarkt en het gebied aan weerszijden van de Javastraat staan vol scheefhangende huizen, met afbladderende verf op de gevel. Veel leegstand, hier en daar houten schotten waar eerst ruiten zaten. Er hangen genoeg jongeren rond om de gemiddelde bejaarde op stang te jagen. De drugsoverlast waar de buurt jarenlang onder heeft geleden, lijkt de laatste tijd wat afgenomen. Met harde hand veegde de politie criminelen ‘onder het viaduct door’, een ander stadsdeel in. Maar tegenwoordig wordt er weer meer gevochten. En geschoten.

Ergens halverwege ‘koopcentrum Oost’ - de gemeente heeft hier de boel grondig verbouwd om de Van Swindenstraat 'nog gezelliger’ te maken en zo veel mogelijk middenstanders aan te trekken; puur cosmetisch: aan de achterkant van de gezelligheidskoopgoot verrotten de huizen vrolijk verder - staan vier jongens op de stoep. Drie hebben er een fiets en één zit wijdbeens en stoer op een soort brommer. Ze staan rond te hangen. Links van hen sjokken mensen voort, die verbeten proberen gezellig te winkelen. De jongens maken grappen over de platinablonde moeder en dochter die langskomen. Ze maken grappen over iedereen, eigenlijk. Er komen twee politieagenten op de fiets aan. Ze stoppen bij de jongens en rechten hun rug. Een agent is wit, de ander is bruin. Ze blijven staan, op een meter van de vier jongens. Die ginnegappen wat en kijken laatdunkend naar de wetsdienaars. De jongen op de brommer komt in actie. Hij start zijn stalen ros, met heel veel herrie. Mensen kijken op, mensen kijken om, mensen sjokken voort op zoek naar koopjes. De jongen scheurt weg, tussen twee omaatjes door, die schrikken. De jongen geeft gas. Hij scheurt over de stoep. Tussen de wandelaars door. Het lijkt gevaarlijk. De agenten zijn op de fiets. Voordat ze die gestart hebben… De drie gabbers van de brommerjongen lachen zich kapot, ze lachen de agenten uit. Die proberen de schijn op te houden dat zij de baas zijn. De jongen heeft een eerste rondje gereden en bromt rakelings langs de agenten. Rijdt dan hard verder. De agenten vertrekken. Met rechte rug, borst vooruit. De brommerjongen wordt juichend onthaald door zijn vrienden. ’s Avonds is het stil. Overal hangen jongens rond, voor de McDonald’s op de Dapperstraat, voor een paar koffieshops. Dit is geen prettige buurt. 'Het is hier al een hele tijd nogal gespannen’, vertelt een Marokkaanse jongen die het grootste deel van zijn leven in Amsterdam-Oost heeft gewoond. 'Die smerissen zijn heel vervelend. Ze proberen ons uit te lokken.’ Vlak voor Kerst was er een serieuze rel. 'Het begon met twee jongens, twee Marokkaanse jongens die ruzie hadden met een Surinamer. Hij had ze geflest met een draagbare telefoon of zo. Dat vonden ze niet leuk. Toen hebben ze een ruit ingegooid van zijn huis. Die gast belde toen de politie. Die kwam en pakte die twee jongens op. Ik kende ze, ja, maar iedereen kent elkaar hier, alle Marokkanen. Het duurde dan ook niet lang voordat er van alle kanten vrienden aankwamen. Die waren het er niet mee eens dat die twee gasten werden opgepakt. En dat lieten ze merken. Ze begonnen een beetje te schreeuwen en te duwen. Tegen die agenten, ja. Die politieagenten werden bang. Ze vroegen om versterking. Die kwam al snel. Maar net zo snel groeide het aantal Marokkanen. Dat gaat hier nou eenmaal vlug: iedereen heeft contact met elkaar. Al gauw stonden er veertig, vijftig jongens tegenover de politie. Dat waren er inmiddels ook aardig veel geworden. Toen liep het uit de hand. Er werden stenen gegooid, en bommen. Ze gingen vechten. En de politie die moest achteruit. Het was wel heavy. Echt serieus vechten. En die gasten maar meppen. Nee, dit was niet van tevoren gepland. Het gebeurde gewoon. Het was vooral een kwestie van lekker relschoppen. Het was tijdens de ramadan, en dan is iedereen sowieso iets eh… iets gefokter. Veel van die gasten waren vijftien, zestien, niet ouder. Wat doe je als je ziet dat er twee jongens worden opgepakt en meegenomen door de politie? Dan ga je d'r op af, natuurlijk. Dat is gewoon sensatie. Het begon dus met helemaal niks, en het liep grandioos uit de hand. Nee, dat vind ik niet raar. Het moest een keer gebeuren. Mensen weten niet hoe het hier is, in deze buurt. Het is al een hele tijd oorlog tussen de politie en ons. Nou ja, oorlog… Dat verhaal dat wij, de Marokkaanse jongeren, een soort dekmantel zouden zijn voor grote criminelen, haha, dat is onzin. Echt niet. Wij balen soms gewoon van de dingen hier. We vervelen ons, ja. Dat is ook een oud verhaal, maar daar zit meer in dan in dat dekmantel-gedoe. Maar ja, hier een bowlingbaan neerzetten, dat lost natuurlijk ook niet in één keer alles op. Maar misschien is het een begin. Je weet het niet.’