Nou, tabee dan!

Laat ik proberen in dit stukje iets verstandigs te zeggen over de lezers van De Groene, weekblad sedert 1877.

Lezers zijn verschrikkelijk. Een krant zou het eigenlijk zonder lezers moeten kunnen stellen. Ga, als dag- of weekbladredacteur altijd je lezers uit de weg, want je zit twee volle weken hyperventilerend achter de tekstverwerker. Lezers weten altijd beter dan jij hoe een krant moet worden gemaakt, en dat ene, indrukwekkende artikel dat zij zich van je herinneren - tja, waar gíng dat ook weer over… - werd geschreven in het late najaar van 1968.
De lezers van het allersympathiekste dagblad Trouw? Bestudeer de rubriek ingezonden stukken en het provincialisme walmt je tegemoet. De lezers van de vooruitstrevende Volkskrant? Zij hebben hun zaterdagse getto in de vorm van de pagina U en je kruipt onmiddellijk weer huiverend je bed in, in de hoop dat er die dag geen lezer - zelfs geen lezeres - van de Volkskrant op bezoek zal komen.
Lezers van De Groene Amsterdammer zijn anders. Toegegeven, lang heeft het bestand gezucht onder het soort dat ik op bruiloften en partijen placht te beschrijven als geflipte kanunniken uit de magische vierhoek Nijmegen-Tilburg-Eindhoven-Oss, maar die hebben De Groene, sinds deze krant een politiek van redelijk radicalisme en libertaire openheid tracht te praktizeren, allang de rug toegekeerd.
Ik kèn de lezers van De Groene Amsterdammer. Sedert jaar en dag pleeg ik stad en land af te reizen om massavergaderingen van wel dertig man toe te spreken, in de wetenschap dat je er altijd tenminste een fles Albert Heijn-wijn benevens een nieuwe abonnee aan overhoudt. Op dit soort bijeenkomsten treft men gegarandeerd een oude abonnee, wat altijd weer een genoegen is. Aardige mensen, echte intellectuelen, oprecht aan hun krant verslingerd, wat mede moge blijken uit het feit dat een groot deel hunner altijd weer bereid is om, naast het toch niet onaanzienlijke abonnementsgeld, een centje extra te doneren als hun lijfblad moet bekennen weer eens op onverantwoorde wijze het geld over de balk te hebben gesmeten.
Dit soort lezerstrouw kent, geloof mij, geen enkele andere krant, niet in Nederland en niet elders in de wereld.
Er kleeft maar één nadeel aan de hechte band tussen De Groene en zijn lezers. Zij zijn zo met hun weekblad vergroeid dat zij soms denken dat de krant van hèn is en dus de geëigende tribune is voor menige eigengetimmerde beschouwing, over de zegeningen van Paars of de politieke onlusten in Midden-Afrika, want er is altijd wel een terrein waar zij véél verstand van hebben. Hoeveel brieven zal ik in de loop van de afgelopen twaalfeneenhalf jaar hebben geschreven, waarin ik op zo'n tactisch mogelijke toon probeerde uit te leggen dat journalistiek, met alle respect, echt een vak apart is? Daar werd uiteindelijk óók altijd met begrip op gereageerd, terwijl in één geval de betreffende schrijver/ lezer zelfs…
Genoeg! Anders begrijpt straks geen mens meer waarom ik, moegetokkeld, de lier aan de wilgen hang.
Lezers, tabee! Het was me een eer en een genoegen. En als ik u nog iets schuldig ben, stuur mij de rekening!