Met uitsterven bedreigd

Nous sommes Cecil

De wereld rouwt om Cecil de leeuw. Maar het grotere verhaal krijgt nauwelijks aandacht: de druk op miljoenen diersoorten, veroorzaakt door de mens. Deze eeuw verdwijnt een kwart tot de helft van alle soorten als die druk aanhoudt.

Medium gettyimages 477406276

Als wild beest heeft Cecil de leeuw met zijn dood een invloed waar maar weinig mensen aan kunnen tippen. In ieder geval kunnen we een mondiale orkaan van woede op zijn conto schrijven, de afschuw van een dik pak beroemdheden en politici, honderdduizenden dollars aan donaties voor de organisatie die Cecil acht jaar had gevolgd, en een resolutie bij de Verenigde Naties om illegale handel in en jacht op dieren tegen te gaan. ‘Zoals de meeste mensen in de wereld zijn we woedend om wat er is gebeurd met deze arme leeuw’, sprak de Duitse VN-ambassadeur, die de resolutie indiende. De Europese Unie en tal van landen begonnen prompt een debat over het uitbannen van trophy hunting.

Dat is allemaal goed nieuws voor wie Cecil en andere dieren een warm hart toedraagt. Maar deze tsunami van aandacht voor Cecil staat wel in curieus contrast met het minieme rimpeltje dat elke paar jaar wordt veroorzaakt als de VN of het Wereld Natuur Fonds updates geeft van de stand van de wetenschap over het voortbestaan en uitsterven van diersoorten. De Biodiversity Outlook van de Verenigde Naties, die eind vorig jaar verscheen, haalde niet eens de Nederlandse pers. Terwijl daar toch beduidend erger nieuws in stond dan de dood van Cecil de leeuw, namelijk dat de inspanningen om het uitsterven van diersoorten tegen te gaan wereldwijd tekortschieten, en dat daarom in deze eeuw naar verwachting een kwart tot de helft van alle diersoorten gaat uitsterven.

De explosie van het aantal mensen op de wereld en de verbreiding van de moderne levensstijl hebben ervoor gezorgd dat er een armada van bedreigingen op dieren af komt. Om als trofee te eindigen aan de muur van een tandarts zal voor de meeste dieren wel het minste risico zijn in een wereld waar bossen worden platgebrand en gekapt, waar de temperatuur en de samenstelling van de lucht en het water veranderen door het gebruik van fossiele brandstoffen, waar de meeste grote rivieren zijn ingedamd en de zuurgraad van de zee stijgt, waar leefgebieden steeds kleiner en geïsoleerder worden, waar de oceaan nog steeds grotendeels onbeschermd is en waar verschillende soorten dieren, bacteriën, virussen en schimmels voortdurend meeliften naar andere continenten en leefgebieden.

Een van de bekendste wetenschappers op dit gebied is de als Brit geboren Amerikaan Stuart Pimm. Van een man die zijn leven lang bezig is geweest met het uitsterven van diersoorten zou je verwachten dat hij weinig op heeft met het wereldwijde minuutje van opwinding over één beest. Maar dat blijkt niet waar te zijn. ‘De dood van Cecil focust de issues rond het beschermen van diersoorten op een gunstige manier’, zegt hij in een telefonisch interview vanuit North Carolina. ‘Het stropen dat nu is gebeurd, is altijd slecht. Maar als ecoloog moet je vragen: is het mogelijk om op een diersoort te jagen op een manier die duurzaam is? Want als dat zo is, kan het geld opleveren voor de oprichting en het beheer van reservaten, de sleutel tot het behoud van veel diersoorten. De jacht op sommige exemplaren draagt dan bij aan het overleven van de soort.’

‘De jacht op sommige diersoorten kan bijdragen aan het over­leven van de soort’

Dergelijke reservaten klinken als tamelijk klein bier. Maar dat is volgens Pimm maar deels waar: ‘Van alle redenen waarom diersoorten uitsterven staat het verlies van land, van habitat, duidelijk bovenaan. En niet alleen puur leefgebied, maar ook de verbinding tussen stukken natuur: we krijgen steeds meer lappendekens en versnipperde stukken natuur. De kans dat dieren in zulke gebieden uitsterven is veel groter dan wanneer er ruimte om ze heen is. Reservaten keren niet het tij, maar ze zijn een first line of defense.’

Om een massaal uitsterven van diersoorten te voorkomen, is echter veel meer nodig. Want miljoenen soorten zijn in dodelijk gevaar. ‘Als wij dat als wetenschappers beweren, is de eerste vraag natuurlijk: hoe weten we dat?’ zegt Stuart Pimm. ‘Om dat te beantwoorden moeten we weten wat de normale snelheid is waarmee soorten uitsterven. Ik en andere wetenschappers hebben dat gedaan door zo veel mogelijk gegevens te verzamelen uit fossielen, uit dna-data en andere bronnen. Daaruit concludeerden we dat het “normale sterftecijfer” voor diersoorten één op tien miljoen is, oftewel: gemiddeld sterft er elk jaar één diersoort uit van alle tien miljoen soorten. En omdat er nu waarschijnlijk rond de tien miljoen soorten op aarde leven, betekent dat dat we elk jaar één soort zouden zien uitsterven. Maar we kunnen observeren dat dat nu veel hoger ligt. Het sterftecijfer voor diersoorten is in de laatste vijftig jaar heel snel geaccelereerd. Het ligt nu eerder rond de honderd per miljoen soorten, oftewel duizend keer zo hoog als het zou moeten zijn.’

Dat die snelheid van uitsterven zo hoog ligt, is pas in de afgelopen twintig jaar ontdekt. In dezelfde periode zijn ook twee andere zaken duidelijk geworden. We weten nu veel meer over het uitsterven van prehistorische diersoorten. De aarde blijkt in het verleden verschillende periodes van massaal uitsterven van diersoorten en ander leven te hebben gekend: ‘uitstervingsevenementen’ die niet bestonden uit één knal van een meteoor, maar uit periodes van duizenden jaren waarin het uitsterven van soorten opeens veel sneller ging dan daarvoor. De snelheid waarmee soorten vandaag verdwijnen, is waarschijnlijk hoger dan tijdens de vijf grootste uitstervingsgolven in de geschiedenis van de aarde, een stuk hoger bijvoorbeeld dan bij het uitsterven van dinosauriërs, 65 miljoen jaar geleden.

Er wordt daarom steeds vaker gesproken van een ‘zesde uitsterving’, een mega-evenement in de geschiedenis van de aarde dat op dit moment plaatsvindt. Dat is ook de portee van het boek The Sixth Extinction: An Unnatural History. Elizabeth Kolbert, redacteur van The New Yorker, won daarmee vorig jaar de Pulitzer Prize voor non-fictie. Het boek draait om een laatste ‘ontdekking’ van de afgelopen decennia: dat de mens verantwoordelijk is voor dat hoge uitstervingstempo van diersoorten. ‘In wat een ongelooflijk toeval lijkt, maar waarschijnlijk helemaal geen toeval is’, schrijft Kolbert, ‘reconstrueren we de geschiedenis van de vijf grote uitstervingsgolven op hetzelfde moment dat we ons realiseren dat we een nieuwe aan het veroorzaken zijn.’

‘Ik hou niet van de term “zesde uitsterving”, omdat het suggereert dat het in ­feite al gebeurd is’

De komst van homo sapiens viel in allerlei uithoeken van de aarde samen met het uitsterven van een reeks diersoorten, zoals de sabeltandtijger, de mammoet, de reuzenluiaard en andere zogenoemde ‘megafauna’. En hoewel het niet zeker is dat die soorten door mensen over de kling zijn gejaagd, geldt dat wel zeker voor de Mexicaanse grizzly, de Kaapse leeuw en een hele waslijst van andere soorten die in recenter tijden mensen dienden als voedsel, trofee, opgeruimde hindernis, handelswaar of plezier. Maar hoewel de tijden voorbij zijn dat weekendjagers voor hun plezier de miljoenen vogels van de rotsen schoten die de kusten van Groot-Brittannië bevolkten, of de buffels op de Amerikaanse vlakten, is het uitstervingstempo van diersoorten alleen maar omhoog gegaan.

The Sixth Extinction probeert een compleet beeld te geven van alle door de mens veroorzaakte redenen die in combinatie diersoorten over de hele wereld naar de rand van uitroeiing duwen. Mensen nestelden zich in alle uithoeken van de aarde, met hun jachtlust en met medeneming van ongedierte. Tweehonderd jaar geleden ging alles in een hoge versnelling. In een eeuw verdubbelde de wereldbevolking en ze verdriedubbelde in de eeuw daarna. Hele bossen werden neergehaald of platgebrand om ruimte te maken, terwijl het steeds grotere mondiale verkeer een soort nieuw Pangea creëerde, één groot wereldwijd continent met een voortdurende uitwisseling van dieren en ziekten. Er werden fossiele brandstoffen ontdekt onder de aardkorst: vanaf de industriële revolutie is er door hun verbranding zo’n 350 miljard ton koolstofdioxide aan de atmosfeer toegevoegd, plus nog eens een kleine tweehonderd miljard ton als gevolg van ontbossing. Mede daardoor verzuurt de zee en verandert het klimaat, terwijl diersoorten vastzitten in steeds kleinere, gefragmenteerdere leefgebieden en zich niet kunnen aanpassen door te verkassen.

Kolbert schrijft het in de droge, persoonlijke New Yorker-_stijl op, terwijl ze de winterzee in duikt rond Ischia, nachtstrompelingen maakt door de Panamese jungle en balanceert over krakend koraal in het Groot Barrièrerif. Maar hoewel de doem je tijdens het lezen bekruipt, eindigt Kolbert met de beschrijving van de enorme inspanningen die mensen, vaak vrijwillig, doen om op uitsterven staande diersoorten te redden: die kleine condors grootbrengen die zichzelf niet elektrocuteren op elektriciteitsdraden en die achter een mini-vliegtuigje hun jaarlijkse trek leren, of die dagelijks _handjobs geven aan een van de laatste drie Hawaiiaanse kraaien om te proberen een zaadlozing te veroorzaken.

Ook Stuart Pimm wil positief eindigen. ‘Ik hou niet van de term “zesde uitsterving”, omdat het suggereert dat het in feite al gebeurd is en niet meer te stoppen valt’, zegt hij. ‘De “zesde uitroeiing” is het als de huidige uitstervingscijfers nog een eeuw zo blijven. Maar mensen kunnen ook veel goeds doen en er is veel positief nieuws. Een kwart eeuw geleden bestond vijf procent van het landoppervlak uit beschermd natuurgebied. Nu is dat zeventien procent: ruim drie keer zo veel! En er is ook veel meer aandacht voor het probleem. Oceanen krijgen nog steeds veel te weinig aandacht, maar wel veel meer dan tien, vijftien jaar geleden.’

Alleen maar doem verspreiden helpt ook niet, denkt hij: ‘Stel dat je naar een dokter gaat, en die zegt: “Meneer, u gaat dood. Het is een kwestie van tijd, maar u gaat steeds verder achteruit en de meeste mensen sterven op een vervelende, pijnlijke manier.” Dan heeft die dokter natuurlijk gelijk, maar je gaat er nooit meer heen. Het is de taak van de dokter om te zeggen wat je kunt doen om gezonder en langer te leven. Zo is het met diersoorten ook. De mens gaat de komende eeuw niet uitsterven. Maar miljoenen diersoorten om ons heen wellicht wél. We moeten weten en begrijpen wat dit betekent voor de kwaliteit van leven op aarde.’


Beeld: (1) Sudan, het laatste mannetje van de noordelijke witte neushoorn ter wereld. In nonprofit-natuurreservaat Ol Pejeta in Kenia wordt hij 24 uur per dag bewaakt (Nichole Sobecki / The Washington Post via Getty Images)