ECONOMIE

NRC H.

Morgen zeg ik mijn abonnement op. Telefonisch, want per internet kan niet. Het zeurt al een tijdje, maar gewoonte – u weet wel: de avondkrant die, onder het genot van een glaasje wijn, de overgang tussen werk en thuis markeert – heeft me er tot nog toe van weerhouden. Een krant is als een tandarts; zoals je niet voor iedereen je bek opentrekt, zo laat je ook niet iedere krant zomaar binnen.

En laat ik eerlijk zijn: ook de wetenschap dat dit de krant was van politiek Den Haag heeft me tegengehouden. Per slot van rekening waren dat de sukkels die ik met mijn gevraagde en ongevraagde stukken ervan probeerde te overtuigen dat Nederland naar de hel ging. Ik heb het nagekeken: vanaf 2004 heb ik 23 stukken voor het NRC Handelsblad geschreven. Over banken en migranten, over onderwijs en integratie, over Rijkman Groenink en Martin Bosma. Grauwe stukken, die terecht ongelezen in de kattenbak zijn verdwenen, maar ook sprankelende, veelbesproken stukken, die daar eveneens zijn beland, maar dan met wat vertraging of liefdevol onderstreept.

Ik weet dat kranten het moeilijk hebben. Wie is er nog bereid driehonderd tot vierhonderd euro per jaar neer te tellen voor aan elkaar geniete vellen grauw papier met informatie die je ook gratis in de trein kunt krijgen of overal op internet kunt vinden? Het is als met porno: waarom een dvd kopen als je ook met internet aan je gerief kunt komen. En dus laten directies en redacties steeds vaker de oren hangen naar lulkoek verkopende communicatiewetenschappers die hen in kostbare quasi-therapeutische sessies de weg wijzen naar hun nieuwe authentieke zelf dat de huidige abonnee niet afstoot en een nieuwe, jonge abonneeschare moet aantrekken. Het resultaat is debilisering, klunzige multimediatisering en branchevervaging: de verkoop van wijn, dvd’s, boeken, reizen en lezingen is belangrijker dan het maken van een goede krant.

De Volkskrant, die ooit zure partijkrant voor leerkrachten met weemoed naar het ‘eerste’ kabinet-Den Uyl, heeft de weg gewezen. Veel columnisten, veel meninkjes, veel foto’s, veel lifestyle, veel new age en veel vertroebeling van verslaggeving en reportage. NRC Handelsblad – een wat ouderwetse krant, die de gegoede burgerij bediende, die niets moest weten van nieuwlichterij en van een krant vooral informatie en liberale duiding verwachtte – stak daar positief bij af. Degelijke nieuwsgaring, nooit sensationeel, geroemd om zijn commentaren en met een klein aantal vertrouwde columnisten: Hofland en Heldring, Heijne en Chavannes. Het Cultureel Supplement en de Boekenbijlage waren van oud-Europese statuur en alleen de meest gezaghebbende wetenschappers en publicisten bevolkten de opiniepagina’s, die altijd aangenaam schuurden met de waan van de dag. Bovendien was de zaterdagkrant van een overzichtelijke omvang, waar de Volkskrant haar lezer week in, week uit bedolf onder een berg overbodige katerns die meer de adverteerder plezierden dan de lezer. Maar de Viva-isering van de Volkskrant sloeg aan, de daling van de oplage werd gekeerd, de adverteerders kwamen terug – en dus ging het ook bij NRC Handelsblad jeuken.

Mijn ergernis dateert niet van gisteren. Al langer stoort mij de gemakzucht van de krant. Te vaak domineren sensationele foto’s en reportages de voorpagina. Wat is er mis met droge, zo objectief mogelijke verslaggeving? Wat is er gebeurd met de scheiding van feit en mening? Met het journalistieke ambacht? Natuurlijk zijn radio, tv en internet sneller, maar politieke, economische, financiële en culturele feiten zijn meestal te complex voor deze media en suggereren een eigenstandige taak voor kranten als de oude NRC. Te vaak ook lopen verslaggeving en reportage door elkaar. Wat kan mij de mening van Caroline de Gruyter over de aanstaande Ecofin in Brussel schelen? Of de jolige financiële commentaren van komisch duo Schinkel en Tamminga? Feiten wil ik. En als ik meningen wil, dan van columnisten en commentatoren van faam, niet van de eigen redacteuren. NRC Handelsblad is de Volkskrant niet, waar iedere _DWDD’_er een column heeft (of omgekeerd).

De komst van Vandermeersch heeft dit proces niet in gang gezet maar wel versneld. Veel gemakkelijke interviews, veel meninkjes, veel foto’s, veel lifestyle, veel sport, veel jatwerk uit de Financial Times (Lux is de ordinaire versie van de zaterdagse Life and Arts van die krant) – het lijkt potdomme de Volkskrant wel. En afgelopen maandag was de maat vol. Maar liefst zeven pagina’s gewijd aan een twee dagen oud incident waar een avondkrant niets meer aan heeft toe te voegen. En dan wel hypocriet op de voorpagina melden dat ‘de redactie terughoudend is met het vermelden van privé-gegevens van verdachten’. Weifelend meelopen, dat is de makke van het huidige NRC Handelsblad. Zonde.