Racisme: Protesten in Amerika

‘Nu demonstreren, morgen stemmen’

Politiehervorming is het concrete doel van de antiracismedemonstraties, die tegelijkertijd de onderliggende problemen genadeloos blootleggen. Hoe nieuwe zwarte leiders progressief Amerika inspireren.

Aaron Covington (midden) met naast hem zijn broer Anthony voor het Lincoln Memorial, 2 juni © Casper Thomas

Aaron Covington volgt het voetspoor van de geschiedenis met ontbloot bovenlijf en kniebeschermers. En zoals de 27-jarige IT’er uit St. Louis, Missouri het zelf verwoordt, ‘wordt elke volgende stap bepaald door de goede Heer’. Het decor waardoor Covington loopt is zwaar geladen met de grimmige rassengeschiedenis van Amerika. Op dinsdag 2 juni startte Covington, gevlochten lang haar tot over de schouders, gouden kruisje om zijn nek, op 400 Indiana Avenue in Washington D.C., twaalf straten verwijderd van het Witte Huis. De dag ervoor had hij een bericht op Instagram gezet. Een bescheiden duizend volgers kregen een foto te zien van de demonstraties in Minneapolis, waar de 46-jarige George Floyd door politiegeweld om het leven kwam. Daaronder de woorden: ‘No justice, no peace. Verzamelen om twee uur als je het daarmee eens bent.’ Honderd mensen kwamen opdagen. Covington had de locatie uitgekozen omdat daar het standbeeld van Abraham Lincoln staat.

De schaduw van Amerika’s meest illustere president, die oorlogsbevoegdheden opeiste zodat de VS een unie konden blijven zonder geïnstitutionaliseerde slavernij, hangt over het huidige moment. Begin mei liet Trump zich door Fox News interviewen bij het Lincoln Memorial. Donald Trump zei dat hij nog slechter behandeld werd dan de president die op het gesprek neerkeek. Lincoln, voor de goede orde, werd vermoord.

Vorige week, terwijl tienduizenden Amerikanen demonstreerden tegen racisme, claimde Trump dat ‘niemand’ meer had gedaan voor zwart Amerika dan hij. Lincoln, die de slavernij beëindigde, was ‘misschien een uitzondering’. ‘Van alle onbenullige dingen die Trump de afgelopen jaren heeft gezegd, is dit waarschijnlijk het meest absurde’, zei Eric Foner, een van de autoriteiten op het gebied van post-slavernijgeschiedenis. Opstand doet zich vaker voor wanneer losgezongen gedrag van de leider ondraaglijk wordt. Trump lijkt die grens te zijn gepasseerd.

Met het verwerken van de oorlog over slavernij die Amerika voerde van 1861 tot 1865 was het land nog volop bezig. De huidige protesten dwingen weer een volgende stap af. Het United States Marine Corps heeft het gebruik van de confederatievlag deze week in de ban gedaan. Het omstreden standbeeld in Richmond, Virginia van Robert E. Lee wordt waarschijnlijk verwijderd. Een rechter in Richmond heeft dit op de valreep echter tien dagen weten uit te stellen. Het laatste stuk geschiedenis dat de bronzen uitvoering van de generaal die de geconfedereerde staten aanvoerde vooralsnog heeft mogen aanschouwen, is de politie die een groep Black Lives Matter-demonstranten verjoeg met traangas.

Vraag aan Covington waar de protesten over gaan en je krijgt een antwoord dat de afgelopen weken overal in de VS klonk: het voor de zoveelste keer aan de kaak stellen van politiegeweld. Voor een zwarte Amerikaanse man is de kans dat het leven eindigt door ingrijpen van wetshandhavers drieënhalf keer groter dan voor een witte man. Neem de ongeveer twintig miljoen zwarte mannen die nu leven in de VS, ga ervan uit dat de omstandigheden hetzelfde blijven, en één op de duizend zal sterven door toedoen van de politie, zo becijferde een groep onderzoekers van de Rutgers School of Criminal Justice vorig jaar.

Het hele punt van de huidige protesten is natuurlijk dat die omstandigheden veranderen. De oplossing waar de protestbeweging op is uitgekomen is economisch van aard. Verklein het aanbod van agenten, en hun inzet waarbij een te groot aantal gevallen fataal afloopt wordt ook kleiner. ‘Defund the police’ is de leidende slogan van de Black Lives Matter-beweging geworden.

Geld weghalen bij de politiediensten zodat het kan worden aangewend voor onderwijs of sociale projecten is minder radicaal dan het lijkt. De eerste politiedienst betaald uit publieke middelen werd opgericht in Boston in 1838. Daarvoor was het de gewoonte dat gemeenschappen eigen handhaving organiseerden. Met name in de zuidelijke staten werden deze diensten vooral ingezet als patrouilles om slavenopstand te voorkomen en weggelopen tot slaaf gemaakten op te sporen. Nu racisme uit de wet is verdwenen, maar niet uit de praktijk, durft Amerika het experiment met gemeenschapspolitie opnieuw aan. In verschillende steden is dit al succesvol gebleken. Het stadsbestuur van Minneapolis heeft aangekondigd zijn politiedienst te ontbinden en opnieuw te zullen vormgeven.

Politiehervorming is het concrete doel van de antiracismebeweging, maar daarachter schuilt een netwerk van vertakte problemen die de demonstranten in de openbaarheid brengen. Amerika kent een diepe raciale welvaartskloof. Een doorsnee wit gezin in de VS heeft een netto vermogen van ruim 170.000 dollar. Voor een zwart gezin is dat zeventienduizend.

De afgelopen crisisdecennia hebben de kloof alleen maar vergroot. Door de financiële crisis van 2008 slonk de welvaart van zwarte gezinnen bijna dubbel zo hard als die van witte gezinnen. De corona-uitbraak bleek de Afro-Amerikaanse bevolking extra hard te treffen. ‘Ik kan niet anders dan woedend zijn over de cijfers die aantonen dat zwarte mensen disproportioneel geraakt zijn door Covid-19’, schreef Issac Bailey in The New York Times. Racisme had zwarte lichamen al verzwakt voordat het virus toesloeg, constateerde Bailey, ‘en racisme zorgde ervoor dat wij vaker banen hadden waarbij werd doorgewerkt tijdens de pandemie’.

‘Zwart Amerika is armer en zit dieper in de schulden’, zei ook Aaron Covington op straat in D.C. ‘Gerechtigheid betekent dat die verschillen moeten verdwijnen.’ De groep die hij op de been had gebracht was inmiddels verdrievoudigd en vulde de volle breedte van de 16de straat, vierbaans asfalt dat uitkomt bij het Witte Huis. Nieuwe betogers waren onderweg aangehaakt en Covington leidde ze door de straten van D.C. Zijn broer Anthony hield een blauw-oranje paraplu omhoog van Morgan State University in Baltimore, waar Covington afstudeerde in de computerwetenschappen. Om de beurt gaven ze de slogans aan: ‘Black lives matter!’, ‘No justice, no peace!’, ‘What’s his name? George Floyd!’

Om de paar blokken liet Covington de menigte acht minuten en 46 seconden stilhouden, de tijdspanne waarin George Floyd op 25 mei tegen het asfalt werd gedrukt. Op aangeven van Covingtons ‘take the knee’ knielde de menigte op straat. ‘Vandaag bouwen we een voetstuk waarop we allemaal kunnen staan’, riep Covington door zijn megafoon. Hij heeft een gecontroleerde stem, waarmee hij woede en berusting tussen twee zinnen kan afwisselen. Bezweet door de felle middagzon boog hij het hoofd en begon een gebed. Of God ze wilde helpen vol te houden vreedzaam te demonstreren. Covingtons ‘Amen’ werd door honderden stemmen beantwoord.

Vergelijkbare taferelen waren overal te zien waar Black Lives Matter de straat op ging: een gemengd gezelschap, wit en zwart, jong en oud in wat het best te omschrijven is als een communie. In Bethesda, Maryland legde een groep demonstranten een collectieve gelofte af, zo luid als het ging door hun mondkapjes heen. Ze beloofden onder meer ‘om mijn zwarte buurman net zo lief te hebben als mijn witte’ en niet te zwijgen over racisme. In Asbury Park, New Jersey, knielden demonstranten en politieagenten samen neer, legden de armen over elkaars schouders en baden een Onze Vader.

Voor sommigen waren deze rituelen een vorm van openbare kerkgang, gretig omarmd door gelovigen die hun gebedshuizen vanwege de corona-uitbraak al wekenlang niet meer vanbinnen gezien hadden. Voor de niet-kerkelijke demonstranten vloeide de boosheid over raciale achterstand samen met de rituelen die de kerk in pasklare vorm heeft klaarliggen: samenkomst, gezamenlijke taal en belijdenis. Michael Tracey, een journalist die verslag deed van de protesten, zag in het knielen en scanderen ‘een nieuwe uitdrukking van seculiere, burgerlijke religie’. Shadi Hamid, onderzoeker bij het instituut Brookings, had het over ‘de kerk van woke’. Beiden bedoelden het als kritiek op een politieke beweging die zich door geloof liet kapen.

Maar of de Black Lives Matter-protesten verdrongen worden door religieuze rituelen of er een natuurlijke symbiose mee aangaan, is misschien niet de juiste vraag. Geloof en antiracisme raken elkaar omdat ze dezelfde fundamentele vragen centraal stellen: wat is rechtvaardigheid? Wat is de verantwoordelijkheid van de geprivilegieerde mens voor zijn naasten? De vraag ‘wat is het doel’ is dan misschien niet de juiste. Niemand vraagt een misganger wat de volgende stap is als hij de kerk verlaat. Het gaat om het ritueel, niet om waartoe het leidt.

‘We hebben er genoeg van om steeds weer te zeggen dat we er genoeg van hebben’

En dat is belangrijk in Amerika dat ‘het geloof in al zijn instituties is kwijtgeraakt’, zoals Yuval Levin, verbonden aan het American Enterprise Institute, schrijft in zijn boek A Time to Build. Er is volgens hem diepe behoefte aan nieuwe verbanden waar een individu zich aan kan overgeven. De conservatieve Levin oppert bestaande instituties zoals familie, politiek en onderwijsinstellingen. De antiracismebeweging biedt plotseling het type verbinding waarvan een groot deel van Amerika betreurt dat het verdwenen is.

Demonstranten bij het Lincoln Memorial, Washington D.C., 6 juni © Roberto Schmidt / AFP / ANP

En zoals bij elk nieuw verbond staan er voorgangers op. Aaron Covington is daar een van. ‘Ik zoek geen rol als leider op’, zei hij. ‘Maar als mijn pad daarop uitkomt, keer ik ook niet om.’ Hij vertelde dat het volgens hem volstrekt logisch is een gebed op te zeggen tijdens het demonstreren. ‘Bidden verbroedert’, zei hij.

Het doel van zijn mars was het Lincoln Memorial. De trappen van het monument waar Martin Luther King op 28 augustus 1963 zei dat hij droomde van de dag waarop Amerika zijn belofte van gelijkheid zou waarmaken, waren nu in beslag genomen door troepen van de National Guard. Hun aanwezigheid illustreerde de verregaande militarisering van Washington. Straten waren afgezet met gepantserde voertuigen, het Witte Huis werd afgeschermd door bataljons oproerpolitie zonder badge of insigne. Volgens een telling van Bloomberg waren er tijdelijk drieduizend extra ordebewakers in de hoofdstad gestationeerd. Ze waren opgetrommeld door William Barr, de minister van Justitie, die, zo berichtte The Washington Post, had besloten de stad te ‘overspoelen’ met agenten.

Het politieke doel van dit machtsvertoon werd algauw duidelijk. Trump zei een president van ‘law and order’ te willen zijn, en Barr, een trouwe katholiek met een diep geloof in de presidentiële almacht, leverde de benodigdheden om dat imago geloofwaardig te maken. Barr liet demonstranten met traangas verwijderen uit Lafayette Park zodat Trump een foto van zichzelf kon laten nemen bij St. John’s, een Anglicaanse kerk vlak bij het Witte Huis, terwijl hij een bijbel omhooghield.

Toen Barr bevraagd werd over Trumps pr-moment, zei hij dat hij de fotoshoot ‘niet beschouwde als een politieke daad’. De minister van Justitie oogstte brede kritiek, als goedprater van wat in de ogen van velen een duidelijke verkiezingsstunt was. Maar het is aannemelijk dat Barr tot op zekere hoogte meende wat hij zei. In zijn ogen waren de straten van Washington waarschijnlijk een toonbeeld van goddeloze wanorde en vergde ordeherstel een zichtbare verbintenis tussen de hoogste machthebber in de VS en de bijbel. In de dagen daarna liet Barr een hoog zwart hek rondom het Witte Huis neerzetten en vlogen er legerhelikopters over de stad.

Bij de trappen van het Lincoln Memorial stonden de twee groepen die elkaar momenteel bestrijden tegenover elkaar. De anonieme ordebewakers van Barr als symbool van autoritair Amerika tegenover de demonstranten in het kielzog van Aaron Covington. Met verkiezingen in het vooruitzicht tekenden zich ook hier twee toekomstscenario’s af. Amerika kan zich de komende jaren bezighouden met het indammen van politiegeweld en het bestrijden van raciale ongelijkheid. Of het land zet door op een koers waarin alles draait om een president met autocratische neigingen, verschanst in het Witte Huis, met het leger paraat om in te zetten bij protesten.

Voor de presidentskandidaten lijkt dit in ieder geval de inzet van de verkiezingen te worden. Het nieuws verdween in het tumult van de protesten, maar Joe Biden haalde deze week het aantal benodigde gedelegeerden binnen om zijn kandidatuur namens de Democraten veilig te stellen. In zijn toespraken had Biden het over het ‘helen van raciale wonden’ en over de ‘pijn en rouw van gemeenschappen die al lange tijd een knie in de nek hebben’. In ieder geval heeft Black Lives Matter nu al twee dingen bereikt. Ten eerste: de aankomende verkiezingen van een extra contrast voorzien. Wordt het Bidens ‘helen’ of Trumps ‘domineren’? Ten tweede: er is een nieuwe generatie jonge zwarte leiders gevormd.

Aaron Covington vertelde achteraf dat hij wilde bewijzen dat een breed opgetuigde politiemacht niet nodig was. Na een half uur waarin de demonstranten hun leuzen scandeerden bij het Lincoln Memorial maande hij iedereen naar huis te gaan. ‘Bestel je Uber, pak je fiets’, zei hij. ‘Kom zaterdag om twaalf uur terug.’ Het was kwart voor zeven ’s avonds, de avondklok die de burgemeester van D.C., Muriel Bowser, had ingesteld ging over vijftien minuten in. Om zeven uur was het plein leeg.

Ruim duizend mensen gaven gehoor aan Covingtons oproep om zich op zaterdag weer te verzamelen bij het Lincoln Memorial. Covington leende zijn megafoon eerst aan een aantal andere sprekers. Een van hen was Roger Campbell II, een jonge docent computervaardigheden. Hij las voor uit een essay dat hij had geschreven. Daarin vertelde Campbell over hoe hij onder schot werd gehouden toen de politie hem op een avond uit zijn auto haalde. ‘Iedere jonge zwarte Amerikaan voert op een gegeven moment “het gesprek” met zijn ouders’, zei hij. ‘Daarin krijgen we te horen dat hoever we het ook schoppen, we altijd in eerste instantie als een zwart of bruin persoon zullen worden gezien.’

Campbell oogstte applaus, waarna Aaron Covington zijn paraplu opstak en de menigte wegleidde bij Lincoln. Die dag werd het voorlopige hoogtepunt van de protesten in Washington D.C. Op last van burgemeester Bowser was de National Guard uit Washington vertrokken. Er waren naar schatting tienduizend demonstranten op de been. Vernielingen bleven uit. Er werden nul arrestaties verricht.

De mars met Covington aan het hoofd leidde eerst naar het Witte Huis, waar een stuk van de 16de straat door Bowser was omgedoopt tot Black Lives Matter Plaza. De presidentiële ambtswoning grenst nu bijna direct aan een stuk straat vernoemd naar de protestbeweging die zichzelf vertegenwoordiger van een alternatief voor het huidige Amerika heeft gemaakt.

In onder andere Parijs en Berlijn gingen diezelfde dag ook grote groepen mensen de straat op. De afgelopen jaren hebben voor velen in het teken gestaan van afbreuk van Amerika’s reputatie en het verlies van Amerikaans leiderschap in de wereld. Maar als het gaat om een beweging tegen racisme op gang brengen, doet Amerikaans voorbeeld blijkbaar nog steeds volgen.

Savannah Jackson liep die dag samen met twee jeugdvrienden achter Covington aan. Ze is 27 en werkt bij een uitgeverij in New York. ‘We zijn hem gevolgd over bruggen en door tunnels’, zei ze. Jackson was blij dat Covington het voortouw nam. ‘Hij spreekt doelgericht en weet wat de mensen nodig hebben.’ Jackson vertelde dat ze niet naar de kerk gaat, maar het bidden en Covingtons christelijke retoriek waren zeer welkom. ‘Het brengt mensen samen’, zei ze.

Eindhalte die zaterdag was het monument voor Martin Luther King, een metershoog beeld van wit graniet. De groep die Covington had meegevoerd nam plaats op het gras en de stenen. ‘Dit is heilige grond’, sprak hij. ‘Vandaag hebben we laten zien dat we er genoeg van hebben om steeds weer te zeggen dat we er genoeg van hebben. Onderdrukking is een diepgeworteld monster dat we langzaam aan het uitroeien zijn.’

Voor de tweede keer in een week toonde Aaron Covington dat het niet alleen belangrijk is om mensen op de been te brengen, maar ook om ze op het juiste moment naar huis te sturen. Hij herhaalde nog een keer de woorden die de hele dag versterkt uit de megafoon hadden geklonken, ditmaal op zachte toon. De menigte wist wat er van haar verwacht werd en antwoordde sereen: No justice, no peace. Amen. Iedereen stond op en vertrok. ‘Vandaag demonstreren we, morgen gaan we stemmen’, viel te lezen op een van de protestborden die werd achtergelaten.