Nucleaire luchtkastelen

TOEN KONINGIN Juliana op 26 maart 1969 in Dodewaard overging tot de officiële opening van ‘s lands eerste kerncentrale, trok ze - naar verluidt per ongeluk - een regelstaaf uit de ingewanden van de installatie.

Onmiddellijk ging groot alarm en de centrale moest worden stilgelegd. Daarna is het eigenlijk nooit meer goedgekomen met de kernenergie in Nederland. Het was een grote lijdensweg voor de mannen van het eerste uur, honderd procent overtuigd als zij waren van de absolute schoonheid van hun nucleaire project.
Berichten over lekkages van radioactief materiaal stimuleerden de toch al breed levende weerstand tegen kernenergie. De centrale van Dodewaard werd jarenlang belegerd als een middeleeuws kasteel. De mobiele eenheid verdedigde het begin jaren tachtig met een mengsel van traan- en braakgas. Talloze BVD-spionnen begaven zich naar de tentenkampen van de actievoerders. Uit de gelederen van D66 werd jhr. De Brauw bereid gevonden om zich aan het hoofd te stellen van een ‘Brede Maatschappelijke Discussie’ over het lot van de atoomenergie, maar ook dit hielp niet. De Nederlanse atoombedrijfstak zat in het verdomhoekje en de medewerkers wisten het maar al te goed. Ze vielen terug op een ijzig cultuurpessimisme over het onvermogen van Otto Normalverbrauch om de high tech-finesse van de geboden waar in te zien en verheugden zich alvast op de verre toekomst, als de Nederlandse aardgasbel eindelijk was opgestookt.
NIETTEMIN begonnen er al vroeg twijfels binnen het atomaire kamp te rijzen. Bij het Reactor Centrum Nederland (RCN) te Petten, alwaar een experimentele reactor was verrezen bij wijze van samenwerkingsverband tussen wetenschap, bedrijfsleven en de overheid, was het ingenieur Dirk Nolson die al vroeg in de jaren zeventig overliep naar het andere kamp. Nolson werkte als informant mee aan de nucelaire protestroman Bloed (1972) van provo Roel van Duyn, een gruwelijke aanklacht die talloze middelbare scholieren definitief in het kamp der anti’s trok.
In een pamflet dat achterin de roman werd afgedrukt, wees Nolson erop dat de integere en vredelievende wetenschappelijke uitgangspunten van het nucleaire onderzoek in Nederland in een jacht op instant financieel resultaat waren verruild voor een duister programma waarin militaire doeleinden opeens wel tot de mogelijkheden behoorden. Volgens Nolson was de wetenschappelijke objectiviteit bij het RCN ver te zoeken. Ook hekelde hij de gang van zaken rondom Nederlands enige echte kerncentrale in Borssele in Zeeland: 'De elektriciteitsproducenten hebben maar één doel voor ogen en dat is de verdubbeling van het elektriciteitsverbruik om de tien jaar. Dit gaat zo ver dat wanneer er geen gebruikers van hun energie voorhanden zijn, ze deze gebruikers zelf gaan werven. Voorbeelden hiervan zijn het naar Zeeland sturen van een industrie als Péchiney om de eerste Nederlandse commerciële kernreactor te Borssele van klanten te voorzien en het maken van reclame voor de meest waanzige toepassingen van elektriciteit, zoals tuinverlichting.’ Nolson bekocht zijn 'verraad’ met ontslag op staande voet.
Het maakte het imago van de kernenergie er niet florissanter op. De ramp in Tsjernobyl, tien jaar geleden, deed de rest. De omwonenden van Dodewaard kregen een aanbod van de regering om bij geval van radioactieve lekken onmiddellijk jodiumtabletten op te halen. Dat zou de vergiftigingsverschijnselen tegengaan. Het was geen daad waarmee het vertrouwen in de atoomindustrie merkbaar verbeterd werd.
TWEE WEKEN GELEDEN besloot de exploitant van Dodewaard, de Samenwerkende Elektriciteits Produktiebedrijven (SEP), er het bijltje bij neer te gooien. De SEP kondigde de aanstaande sluiting van de centrale aan. Ook voor Borsele lijken de dagen geteld. Ingewijden in de gesloten wereld van de Nederlandse atoomlobby stellen dat het hier een staaltje blufpoker van de SEP betrof. Door de dramatische en plotselinge aankondiging van de ontmanteling van Dodewaard beoogde men een schokeffect bij de overheid te bewerkstellingen, zo luidt de theorie. Het kabinet zou wakkerschrikken uit zijn jarenlange nucleaire winterslaap en zich stante pede herinneren dat atoomenergie wellicht de oplossing is voor de heden ten dage zo hoog oplopende CO2-problematiek.
Maar het tegendeel gebeurde. De ministers Wijers en De Boer namen notie van het SOS-signaal van de SEP en gingen over tot de orde van de dag. Een paar dagen eerder waren Kok en Wijers nog aangenaam verrast door de vondst van een nieuwe gasvoorraad in de Waddenzee. Nederland zit tot minstens de helft van de volgende eeuw op rozen wat betreft energie. Dus waarom nu het electoraat doen opschrikken met hernieuwd nucleair elan? VVD-fractieleider Bolkestein sprak de geruststellende woorden dat er wat hem betreft de eerstkomende dertig jaar niet aan kernenergie hoeft te worden gedacht.
Experts houden nu een aanstaande sluiting van Borsele tot de zeer reële mogelijkheden. Een gewezen lid van de Nederlandse kernenergiebedrijfstak, die door alle actuele ontwikkelingen prijs stelt op anonimiteit, meent dat de verantwoordelijkheid voor het mislukken van de Nederlandse atoomlobby grotendeels aan de onderzoekers te wijten is: 'Ze hebben zich altijd veel te graag in de hoek van de slachtoffers laten drukken. Ze lopen nu al twintig jaar te dreinen, maar ondernamen niets om het tij te keren. Iedereen dacht: we hebben een vergunning, dus het is veilig. Nooit werd de creatitiveit aangewend om nieuwe, elegantere modellen te verzinnen. Wat was er met de autoindustrie gebeurd als de uitvinders ervan genoegen hadden genomen met het eerste model, met die lawaaierige knalpotten? Niets natuurlijk. Met kernenergie is men in het eerste idee blijven steken. Dan moet je ook niet vreemd opkijken als je op een gegeven moment door helemaal niemand meer wordt gesteund.’
AD LANSINK, parlementariër voor het CDA, ziet het verdwijnen van de Nederlandse atoomdroom met lede ogen aan: 'Het is een grote energiebron met maar één bezwaar: het afval. Maar afval heb je sowieso. Nederland zal nu slecht aftekenen tegen andere Europese landen die wel kernenergie hebben, en zal afhankelijk zijn van deze landen. Tijdens de hoorzitting van de klimaatcommissie is gebleken dat kernenergie wel degelijk een optie is. Frankrijk draait voor tachtig procent op kernenergie en daar is de CO2-uitstoot flink verminderd. Windmolens zijn geen optie in Nederland, want daar zijn zesduizend molens voor nodig en daar is eenvoudigweg de ruimte niet voor. Nederlands stroominvoer komt voor vijftien procent uit Frankrijk, kernenergieland. Dat is de hypocrisie. CDA en VVD vinden het betreurenswaardig dat kernenergie van de politieke agenda verdwijnt, maar er valt geen kamermeerderheid meer voor te behalen omdat in Nederland nou eenmaal die negatieve sfeer om kernenergie hangt. Bolkestein? Die zegt alleen wat de bevolking wil horen. Zijn woordvoerders hadden eerder laten weten dat zij voor kernenergie waren. Ik lig er geen nacht van wakker dat die centrale dicht gaat, alleen de hypocrisie die stoort me. Het terugdringen van de CO2-uitstoot in Nederland is op deze manier gewoon niet haalbaar en daar moet de politiek eerlijk in zijn.’
Nucleaire energie als laatste redmiddel tegen het broeikaseffect? Het was zo'n beetje de laatste hoop van de Nederlandse atoomlobby. In de Tweede Kamer werd dit jaar op 16 september een rapport van de commissie-Van Middelkoop gepresenteerd over de wijze waarop klimaatverandering als gevolg van het broeikaseffect kon worden bestreden. Daarin werd kernenergie 'op zichzelf een effectieve energiebron’ genoemd, 'indien uitsluitend beoordeeld op het aspect van de subsitutie van kooldioxide’. Bij de debatten over de klimaatverandering, die deze week in de Tweede Kamer beginnen, zou dus toch nog een lans voor een nieuw kernenergieprogramma gebroken kunnen worden.
De anti-kernenergiegroep, Stichting Laka te Amsterdam, probeerde deze ontwikkeling begin deze maand te keren. Laka kwam met een notitie over de onmogelijkheid de uitstoot van kooldioxide te beperken. De uraniumvoorraad is eindig, benadrukt Laka; kernenergie is zeker geen eindeloze energiebron. En de kweekmethode, dat wil zeggen de verrijking van uranium, is volgens Laka mislukt. Bovendien is er wel degelijk CO2 uitstoot bij kernenergie, al is het indirect. Dit is te wijten aan de bouw van kerncentrales en de verwerking van uranium. De uranium die gewonnen wordt zal steeds armer zijn en er moet dan steeds meer energie gebruikt worden om eenzelfde hoeveelheid bruikbaar uranium te produceren. De totale uitstoot van CO2 door kernenergie bij deze armere uraniumertsen is dan vergelijkbaar met die van een met gasgestookte warmte krachtinstallatie.
Robert Jan van den Berg van Laka: 'Het zou me niets verbazen als Borsele dit jaar nog dicht gaat. Elektriciteit zal namelijk steeds meer op de vrije markt verhandeld worden.’ Het EPZ (Energie Producenten Zuid-Nederland) en de SEP hebben weliswaar 470 miljoen gulden uitgetrokken voor 'modificering’ van Borsele, maar dit lijkt een nogal onrendabele investering. Borsele heeft namelijk tien jaar nodig om winstgevend te worden. En dat is te lang.
Van den Berg wijst op nog iets. Momenteel is het asbestbedrijf Beyer bezig met de ontmanteling van het Nationaal Instituut Kern- en Hoge Energie Fysica (NIKHEF) in de Amsterdamse Watergraafsmeer. 'Hier is goed te zien wat er zoal mis kan gaan bij het ontmantelen van met radioactiviteit besmette gebouwen’, aldus Van den Berg. Laka heeft aan de buitenzijde van het gebouw metingen verricht. De radioactieve straling was er honderd maal hoger dan de norm. Ook het afbikken van het radioactief besmette beton binnenin het gebouw blijkt niet zo gemakkelijk te gaan. De radioactiviteit zit veel dieper in het beton dan werd aangenomen. Beyer moet dus met meer personeel en materieel komen om het project geklaard te krijgen. De firma Beyer ontkent gewoon: welnee, van hoge radioactieve straling is geen sprake, het wordt allemaal overdreven, van het inschakelen van meer personeel en materieel is ook geen sprake.
ROEL VAN DUYN profeteerde het al in zijn eerder aangehaalde roman Bloed: 'Er is maar een werkelijke oplossing en dat is de rechtstreekse exploitatie van zonne-energie. Dat is heel goed mogelijk. Er is slechts voor nodig dat de duizenden technici die zich nu met atoomenergie bezighouden, overschakelen naar de bestudering van de techniek van de winning van zonne-energie. Dit moet mogelijk zijn.’
Dat moment lijkt nu daar. Tenminste, Jos Beurskens, hoofd van de ontwikkeling van duurzame energiebronnen bij het Energie-onderzoek Centrum Nederland te Petten (het vroegere Reactor Centrum Nederland), ziet de aandacht voor zijn werk de laatste jaren aanzienlijk groeien. 'Vroeger, toen de nucleaire tak hier nog voorop stond, kreeg ik weleens het idee dat wij alleen maar werden geduld uit pr-overwegingen. Tot aan de oliecrisis leek er helemaal geen noodzaak te bestaan om dit soort energiebronnen te onderzoeken. Dat is nu wel anders.’
De techniek van de zonne-energie komt oorspronkelijk uit de ruimtevaart. De techniek is inmiddels zo ver gevorderd dat het volgens experts mogelijk is heel Nederland van energie te voorzien als een gebied met een totale oppervlakte van niet meer dan de provincie Utrecht wordt voorzien van installaties met zonnecellen. Je zou het niet zeggen, maar in Nederland is de energie van de zon op jaarbasis per vierkante meter toch nog bijna de helft van die in de Sahara. Daar kunnen heel wat zonnepanelen van draaien. Als de Nederlandse regering vanaf het eerste uur een percentage van de miljardenwinsten op het aardgas had gebruikt voor de ontwikkeling van zonne-energie, had de natie in de volgende eeuw helemaal niet afhankelijk hoeven te worden van de Franse atoomstroom, is de theorie.
Het grote probleem nu is dat zonne-energie zeven tot acht keer zo duur is dan 'gewone’ stroom. Beurskens: 'Dat is het probleem waar we keer op keer op stuiten: men wil van ons produkt de kwaliteit van een Rolls Royce, maar voor de prijs van een lelijk eendje. Dat is voor ons ook een enorme uitdaging.’
Vandaar dat het vooralsnog bij kleine experimenten blijft. In Heerhugowaard staan tien eengezinswoningen met zonnepanelen op het dak, in Amersfoort een wijk met honderd, en in Amsterdam-Zuid een wijk met zeventig woningen met een zonnedak. Die draaien geheel op eigen energie. Kosten: 70.000 gulden per dak. Een hoog bedrag, maar als het de mensheid helpt een situatie te creëren waarbinnen het mogelijk is dat tot in de eenentwintigste eeuw gewoon ademgehaald kan worden, dan moet die financiële hobbel toch op een of andere manier genomen kunnen worden? Het meeste succes heeft zonne-energie vooralsnog in landen als Indonesië, India en Brazilië, waar kleine autonome zonnepanelen worden aangebracht in dorpen waar helemaal geen elektriciteit beschikbaar is.
Kortom: de techniek is volop aanwezig, nu alleen nog de politieke en economische bereidheid om het verder te ontwikkelen. Beurskens is voorzichtig optimistisch: 'Er ligt een scenario van Shell waarin wordt berekend dat tegen het jaar 2000 twaalf procent van de mondiale energiebehoefte gedekt kan worden met nieuwe duurzame energiebronnen. Dat is nu drie procent. Als je de grootschalige waterkracht en het gebruik van hout in ontwikkelingslanden meetelt, komt dat percentage in 2020 op dertig procent, tegen zeventien nu.’
VOOR WINDENENERGIE is de toekomst al even goudgerand. Binnenkort, zo vertelt Beurskens, zal er ergens op een zandbank in de Noordzee worden begonnen met de aanleg van grote windmolens. 'Het grote probleem met windenergie is, dat zoveel mensen het horizonvervuiling vinden. Er lijkt op land een beperkte plaats voor de molens te bestaan, al is slechts 4,5 procent van Nederland bebouwd, inclusief het wegenstelsel. Dus er zal voor de kust moeten worden gewerkt.’
'Noodzakelijk is dat de diverse duurzame bronnen in combinatie met energiebesparende maatregelen worden ingezet’, aldus Beurskens. Daarbij komt nog het knelpunt dat je bij duurzame energie altijd een back-up nodig hebt. Het kan windstil zijn, of de zon schijnt minder. Wanneer je de beide bronnen samen gebruikt valt een groot deel van de problemen te reduceren.
Trots laat Beurskens zijn eigen kantoorgebouw zien. De zonnepanelen op het dak schitteren, de windmolens een paar meter verderop slaan met hun wieken. Verderop staat de experimentele reactor van het complex, eigendom van de Europese Commissie, als monument van een afgesloten tijdperk. In de hal wijst Beurskens op een elektronisch bord. Daar staat precies op hoeveel energie de zonnepanelen bijdragen aan de gehele energieproduktie. Ook valt er op het bord te lezen hoeveel er in guldens bespaard en hoeveel CO2 uitstoot er vermeden is. Diverse lampjes geven aan hoeveel zon er op dat moment is.
Buiten gekomen zegt Beurskens lachend dat het ECN toch wel een heel grote slag heeft gemaakt ten faveure van duurzame energie. Ook voor hem kwam het nieuws van de sluiting van Dodewaard zeer onverwacht. 'Ik zou niet graag in de schoenen staan van mijn collega’s op de afdeling nucleaire energie. Ik ben niet tegen kernenergie, maar ik vind wel dat je er op de juiste manier mee om moet gaan. De problemen die erbij komen kijken worden nogal eens gebagatelliseerd.’
Maar of de collega’s van de atomaire afdeling te Petten het werkelijk hebben opgegeven? Ze lijken nog wat voor ons in petto te houden. Nog afgelopen zaterdag kwam het bericht naar buiten over een onderzoek in Petten naar de mogelijkheid van minikernreactoren die met behulp van 'biljartballen en uraniumgruis’ energie zouden produceren. Die centrales zouden superveilig zijn en de energiebehoefte van zeven steden ter grootte van Alkmaar kunnen dekken. Voor de nieuwe uitvinding is zelfs al een naam bedacht: de 'huis-, tuin-, en keukenreactor’. De Nederlandse atoomtak vecht door, tot de laatste snik.