Nederland is ook van Pakistaanse markten thuis

Nucleaire verkenners

Door een beroerd exportbeleid hielp Nederland indirect Pakistan, Zuid-Afrika, Brazilië en wellicht Noord-Korea bij de productie van een eigen kernbom. We zijn dan niet zo gek om kant en klare splijtstoffen te leveren, maar verder zijn we van alle markten thuis.

«Waarom wilt u het verleden oprakelen?» zegt een geërgerde ingenieur Henk Slebos, oprichter en enig aandeelhouder van Slebos Research BV in het Noord-Hollandse St. Pancras. «Ik doe tegenwoordig zaken in heel Azië, maar niet in Pakistan. Ik heb niets te verbergen en ik ga niet eens in eigen persoon naar dat symposium. Ik heb het alleen maar gesponsord. Dat is toch niets bijzonders?»

Het programma van het achtste International Symposium on Advanced Materials (Isam) van 8 tot 11 september in het Holiday Inn in Islamabad oogt inderdaad niet bijzonder. De website (www.krl.com.pk/isam2003) van het symposium bevat een brave oproep tot een «langlopende dialoog» en «gezonde technische samenwerking» tussen experts uit de hele wereld. Het organiserend comité vraagt de deelnemers beleefd om papers over geavanceerde metaalbewerking, koeltechnieken, slijtagedetectie en de ontwikkeling van materialen voor toepassing in «nieuwe technologieën en lichtgewicht structuren». Voor hun partners is een uitnodigend excursieprogramma samengesteld naar de «grazige heuvels» van Galliat en de «spectaculaire» Khunjerab Pas op de grens met China.

Een uitstapje naar de nucleaire opwerkingsfabriek in Kahuta is niet voorzien, hoewel dat beslist spectaculair en bovendien toepasselijk zou zijn. De organisatie van het symposium is namelijk in handen van Dr. A.Q. Khan Research Laboratories (KRL), genoemd naar de metallurg en atoomspion Abdul Qaseer Khan door wiens inspanningen Pakistan in de afgelopen twintig jaar de «islamitische atoombom» verwierf.

De «beschermheer» van het symposium is niemand minder dan Abdul Khan zelf. Hij is weliswaar in 2001 onder Amerikaanse druk ontheven van zijn directeurschap van het instituut, maar Khan is in Pakistan een nationale held en president Musharraf benoemde hem bij wijze van genoegdoening tot persoonlijk adviseur. Sindsdien treedt hij onverminderd op als «deken» van alle militair-wetenschappelijk onderzoek in Pakistan.

Het organiserende comité is een line-up van Pakistaanse nucleaire experts, raketontwerpers en andere bij het Pakistaanse militaire onderzoek betrokken experts. Symposium-secretaris Javed Mirza bijvoorbeeld, is de huidige directeur van KRL. Hij was de afgelopen jaren nauw betrokken bij de ontwikkeling van raketgeleidingssystemen, met name voor de door Pakistan ontwikkelde Baktar Shikan antitankraket waarvoor hij een digitaal controlesysteem met behulp van nachtzichtapparatuur ontwierp. Anjum Tauqir, een ander lid van het organiserende comité, is metaalkundige (hij ontwierp onder meer een tankkanon) en verricht voor het KRL materiaalstudies in opdracht van de Pakistaanse luchtmacht en marine.

Voor sommigen van hen is Henk Slebos geen onbekende. Dat geldt om te beginnen voor zijn oude studievriend Khan, die tegelijk met Slebos in de jaren zestig metallurgie studeerde aan de Technische Hogeschool in Delft. Zoals bekend moest Khan, die na zijn studie werkzaam was bij het Fysisch Dynamisch Onderzoekscentrum in Amsterdam, in 1975 in allerijl naar Pakistan uitwijken. Hij was betrapt op het kopiëren van staatsgeheime procédés voor de verrijking van uranium in het Almelose Ultracentrifugeproject van het Brits-Duits-Nederlandse consortium Urenco. Bij het opzetten van zijn eigen ultracentrifugeproject in Pakistan beschikte hij over een lijst met toe leveranciers van Urenco waaruit hij jarenlang ongestraft kon putten. Zo leverde het Nederlandse bedrijf Van Doorne’s Transmissie honderden voorgevormde rotoren voor de gascentrifuges die Kahn naar Almeloos voorbeeld in Kahuta bouwde.

Met Slebos deed hij eveneens zaken, en wel op een manier die herhaaldelijk de kranten en ten slotte de rechtszaal haalde. In 1978 richtte Slebos zijn boven genoemde bv op, met als bedrijfsomschrijving onder meer «het verrichten van research en ontwikkeling op het gebied van materialen, materiaal verbindingen en materiaalkeuze ten behoeve van apparaten voor de chemie, petrochemie, ontziltingsinstallaties, meubelindu strie en zonnecollectoren, alsmede import en groothandel van wijn, kunstmest, suiker en diepgevroren kippen». Dat zijn handel zich allerminst beperkte tot diepgevroren kippen bleek in 1985 toen hij tot een jaar cel werd veroordeeld wegens de verboden levering van een breedbandoscilloscoop aan Pakistan.

In 1998, het jaar waarin Pakistan zijn eerste ondergrondse kernproef uitvoerde en de westerse wereld reageerde met tal van nieuwe exportverboden, deed Slebos opnieuw van zich spreken. De economische controledienst van het ministerie van Economische Zaken onderschepte in Nederland, België en Oostenrijk een vijftal zendingen van de firma’s Slebos Research en Bodmerhof (eveneens een eenmans-bv’tje van Slebos) die bestemd waren voor Pakistan.

Het ministerie zweeg over de precieze aard van de leveranties, maar staatssecretaris van Economische Zaken Dok-Van Weele zei in antwoord op kamervragen dat het ging om zogenaamde dual use-goederen die op het punt stonden te worden verscheept zonder garantie van de Pakistaanse overheid dat het eind gebruik vreedzaam was. Aangezien Slebos er nadien geen vergunning voor aanvroeg, ligt het voor de hand dat hij de zendingen heeft teruggetrokken.

Je zou denken dat Slebos zijn les nu wel heeft geleerd en voorlopig geen zaken meer wil doen met het Pakistaans militair-industrieel complex. Heeft een recente uitspraak van de minister van Buitenlandse Zaken hem misschien op andere gedachten gebracht? De Hoop Scheffer schreef in een brief van 7 juli jongstleden aan de Tweede Kamer dat het wapenexportbeleid ten aanzien van India en Pakistan «enigszins» zou worden «aangepast». Nederland verleent in principe weer goedkeuring voor after sales-leveranties, reparaties en de verzending van reserveonderdelen. Ook voor nieuwe goederen zou binnenkort een «minder restrictief beleid» kunnen gaan gelden.

En als Slebos het symposium sponsort, doet hij dat toch zeker om klanten binnen te halen? «We find hard to get objects for customers all over the world», luidt de wervende slogan op zijn website. Biedt hij zich wellicht in Islamabad aan om het kunstje uit 1998 nog eens te herhalen, ditmaal met toestemming van de Nederlandse overheid? «Welnee, waar bemoeit u zich mee?» bromt Slebos. «Als ik het jongenskoor van St. Pancras subsidieer stelt u toch ook geen rare vragen?» Dat klopt, maar het laboratorium van Abdul Khan is dan ook geen jongenskoor. Slebos: «U doet maar, ik laat me niet uit mijn tent lokken.»

Slebos’ sponsorschap van het Pakistaanse symposium lijkt een onbelangrijke kwestie, maar het is een teken aan de wand. Het Nederlandse exportbeleid heeft niet voor niets een beroerde voorgeschiedenis dankzij de Urenco-affaires en andere «lekken» waardoor Nederland indirect Pakistan, Zuid-Afrika, Brazilië en wellicht ook Noord-Korea hielp bij de productie van een eigen kernbom. De Pakistaanse president Benazir Bhutto sloot in de jaren negentig namelijk een geheim akkoord met Pyong yang voor de ruil van Noord-Koreaanse rakettechnologie tegen Pakistaanse kennis van het Almelose gascentrifugeprocédé.

We zijn niet zo gek om kant en klare splijtstoffen te leveren, maar verder zijn we van alle markten thuis. Wanneer een conflictgebied in het nieuws komt trekken we de exportteugels aan, maar korte tijd later vieren we ze weer om business as usual te bedrijven.

Individuele academici en technici zoals Slebos en zijn voormalige hoogleraar Martin Brabers, eveneens lid van het comité van aanbeveling van Isam, doen dienst als verkenners. Zodra de kust veilig is, volgen de gerenommeerde bedrijven in hun voetspoor.

Een goede kanshebber is ingenieursbureau Gemco International, een van de vele bv’s van ingenieur Johannes van Gemert uit Eindhoven, wiens dochterbedrijf Gemco Pakistan eveneens het symposium in Islamabad sponsort. Gemco is gespecialiseerd in metaalbewerking en machinebouw en wereldwijd betrokken bij het onderhoud en de technische beveiliging van kernenergiecentrales en de levering van mobiele laboratoria en besturingssystemen. Voor zover bekend heeft Gemco aan Pakistan tot nu toe slechts mobiele opleidingscentra voor monteurs geleverd, maar voor discrete leveranciers is de militaire industrie in Pakistan beslist een groeimarkt.

Bij het eerste contact schrikt directeur Tariq Farooq van Gemco Pakistan zich een hoedje. «Staan wij op de sponsorlijst van Isam? Daar weet ik niets van, ik heb in elk geval geen geld overgemaakt.» Na enig aandringen geeft hij toe dat zijn bedrijf de zevende Isam (in 2001) heeft gesponsord en dat hij ook ditmaal een bijdrage overweegt. «Dat hangt af van de vraag welke deelnemers er komen. Het moet voor ons commercieel aantrekkelijk zijn. Ik vind het geen punt dat de organisatoren volop betrokken zijn bij militair onderzoek. Dit is een puur wetenschappelijk symposium, het is van het grootste belang voor de ontwikkeling van de landbouw.»

De landbouw? Is die gebaat bij hoogwaardige metaalbewerking voor lichtgewicht structuren? Farooq schiet in de lach: «U moest eens weten hoe geavanceerd de Pakistaanse landbouw is.»