Nul voor taal

Mijn eerste zin in het Nederlands leerde ik, als ik me niet vergis, in 1972 op een Spaans strand. Die jongen uit Almelo had veel succes bij de Franse meisjes. Lang, blond haar en een pakje Samson binnen handbereik. Ik geloof zelfs dat hij iets met mijn zus heeft gehad.

De klanken waren een beetje ruw maar hadden desondanks iets exotisch. Ik oefende, kauwde methodisch op die eerste pareltjes uit Noord-Europa totdat ze soepel uit mijn mond rolden: ‘De kut is ongesteld.’ Daarna volgden vanzelfsprekend 'godverdomme’ en, meer verrassend, 'loop naar de hel’. Fascinerender en een tikkeltje absurd was het volgende semantisch obstakel dat ik weg moest nemen: 'De kat krabt de krullen van de trap.’ Een jaar en een paar Vlaamse en Nederlandse meisjes later kocht ik voor 250 francs mijn eerste Nederlandse taalboek met bijbehorende grammofoonplaten. Een archaïsch werkje vol hilarische zinnen: 'het gras is zo schitterend groen’, 'schiet wat op, zeg!’ of 'ik ben moe je te zien’. Dat laatste was zo betoverend en door mij zo vaak luidkeels in de woonkamer gedeclameerd dat op een gegeven moment het hele gezin het kon brabbelen. Na een eerste bezoek aan Nederland in 1973 keerde ik huiswaarts met een vracht aan echte juweeltjes: 'als de rook om je hoofd is verdwenen’, 'zo te sterven op het water met je vleugels van papier’ en het mooiste natuurlijk: 'daar zeilde op de Noordzee, de Noordzee wijd en koud’. In één klap werd Boudewijn wereldberoemd op het Lycée Vauvenargues van Aix-en-Provence. Ik heb nu een relatie van zevenentwintig jaar met het Nederlands. Geen huwelijk maar een echte innige verhouding gebaseerd op wederzijds respect. De slippertjes zijn ontelbaar, maar desondanks geloof ik dat we van elkaar zijn gaan houden. Deze liefdesgeschiedenis is vooral bijzonder omdat hij zich in een zeer vijandige omgeving heeft moeten ontwikkelen. In Nederland dus. Het land dat haar eigen taal stelselmatig uitkotst, verkracht of vertrapt. Het land dat zich diep schaamt voor haar idioom en dus haar identiteit. De bakermat van de cultuurbarbaren die onmiddellijk met steenkolenengels op je terugschieten zodra ze het geringste buitenlandse accent in je stem menen te ontwaren. De poel des verderfs waar ooit een minister van Onderwijs het idee opperde om op de universiteiten het Engels als voertaal te gebruiken. Nederland, het open riool waar een paar jaar geleden een Nederlandse omroep (VPRO) een Nederlandse serie met Nederlandse acteurs (Hofmans honger) in het Engels liet opnemen. Het vaderland van het defaitisme waar Duitse toeristen niet eens de moeite meer nemen zich te verontschuldigen alvorens in hun eigen taal direct te ratelen. De vuilnisbak van de naties met zoveel zelfhaat, zelfspot, verachting voor eigenheid dat alleen een gek hier zou willen integreren. Nergens in Europa vind je zo veel jonge allochtonen die niet in staat zijn twee goed lopende zinnen achter elkaar uit te spreken in de taal van het land waar ze zijn geboren. Om ons heen woedt een gigantische brand, maar er gaat nog steeds geen alarmbel af. De laatste daad van hoogverraad is door de pyromanen van de NOS gepleegd. Deze vijfde colonne heeft op een totaal ondemocratische manier besloten geen Nederlandstalig liedje te selecteren voor de voorrondes van het Eurovisie songfestival. Nu mag je natuurlijk best een broertje dood hebben aan dit liedjesfestival. Maar hoe truttig, corrupt en commercieel ook, dit evenement met zijn miljoenen-tv-publiek blijft voor ieder land dat eraan deelneemt een luxueuze vitrine. Maar op 29 mei, in Jeruzalem, zal het Nederlandse winkeltje een armoedig aanzien krijgen. Nederland zal haar gebrek aan zelfrespect en trots wereldwijd tentoonstellen. De NOS is niet alleen een audiovisuele goot vol Judassen, maar ook een broeinest van opportunisme. Daar zeggen ze: 'Het gaat om één ding: dat het uitgekozen lied hoog kan eindigen.’ Om van de 28ste plaats naar de 24ste te klimmen zijn ze bij de NOS zelfs bereid hun broek in een rechtstreekse uitzending te laten zakken of hun moeders aan Menno Buch te verkopen. Op 29 mei gaat mijn tv-toestel op zwart en door het raam zal ik uit volle borst de voorbijgangers mijn bezweringsleus toeschreeuwen: 'De kut is ongesteld.’