Kijken

Nulpunt

Het grote en brutale Tuxedo Junction van Frank Stella is minder abstract dan het lijkt. Een begin van minimal art.

Frank Stella, Tuxedo Junction, 1960. Lakverf op linnen, 310 x 185 cm © Peter Cox, Eindhoven / collective van Abbemuseum

Om te beginnen was het zwarte schilderij Tuxedo Junction van Frank Stella heel groot, dramatisch groot zelfs. Het werd in de loop van 1966 door het Van Abbemuseum verworven. Later dat jaar was het te zien in de tentoonstelling Vormen van de kleur in het Stedelijk Museum. Maar misschien viel het werk van Stella me daar minder op dan bijvoorbeeld de schilderijen van Morris Louis of Kenneth Noland waarvan de kleuren zoveel voller waren. In 1967 heb ik toen Tuxedo Junction intensiever gezien in de ruimere context van Kompas 3 in Eindhoven. Dat was een breed opgezette tentoonstelling over ontwikkelingen die gaande waren in New York. Terecht begon de vertelling met schilderijen van Jackson Pollock – dat hoorde zo want in zijn werk kwam de storm van dat Amerikaanse abstract expressionisme pas echt op gang. Er hing daar van Pollock een groot, breed schilderij waarin we verstrengelingen van vorm zagen hangen van zwart spetterende verf op vaal linnen. Die slierten vorm deden ook denken aan gezichten en bewegende ledematen. In dit prachtige panorama van onstuimige nieuwe kunst was Frank Stella de jongste. Pas 24 jaar was hij toen hij in 1960 Tuxedo Junction maakte. Ik vind het een onweerstaanbaar meesterwerk waarin een radicaal begin op gang komt voor nieuwe versies van abstracte kunst. Het schilderij maakte indruk omdat het groot en brutaal was. De abstracte schilderkunst in Europa is beschouwelijk van karakter en voelt zich meer thuis bij intieme formaten. Bij Mondriaan bijvoorbeeld werkt een beelding beter in de concentratie van een klein beeldvlak. Intussen voel je dat Tuxedo Junction behoefte heeft aan ruimte. Net als Pollock zoekt Stella een wijde expressie. Intussen is het ook de vraag wat abstractie hier nog betekent. Tuxedo Junction is vooral een concreet verloop van kleur op linnen. We zien een toestand van een gebeurtenis die geen fictie is maar werkelijkheid.

De lijnen zijn met de hand geschilderd. De randen ervan trillen

In het schilderij probeert hij geen compositie van ongelijke vormen en geen gebalanceer dus, als bij Mondriaan, van rode, gele en blauwe rechthoeken. Die noemde de meeste van zijn werken compositie. Het was een evenwicht dat je op gevoel moest zien te vinden. Als je dat niet wilt, blijft alleen de symmetrie van gelijkheden over om van blanco oppervlak tot beeld te maken: make it the same all over. Zo ongeveer heeft Stella dat ooit gezegd. Hoewel dat makkelijker gezegd is dan gedaan, kwam hij eind jaren vijftig met dat idee van de streep-schilderijen. Het lag voor de hand de eerste reeks meteen van zwarte verf te maken. Overigens maakt hij schilderijen bij voorkeur op een alledaagse manier, zoals het toegaat bij een gewone huisschilder – met de eenvoudige soorten verf en kwasten die in dat ambacht gebruikt worden. Dat wil ook zeggen dat hij schilderde terzijde van het fijngevoelige en sierlijke kunstschilderen. In de eenvoud van die praktijk was Stella heel bewust bezig met het nulpunt van het schilderen. Hier begon ook minimal art te ontstaan. There are two issues in painting. Zo begon een lezing in 1960. Als je 24 bent weet je alles heel zeker. Uitvinden wat schilderen eigenlijk is en uitvinden hoe je een schilderij kon maken. The first is learning something and the second is making something. Daar is geen speld tussen te krijgen en dat geldt ook voor die verbluffende zwarte schilderijen.

Op twee plekken in Tuxedo Junction, een verticaal formaat van 310 x 185 cm, zien we twee platte ruitvormen in het midden van elk van de twee helften. Die twee vormen zijn het waar het geleidelijk symmetrische verloop van de straffe zwarte lijnen mee begint. De ruitvorm is ongeveer zo breed als de platte kwast van ongeveer negen centimeter die Stella verder doorheen het hele schilderij gebruikt. Hij begon bij de ruitvormen. Daaromheen schilderde hij, symmetrisch, een tweede zwarte lijn met dezelfde kwastbreedte. Tussen de lijnen bleef een draadsmalle ruimte in het strakke linnen. Dan weer en weer: het zijn acht keer zulke omlijningen en dat twee keer – omheen elk van de oorspronkelijke ruitvormen. In het midden tussen die twee patronen gaan de symmetrieën onmerkbaar in elkaar over. We zien dan ook dat er geen ontwerp is maar een eigenaardig onbuigzaam verloop van lijnen. De lijnen zijn met de hand geschilderd. De randen ervan trillen. Het mooist beknopt zijn ze beschreven in een korte tekst van Carl Andre die met Stella in die vroege jaren een atelier deelde: Frank Stella has found it necessary to paint stripes. There is nothing else in his painting. Frank Stella’s painting is not symbolic. His stripes are the paths of brush on canvas. These paths lead only to painting. Misschien zijn die brede strepen ook wel langgerekte smalle vlakken die zich roerloos voortbewegen. Natuurlijk vraagt hun verloop om ruimte. Ook daarom moesten deze schilderijen groot zijn.