Nummer 8 heeft nog wat vragen

De oudere man, jurylid nummer 9, de man in de rolstoel, Ko van den Bosch speelt hem, begint tegen het eind van het juryberaad zijn naakte lijf te beschilderen met de kale lijnen van een skelet.

Medium toneel

Het is een niet-realistisch, verontrustend en naar niets verwijzend toneelteken: enge zwarte strepen op een wit lijf. Hij is de man die als eerste óm ging. Toen het wankelen begon. Van elf tegen één. De elf juryleden vinden de van moord op zijn vader verdachte jongen schuldig. Die ene man tegenover hen is jurylid nummer 8. De man die het niet weet. Die wat vragen heeft. Of dat nog mag?

Het Noord Nederlands Toneel speelt De twaalf gezworenen, het beroemde stuk van de beroemde film uit 1957, met de beroemde Henri Fonda in de rol van ‘nummer 8’. Guy Weizman is uiteindelijk voor de regie gevraagd. Hij is danser, hij heeft een tekstregie gemaakt die eigenlijk een choreografie is. Dansen met woorden en argumenten, met mensen en meubels. Op sterke muziek van Darien Brito. De twaalf ‘boze jongens’ spelen een energieke dans. En een opwindende seizoensvoltreffer.

Spectaculair vanaf het begin, en ook nog eens wonderschoon, is de fysiek gedurfde mise-en-scène, op zwenkende door de acteurs voortbewogen hoge podia. Dat is de openingszet: Bram Coopmans (een groots gespeelde ‘nummer 8’) tegenover de zwalkende rest. Hersenacrobatiek als toneelspelerscircus. Koorddansen zonder net. Gevaarlijk spel met argumenten op steile hellingen, vol val- en struikelrisico’s. Het enige verbale wapen van ‘nummer 8’ is aanvankelijk zijn ontroerende ‘Ik wéét het niet!’ De twijfel versus het gelijk van de straat. Vragen versus de wisse dood. Er staat hier veel op het spel. De inzet is aan alle kanten hoog. Ook esthetisch. Geen vorm of vent hier. Vorm is hier vent. Totale inzet. Geen flauwekul.

De feiten moeten spreken. Veel feiten zijn tijdens de rechtszaak over het hoofd gezien of verkeerd geïnterpreteerd. Dus vormen reconstructies een sterk deel van dit toneelstuk van Reginald Rose. Daarbij gaat het onder meer over de loopafstand van iemand op plaats delict. Bram Coopmans loopt tijdens die reconstructie sur place. Hij verplaatst zich niet. Het complete decor gaat samen met de andere toneelspelers aan de wandel. Het is de vernuftige eenvoud van deze ingreep, die maakt dat je naar iets blijft kijken dat je in de verte bekend voorkomt, maar dat je nog nooit hebt gezien. Althans: nog nooit zo. Ik moest tijdens de voorstelling regelmatig denken aan het constructivistische toneelspelen in de geconstrueerde toneelomgevingen van de Russische theatervernieuwer Meyerhold, in de jaren twintig van de vorige eeuw. Atleten van de ziel.

Uiteindelijk wordt het gevecht beslist op details. Neusjeuk van het brildragende jurylid nummer 4, de taaiste én de redelijkste (Martijn de Rijk). We hebben dan al les gehad in trias politica en in de kern van democratie, van de enige vreemdeling (Jochem Stavenuiter). En we hebben een magistraal gespeeld staaltje racistische ressentimenten achter de kiezen (Rik Witteveen). Het taaie verzet breekt als laatste bij nummer 3: Loek Peters gaat in doodse stilte af. Het staat nu twaalf tegen nul. Er is gestemd voor leven en een beetje recht. Wij halen diep adem. Slot van een grandioze theateravond!


De twaalf gezworenen, Noord Nederlands Toneel. Nog t/m 3 mei door het hele land


Beeld: Reyer Boxem