Toneel

‘O Happy Days’

TONEEL Theatertreffen (2)

BERLIJN – Dorine hoort tot de favoriete personages van de Franse komedieschrijver Molière. In Tartuffe is zij de dienstmeid die alles mag zeggen. De regisseur van dienst heet hier Dimiter Gotscheff (1943), Bulgaar van geboorte. Dorine is hier derhalve een Oost-Europese poetsvrouw met vrije doorgang tot de EU. Met een joviaal ‘Gallo Gauptstadt’ begroet ze het Berlijnse publiek. Haar hart ligt voor op de tong, ze steelt meteen het onze. De familie die ze dient is aan waanzin ten prooi. De waanzin van een godsdienstfanaat, Tartuffe. Met name de pater familias, Orgon, loopt met gebedsmolentjes. Maar niks ten nadele van haar werkgever. Dorine: ‘Mein Boss ist mein Gott und mein Brot.’ Ze versjouwt pakketten met het opschrift ‘Made in China’. Die pakketten blijken munitie te bevatten voor feestkanonnen die minutenlang glitterpapier en slingers over het kale speelvlak spugen. Orgon komt persoonlijk een eind maken aan dit orgastisch carnaval. Weinig subtiel schuift hij over de barokke feestmuziek een verspijkerde versie van het Horst Wessel-lied: ‘Die Fahne hoch, die Reihen fest geschlossen.’ Welkom in de wereld van potentiële fundamentalisten. We zijn een half uur onderweg. En er heeft nog geen regel Molière geklonken.
Molière’s Tartuffe is een toneeltekst die tussen 1664 en 1670 is getroffen door censuur van christelijke fundamentalisten. De religieuze fanaat Tartuffe houdt de kleinburgerlijke familie van Orgon in een wurggreep. Naar verluidt mocht het stuk pas worden opgevoerd toen Molière aan het slot een dienaar des konings introduceerde die de bedrieger ontmaskert en de burgerlijke orde in ere herstelt. Hoe het gewraakte origineel eruit heeft gezien weten we niet meer precies. Gotscheff en zijn team reconstrueerden het uit de documenten. En vanzelfsprekend: zonder happy end. De beker van het bedrog moet tot de laatste druppel worden leeggedronken. Met name Orgon, die in het begin van het stuk samen met de schijnvrome Tartuffe het publiek nog tot een gospel-happening poogt te verleiden (‘O Happy Days!’) moet diep door het stof. Behalve zijn aardse bezittingen heeft hij Tartuffe ook een cassette met uiterst belastende documenten toevertrouwd. Hij zal zijn late roeping en bekering zwaar bezuren. De inktzwarte kleur van de enscenering (Thalia Theater Hamburg) wordt geaccentueerd door het feit dat Molière’s partituur is gekruid met duistere Heiner Müller-teksten over de ondergang van het burgerdom.
De intelligente voorstelling, precies en effectief in de keuze van haar middelen (vormgeving, toneelspelen, muziekkeuze), grimmig tot het bittere eind, is vanaf de première tijdens de Salzburger Festspiele vorige zomer alom bejubeld en geprezen. In Berlijn gaat dat heel anders. Fluitconcerten en boegeroep richting regisseur, vormgevers en dramaturgen zijn niet van de lucht en de Berlijnse kranten spreken collectief schande over de grove politieke incorrectheid van de enscenering, een stelling waarvoor de argumenten overigens schitteren door afwezigheid. ‘Godsdienst is geen privé-aangelegenheid meer’, schrijft de jury van het Theatertreffen in haar apologie, waarin de keuze voor deze Tartuffe beheerst wordt verdedigd. ‘Religie gaat hier niet meer om trouw en geloof, maar om een glasheldere politieke machtsstrijd. Geen blijde boodschap maar een boosaardige afkondiging van het Laatste Oordeel, dat is wat Tartuffe betoogt. Hij zal zijn slachtoffers als makke schapen en lammeren naar de slachtbank leiden.’ Wie wil zien hoe dat uitpakt moet naar Hamburg, waar de voorstelling nog minstens een vol seizoen op het repertoire blijft.

Thalia Theater Hamburg, 00-49-40-32814280, www.thaliafreunde.de